Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Uitwerkingen Instructiecolleges Grondslagen Macro Economie

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
4
Pagina's
24
Geüpload op
07-06-2021
Geschreven in
2020/2021

In dit document bevinden zich alle vragen die gesteld zijn tijdens het instructiecollege, met de uitwerkingen bij elke vraag.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

18-02-2020


Instructiecollege Macro-Economie


Vraag 1:
Welke van onderstaande beweringen is JUIST?
o De reële variabelen in een economisch model zijn altijd endogene variabelen.
Reëel gaat over het corrigeren aan prijsveranderingen, reële variabelen is niet
gekoppeld aan endogene variabelen.
o De endogene variabelen in een economisch model zijn altijd reële variabelen.
Endogeen gaat over de bepaling binnen/buiten het model.
o Exogene variabelen worden buiten het model bepaald en beïnvloeden daarom de
modeluitkomsten niet.
Exogene variabelen bepalen de endogene variabelen via vergelijkingen (!) en worden
dus niet buiten het model bepaald en beïnvloeden de modeluitkomsten juist wel.
o Geen van bovenstaande beweringen is juist



Vraag 2:
Welke van onderstaande beweringen is JUIST?
o Het bruto binnenlands product (BBP) van Nederland is gelijk aan het totale inkomen
gegenereerd door alle personen met de Nederlandse nationaliteit.
Maakt niet uit welke nationaliteit, als het maar binnen de landsgrenzen is.
o Het BBP van Nederland is gelijk aan de waarde van de totale bestedingen door
Nederlandse huishoudens aan finale goederen en diensten.
Je mist dan de bestedingen van overheid, investeringen en export (en import)
o Als een land meer exporteert dan het importeert, zal het bruto nationaal inkomen
(BNI) hoger zijn dan het BBP.
Het verschil zit het in het inkomen binnen de landsgrenzen of het inkomen door
dezelfde nationaliteit. Export en import maken geen verschil. BNI-BBP = saldo
primaire inkomens. Gen direct verband met handel.
o Zowel geplande als niet geplande voorraadvorming behoren macro-economisch tot
de investeringen en daarmee tot het BBP.


Vraag 3:
Harrie consumeert alleen appels. In jaar 1 kosten rode appels € 1 en groene appels € 2 per
stuk. In dit jaar koopt Harrie alleen 10 rode appels. In het volgende jaar (jaar 2) kosten rode
appels € 2 en groene appels € 1 per stuk. Dan koopt Harrie alleen 10 groene appels. Neem
jaar 1 als basisjaar.
Welke van de volgende beweringen is JUIST?

, 18-02-2020


o De inflatie voor Harrie o.b.v. de BBP-deflator is 50%.
o De inflatie voor Harrie o.b.v. de CPI-index is 100%.
o Harrie’s reële uitgaven zijn niet veranderd.
o Harrie’s nominale uitgaven zijn verdubbeld.

Reëel BBP1 : 10. Nominaal BBP1: 10 Reëel BBP2 : 20. Nominaal BBP2: 10
BBP-deflator = nominaal/reëel. 1: 1, 2: 0,50  deflatie
Inflatie BBP: -0,50
CPI 1 : 10. CPI 2 : 20.  inflatie CPI: 100%
Nominale uitgaven: actuele hoeveelheid x actuele prijs.
Reëel: nominaal/prijsindex
Vraag 4:
Bij welke van onderstaande productiefuncties is er géén sprake van ‘constant returns to
scale’?
o Y = KβL1-β (met 0<β<1)
o Y = 2√(K.L)
o Y = √K + √L
o Y = 0,3K + 0,9L
Probeer alles met 2 te vermenigvuldigen.
Vraag 5:
De productie van een land wordt weergegeven door de volgende productiefunctie:
Y = 8∙K0,25∙L0,75 waarbij K de kapitaalgoederenvoorraad is en L het aantal werkenden. Als in
een jaar tijd de hoeveelheid kapitaal toeneemt met 10%, dan zal (ceteris paribus) bij
benadering:
o het reële loon stijgen met 10%.
o De productie stijgen met 20%.
o het totale reële inkomen verdiend door kapitaaleigenaren stijgen met 2,5%.
o het totale reële inkomen verdiend door werkenden stijgen met 1,875%.

gy = gK0,25 + gL0,75. gL verandert niet. 0,25 gK  0,25 x 10 = 2,5. w/p = MPL = 8 x 0,75 x K0,25L-0,25
gw/p = gK0,25 + gL-0,25  gK = 0,25 gK, gL = 0  2,5%
L w/p = L (6 K0,25L-0,25) = 6K0,25L0,75 = 0,75 Y
R/P = 0,25 x 8 x K-0,75 x L0,75  gr/p = gK-0,75 = -0,75 gK = -7,5%. K x r/p = 0,25 Y  2,5%
Vraag 6:
In het langetermijnmodel van een gesloten economie zoals weergegeven in Hoofdstuk 3:
o past de prijs van goederen zich zodanig aan, dat de vraag naar goederen verandert
totdat zij gelijk is aan het aanbod van goederen.
o past de prijs van goederen zich zodanig aan, dat het aanbod van goederen verandert
totdat zij gelijk is aan de vraag naar goederen.

, 18-02-2020


o past de reële rentevoet zich zodanig aan, dat de vraag naar goederen verandert
totdat zij gelijk is aan het aanbod van goederen.
o past de reële rentevoet zich zodanig aan, dat het aanbod van goederen verandert
totdat zij gelijk is aan de vraag naar goederen.
Y vast = C(Y – T) + I(r) + G


Vraag 7:
Ga uit van het klassieke model voor de lange termijn zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het
boek.
Een daling van het producentenvertrouwen, waardoor de autonome investeringen dalen,
leidt tot …
o een hogere reële rente en lagere particuliere investeringen.
o een lagere reële rente en lagere particuliere investeringen.
o een hogere reële rente en gelijkblijvende particuliere investeringen.
o een lagere reële rente en gelijkblijvende particuliere investeringen.
Het model van H3: Y vast = C + I(r, v) + G, met v het productenvertrouwen. Een
constante Y, C en G, dus ook een constante I. Als v daalt, dan daalt I, dan moet r
dalen om I weer omhoog te krijgen.


Vraag 8:
Ga uit van het model van de geldmultiplier (“money multiplier”) zoals beschreven in
hoofdstuk 4.
De geldmultiplier zal zeker stijgen als:
o het kasreservepercentage (“reserve-deposit ratio”) rr daalt en tegelijkertijd de
verhouding chartaal-giraal geld (“currency-deposit ratio”) cr daalt.
o het kasreservepercentage (“reserve-deposit ratio”) rr daalt en tegelijkertijd de
verhouding chartaal-giraal geld (“currency-deposit ratio”) cr stijgt.
o het kasreservepercentage (“reserve-deposit ratio”) rr stijgt en tegelijkertijd de
verhouding chartaal-giraal geld (“currency-deposit ratio”) cr stijgt.
o het kasreservepercentage (“reserve-deposit ratio”) rr stijgt en tegelijkertijd de
verhouding chartaal-giraal geld (“currency-deposit ratio”) cr daalt.
M = (1 + cr) / (cr + rr)
Als rr stijgt  m daalt. Als cr stijgt  m daalt. (rr < 1)

Vraag 1: Welke van onderstaande beweringen is JUIST?
A. Bij de berekening van de inflatie op basis van de BBP-deflator wordt geen rekening
gehouden met de prijsontwikkeling van investeringsgoederen.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 juni 2021
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2020/2021
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Bas van groezen
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$11.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
liekevandenheuvel1 Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
18
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
18
Documenten
0
Laatst verkocht
2 jaar geleden

4.3

3 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen