Politieke Geografie Hoorcollege:
Politieke geografie onderzoekt relaties tussen politiek en geografie (grondgebied en
ruimte).
Wereld Systeem analyse:
- Wallerstein
- Elke staat ondergaat dezelfde fases van ontwikkeling, op verschillende
tempo’s of niveaus.
- Modernisatie begint in de staat zelf of door afhankelijkheid.
- De positie van het land is grotendeels gebaseerd door wat er vroeger is
gebeurd.
- De kapitalisme is de verklaring voor de ongelijkheid tussen de landen.
- Het imperialisme zorgde voor nieuwe mogelijkheden voor een economische
groei van een land. De periferie landen groeiden niet mee ten opzichte van
het centrum. Centrumlanden gebruikten de periferie landen om verder te
kunnen groeien.
Fases van expansie:
- Imperialisme. Economisch ontwikkelde landen gingen armere landen af
dwingen om hen meer macht te geven.
- Kolonialisme en modern imperialisme.
- Globalisering.
Dependency theory = Ongelijkwaardige politieke en economische relatie tussen
het centrum en de periferie. De nadruk hierop is de historisch gegroeide
omstandigheden.
Externe invloeden op het systeem:
- Periode van 1917 tot nu.
- Vanaf 1917 kwam het communisme op, dat was een bedreiging voor het
kapitalisme (de kapitalistische wereld was bang dat landen communistisch
zouden worden). De domino-theorie is hier het belangrijkste begrip.
- Periode start dekolonisatie.
Hegemonie:
- Het overwicht van een bepaalde actor op uiteenlopende gebieden.
- Dwingen aspecten over te nemen door geweld, status of door gewoonte.
Geschiedenis leert ons dat dominante politieke eenheden hun dominantie op den
duur kwijtraken:
- Handhaven dominante positie.
- Gedwongen steeds meer militair vermogen te mobiliseren.
- Gaat ten koste van economie en groei van vermogen.
Politieke geografie onderzoekt relaties tussen politiek en geografie (grondgebied en
ruimte).
Wereld Systeem analyse:
- Wallerstein
- Elke staat ondergaat dezelfde fases van ontwikkeling, op verschillende
tempo’s of niveaus.
- Modernisatie begint in de staat zelf of door afhankelijkheid.
- De positie van het land is grotendeels gebaseerd door wat er vroeger is
gebeurd.
- De kapitalisme is de verklaring voor de ongelijkheid tussen de landen.
- Het imperialisme zorgde voor nieuwe mogelijkheden voor een economische
groei van een land. De periferie landen groeiden niet mee ten opzichte van
het centrum. Centrumlanden gebruikten de periferie landen om verder te
kunnen groeien.
Fases van expansie:
- Imperialisme. Economisch ontwikkelde landen gingen armere landen af
dwingen om hen meer macht te geven.
- Kolonialisme en modern imperialisme.
- Globalisering.
Dependency theory = Ongelijkwaardige politieke en economische relatie tussen
het centrum en de periferie. De nadruk hierop is de historisch gegroeide
omstandigheden.
Externe invloeden op het systeem:
- Periode van 1917 tot nu.
- Vanaf 1917 kwam het communisme op, dat was een bedreiging voor het
kapitalisme (de kapitalistische wereld was bang dat landen communistisch
zouden worden). De domino-theorie is hier het belangrijkste begrip.
- Periode start dekolonisatie.
Hegemonie:
- Het overwicht van een bepaalde actor op uiteenlopende gebieden.
- Dwingen aspecten over te nemen door geweld, status of door gewoonte.
Geschiedenis leert ons dat dominante politieke eenheden hun dominantie op den
duur kwijtraken:
- Handhaven dominante positie.
- Gedwongen steeds meer militair vermogen te mobiliseren.
- Gaat ten koste van economie en groei van vermogen.