Ivyvanekert
Oefenvragen Ontwikkelingsleer
1. Waaruit bestaat het centrale psychologische conflict tussen 3 en 6 jaar volgens
Erikson?
a. autonomie versus schaamte en twijfel
b. initiatief versus schuld
c. vlijt versus minderwaardigheid
d. vertrouwen versus fundamenteel wantrouwen
2. Wat is een goed voorbeeld van een exosysteem volgens de theorie van
Bronfenbrenner?
a. de buurt waarin een kind opgroeit
b. de manier waarop ouders met leraren communiceren
c. de provincie waarin een kind leeft
d. de religie of de cultuur waar het kind deel van uit maakt
3. Wat is een goed voorbeeld van een evocatieve transactie tussen genen en
omgeving in het geval van agressie?
a. Agressieve kinderen reageren agressiever op prikkels uit de omgeving
b. Mensen reageren afwijzend of agressief op agressieve kinderen
c. Kinderen die agressief zijn kiezen agressieve leeftijdsgenoten als vrienden
d. Agressieve kinderen lijken vaak op hun ouders omdat agressie erfelijk is
4. De germinale fase duurt ongeveer ........... en vangt aan bij de ........... .
a. 2 weken; implantatie
b. 3 maanden; implantatie
c. 3 maanden; bevruchting
d. 2 weken; bevruchting
5. ........._ zijn verantwoordelijk voor myelinisatie
a. synapsen
b. gliacellen
c. neurotransmitters
d. neuronen
6. Er wordt aangenomen dat de/het ...... de meest complexe hersenstructuur is en het
laatste stopt met groeien.
a. cerebellum
b. cerebrale cortex (prefrontale cortex)
c. corpus callosum
d. cerebrum
7. Bij een ‘visual cliff’ experiment zal een baby’s die ervaring heeft met _________
eerder weigerachtig zijn om over het met glas bedekte ‘diepe deel’ van de tafel de
kruipen
a. reiken en grijpen
b. kruipen
c. stappen
d. rechtop zitten