Vraag 1: Hoe wordt het vermogen van een organisatie genoemd om zich effectief
aan te passen aan opkomende trends in de markt?
A) Maatschappelijke legitimiteit
B) Wendbaarheid
C) Stakeholdergerichtheid
D) Marktoriëntatie
Vraag 2: Wat is het kerndoel van stakeholdergerichtheid binnen een organisatie?
A) Het maximaliseren van de aandeelhouderswaarde
B) Het reduceren van de invloed van externe partijen
C) Het balanceren van de belangen van interne en externe partijen
D) Het prioriteren van commerciële motieven boven maatschappelijke waarden
Vraag 3: Hoe wordt de discipline gedefinieerd die als strategische schakel fungeert
tussen de visie van de organisatie en de marktbehoeften?
A) Marketing
B) Corporate communicatie
C) Public Relations
D) Supply Chain Management
Vraag 4: Op welke manier ontstaat klantwaarde volgens de tekst?
A) Door uitsluitend te focussen op de laagste prijs in de markt
B) Door in te spelen op zowel expliciete als latente behoeften
C) Door de interne aannames van het management leidend te maken
D) Door de marketingcommunicatiebarrières te minimaliseren
Vraag 5: Wat is het hoofddoel van relatiemarketing ten opzichte van traditionele
marketing?
A) Het verhogen van het aantal eenmalige transacties
B) Het opbouwen en onderhouden van langdurige verbindingen
C) Het verlagen van de kosten per acquisitie via massacommunicatie
D) Het uitsluitend richten op demografische marktsegmenten
Vraag 6: Wat wordt bereikt door de inzet van datagedreven personalisatie in
marketing?
A) Een afname van de relevantie van de boodschap
B) Het standaardiseren van het productaanbod voor alle segmenten
C) Het specifiek afstemmen van communicatie op individuele klantbehoeften
D) De volledige automatisering van de interne organisatiecultuur
Vraag 7: Welke mediavorm wordt gedefinieerd als de gratis publiciteit die door
derden over een merk wordt gegenereerd?
A) Paid media
2
, B) Owned media
C) Earned media
D) Social media
Vraag 8: Wat zijn volgens de tekst de kernvoorwaarden voor het winnen van
vertrouwen bij de doelgroep in een verzadigde markt?
A) Lage prijzen en snelle levering
B) Relevantie en authenticiteit
C) Frequentie en bereik
D) Segmentatie en budgettering
Vraag 9: Welke rol speelt de 'customer experience' binnen
marketingcommunicatie?
A) Het fungeert als de laatste stap voor de aankoopbeslissing
B) Het beschouwt communicatie als integraal onderdeel van de totale merkbeleving
C) Het richt zich uitsluitend op de technische ondersteuning na verkoop
D) Het dient als methode om de concurrentiekracht te negeren
Vraag 10: Waarom vormt de contextanalyse de onmisbare basis voor een
marketingcommunicatiestrategie?
A) Omdat het ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie in kaart brengt
B) Omdat het de enige methode is om budgettaire ruimte te creëren
C) Omdat het de creatieve doorvertaling direct vervangt
D) Omdat het de maatschappelijke legitimiteit elimineert
Vraag 11: Naar welke elementen verwijst de term 'marktdynamiek'?
A) De interne hiërarchie van een marketingafdeling
B) De voortdurende bewegingen in trends en technologische innovaties
C) De vaste kostenstructuur van een productieproces
D) De eenmalige reactie van een klant op een advertentie
Vraag 12: Welke vorm van concurrentie vindt plaats tussen aanbieders van
nagenoeg vergelijkbare producten in dezelfde categorie?
A) Behoefteconcurrentie
B) Budgetconcurrentie
C) Merkconcurrentie
D) Productconcurrentie
Vraag 13: Wat vormt het morele en strategische kompas voor alle
bedrijfsactiviteiten binnen de organisatie-identiteit?
A) Marktaandeel en conversieratio's
B) Missie, visie en kernwaarden
C) Technologische infrastructuur en activa
D) De concurrentiekracht van rivalen
Vraag 14: Welk aspect van de interne analyse heeft betrekking op de efficiëntie en
flexibiliteit van de samenwerking?
3