Hoorcollege 1
Toerisme: ver weg, reizen, vakantie, beleven van nieuwe culturen en omgevingen, overnachten.
Recreatie: dichtbij, een dagje uit, beleven van nieuwe dingen, actief zijn in de open lucht.
De 3 v’s voor toerisme: vervoer, verblijf, vermaak, (vertering).
Voorwaarden: vrije tijd, goede informatie (communicatie), geld.
Ontwikkelingsfactoren massatoerisme:
Industrialisatie en verstedelijking.
Koopkrachtontwikkeling.
Vrije tijd.
Transport, voorzieningen en communicatiemiddelen.
Bedrijvigheid -> bestemming -> reiziger -> bedrijvigheid …
Toeristische actoren:
Bedrijvigheid (4 o’s): ondernemers, overheden, organisaties, onderwijs/onderzoek/ondersteuning
Bestemming:
Landen of regio’s, steden
Platteland
Plekken
Attracties
Bezienswaardigheden
Reiziger (gast, klant): interessegroep, individu, generatie, doelgroep, klantgroep, leefstijlgroep,
sociaalnetwerk
Vormen van toerisme:
Domestic tourism= binnenlands toerisme (Nederlander in Nederland op vakantie)
Inbound tourism= inkomend toerisme, binnenkomt (Duitsers in Nederland)
Outbound tourism= als Nederlander naar het buitenland reizen
Toeristische indicatoren zijn nodig voor:
Zaken in een historisch perspectief te plaatsen
Kijken naar de toekomst
Strategische besluiten
Werkcollege
Behoefte is een gevoel tekort.
, Piramide maslow:
Onderste drie zijn overlevingsbehoefte. (Lichamelijke behoeften, veiligheid/zekerheid en
sociaal contact)
Bovenste twee zijn ontwikkelbehoefte. (Waardering/erkenning en zelfontplooiing)
Actoren is een organisatie of mens die iets doet en/of ergens invloed op heeft.
Stakeholder is een belangengroep. Zijn actoren die bepaalde belangen hebben.
Stakeholders:
Bestemming
Reizigers
Bedrijf
Bedrijf wil winst maken – commercieel.
Overheid is niet gericht op winst maken/quitte staan.
Vakantieparticipatie: dat deel van de bevolking dat minimaal een keer per jaar op vakantie gaan en
ouder is dan 15 jaar (percentage).
Vakantiefrequentie: aantal keren dat reizigers gemiddeld per jaar op vakantie gaan.
Vakantie-intensiteit: aantal keren dat de gehele bevolking op vakantie gaan per jaar.
Reisverkeersbalans: het verschil tussen inkomend en uitgaand toerisme van een land, uitgedrukt in
aantallen euro’s.
Inbound toerisme is export.
Outbound toerisme is import.
Hoorcollege 2.1 (2e HC)
Vraag (consument):
Kwalitatieve aspecten (motivatie, beleving, typologieën, life styles)
Kwantitatieve aspecten (hoeveel, wanneer, hoe vaak en hoe en waar naartoe).
Toerisme: ver weg, reizen, vakantie, beleven van nieuwe culturen en omgevingen, overnachten.
Recreatie: dichtbij, een dagje uit, beleven van nieuwe dingen, actief zijn in de open lucht.
De 3 v’s voor toerisme: vervoer, verblijf, vermaak, (vertering).
Voorwaarden: vrije tijd, goede informatie (communicatie), geld.
Ontwikkelingsfactoren massatoerisme:
Industrialisatie en verstedelijking.
Koopkrachtontwikkeling.
Vrije tijd.
Transport, voorzieningen en communicatiemiddelen.
Bedrijvigheid -> bestemming -> reiziger -> bedrijvigheid …
Toeristische actoren:
Bedrijvigheid (4 o’s): ondernemers, overheden, organisaties, onderwijs/onderzoek/ondersteuning
Bestemming:
Landen of regio’s, steden
Platteland
Plekken
Attracties
Bezienswaardigheden
Reiziger (gast, klant): interessegroep, individu, generatie, doelgroep, klantgroep, leefstijlgroep,
sociaalnetwerk
Vormen van toerisme:
Domestic tourism= binnenlands toerisme (Nederlander in Nederland op vakantie)
Inbound tourism= inkomend toerisme, binnenkomt (Duitsers in Nederland)
Outbound tourism= als Nederlander naar het buitenland reizen
Toeristische indicatoren zijn nodig voor:
Zaken in een historisch perspectief te plaatsen
Kijken naar de toekomst
Strategische besluiten
Werkcollege
Behoefte is een gevoel tekort.
, Piramide maslow:
Onderste drie zijn overlevingsbehoefte. (Lichamelijke behoeften, veiligheid/zekerheid en
sociaal contact)
Bovenste twee zijn ontwikkelbehoefte. (Waardering/erkenning en zelfontplooiing)
Actoren is een organisatie of mens die iets doet en/of ergens invloed op heeft.
Stakeholder is een belangengroep. Zijn actoren die bepaalde belangen hebben.
Stakeholders:
Bestemming
Reizigers
Bedrijf
Bedrijf wil winst maken – commercieel.
Overheid is niet gericht op winst maken/quitte staan.
Vakantieparticipatie: dat deel van de bevolking dat minimaal een keer per jaar op vakantie gaan en
ouder is dan 15 jaar (percentage).
Vakantiefrequentie: aantal keren dat reizigers gemiddeld per jaar op vakantie gaan.
Vakantie-intensiteit: aantal keren dat de gehele bevolking op vakantie gaan per jaar.
Reisverkeersbalans: het verschil tussen inkomend en uitgaand toerisme van een land, uitgedrukt in
aantallen euro’s.
Inbound toerisme is export.
Outbound toerisme is import.
Hoorcollege 2.1 (2e HC)
Vraag (consument):
Kwalitatieve aspecten (motivatie, beleving, typologieën, life styles)
Kwantitatieve aspecten (hoeveel, wanneer, hoe vaak en hoe en waar naartoe).