Recht
College 1: recht in de praktijk
Boek: recht doen, Huisman 4e druk ISBN 978-90-01-71341-6.
Juridisch kader
Recht
o Ordening van gedrag
o Voorkomen en beslechten van conflicten
Verzameling gedragsregels
o Geboden en verboden
Rechtsregels en rechtsgevolgen
Naast het wettenboek staan hier alle wetten: www.wetten.overheid.nl
Rechtsbronnen
1. Wetgeving:
o Formeel
o Materieel
Formele wetgeving is opgesteld door de regering + statengeneraal (eerste +
tweede kamer). Zij keuren de wetten goed.
Materiaal: Algemene regels. Onbepaald aantal mensen en momenten. Kan
opgesteld zijn door de formele wetgever, maar ook alleen door de gemeente.
2. Verdragen
3. Jurisprudentie
a. Rechtersrecht. Rechter zelf wetten aanpassen/verduidelijken.
b. Deze zijn te vinden op www.rechtspraak.nl
4. Gewoonte
a. Ligt niet vastgelegd.
Rechtsgebieden
1. Publiekrecht
2. Privaatrecht/burgerlijk recht/civiel recht: betekent allemaal hetzelfde.
1
,Publiekrecht
Gaat tussen de overheid en de burger. Wildplassen?
Overheersende rol
Exclusief bevoegd: de overheid doet iets wat wij niet mogen.
Legaliteitsbeginsel: de overheid is ook gebonden aan haar eigen
regels.
Dwingendrechtelijk: regels die gelden, daar kan niet van worden
afgeweken.
Privaatrecht
Gaat om burgers onderling. Koper en verkoper.
Gelijkwaardige partijen: het individueel belangen staat centraal.
Contractvrijheid: je kunt onderling veel afspreken.
Regelend/aanvullend recht: je mag onderling van alles afspreken,
doe je dat niet? Dan is het wetboek de basis.
Als de gemeente Groningen tafels koopt, is het privaatrecht. De overheid
treedt hier op als burger. De gemeente is niet exclusief bevoegd voor het
kopen van tafels.
BW is altijd privaatrecht.
Conflictoplossing
Rechtsgrond/actie/vordering
o Stel je bestelt een boek, maar het boek wordt niet geleverd. Je
moet weten wat het juridische conflict is. In dit geval is het een
wanprestatie.
o Stel je bent aan het voetballen en je raakt een fietser die schade
oploopt. De fietser wil een schadevergoeding. Er moet een
rechtsgrond aan gebonden worden. In dit geval is het een
onrechtmatige daad.
o Rechtsgrond: juridische etiket
o Vordering komt daarna: wat wil je? Geld terug?
Schadevergoeding?
Rechter: absolute en relatieve competentie
2
, o Rechtbank: Hier start je. Zijn er 11 van in NL. Absolute
competentie.
o Gerechtshof: niet eens met de rechtbank? Dan ga je
hierheen. Er zijn er 4 in NL. Absolute competentie.
o Hoge Raad: allerhoogste rechter. Kan alleen als je vindt dat de
uitspraak juridisch verkeerd is. Ze kijken niet naar
feiten. Er is er maar 1 in Den Haag.
Arbitrage
o Het gaat om arbiters. De uitkomst is bindend/leidend.
o Bemiddelaar.
Mediation
o Zonder rechter, maar een neutrale derde. Geeft een advies, ben
je niet aan gebonden.
Competentie = bevoegdheid.
Naar welke rechtbank je gaat: wie eist, die reist.
Rechtsgrond
Wanprestatie
Non-conformiteit: voldoet niet aan verwachtingen.
Actie uit productaansprakelijkheid
Actie uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Vordering
Wat is de eis
Schadevergoeding... herstel... ontbinding... vernietiging...
Gewone procedure: bodem procedure
Voorlopig vonnis
Definitief na hoger beroep of cassatie (termijn)
o De uitspraak wordt definitief als de termijn om in hoger beroep
te gaan verlopen is.
Spoedprocedure: kort geding
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voorlopige uitspraak. De uitspraak
gaat gelijk in.
Tent opzetten voor een evenement.
Plan van aanpak
3
College 1: recht in de praktijk
Boek: recht doen, Huisman 4e druk ISBN 978-90-01-71341-6.
Juridisch kader
Recht
o Ordening van gedrag
o Voorkomen en beslechten van conflicten
Verzameling gedragsregels
o Geboden en verboden
Rechtsregels en rechtsgevolgen
Naast het wettenboek staan hier alle wetten: www.wetten.overheid.nl
Rechtsbronnen
1. Wetgeving:
o Formeel
o Materieel
Formele wetgeving is opgesteld door de regering + statengeneraal (eerste +
tweede kamer). Zij keuren de wetten goed.
Materiaal: Algemene regels. Onbepaald aantal mensen en momenten. Kan
opgesteld zijn door de formele wetgever, maar ook alleen door de gemeente.
2. Verdragen
3. Jurisprudentie
a. Rechtersrecht. Rechter zelf wetten aanpassen/verduidelijken.
b. Deze zijn te vinden op www.rechtspraak.nl
4. Gewoonte
a. Ligt niet vastgelegd.
Rechtsgebieden
1. Publiekrecht
2. Privaatrecht/burgerlijk recht/civiel recht: betekent allemaal hetzelfde.
1
,Publiekrecht
Gaat tussen de overheid en de burger. Wildplassen?
Overheersende rol
Exclusief bevoegd: de overheid doet iets wat wij niet mogen.
Legaliteitsbeginsel: de overheid is ook gebonden aan haar eigen
regels.
Dwingendrechtelijk: regels die gelden, daar kan niet van worden
afgeweken.
Privaatrecht
Gaat om burgers onderling. Koper en verkoper.
Gelijkwaardige partijen: het individueel belangen staat centraal.
Contractvrijheid: je kunt onderling veel afspreken.
Regelend/aanvullend recht: je mag onderling van alles afspreken,
doe je dat niet? Dan is het wetboek de basis.
Als de gemeente Groningen tafels koopt, is het privaatrecht. De overheid
treedt hier op als burger. De gemeente is niet exclusief bevoegd voor het
kopen van tafels.
BW is altijd privaatrecht.
Conflictoplossing
Rechtsgrond/actie/vordering
o Stel je bestelt een boek, maar het boek wordt niet geleverd. Je
moet weten wat het juridische conflict is. In dit geval is het een
wanprestatie.
o Stel je bent aan het voetballen en je raakt een fietser die schade
oploopt. De fietser wil een schadevergoeding. Er moet een
rechtsgrond aan gebonden worden. In dit geval is het een
onrechtmatige daad.
o Rechtsgrond: juridische etiket
o Vordering komt daarna: wat wil je? Geld terug?
Schadevergoeding?
Rechter: absolute en relatieve competentie
2
, o Rechtbank: Hier start je. Zijn er 11 van in NL. Absolute
competentie.
o Gerechtshof: niet eens met de rechtbank? Dan ga je
hierheen. Er zijn er 4 in NL. Absolute competentie.
o Hoge Raad: allerhoogste rechter. Kan alleen als je vindt dat de
uitspraak juridisch verkeerd is. Ze kijken niet naar
feiten. Er is er maar 1 in Den Haag.
Arbitrage
o Het gaat om arbiters. De uitkomst is bindend/leidend.
o Bemiddelaar.
Mediation
o Zonder rechter, maar een neutrale derde. Geeft een advies, ben
je niet aan gebonden.
Competentie = bevoegdheid.
Naar welke rechtbank je gaat: wie eist, die reist.
Rechtsgrond
Wanprestatie
Non-conformiteit: voldoet niet aan verwachtingen.
Actie uit productaansprakelijkheid
Actie uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Vordering
Wat is de eis
Schadevergoeding... herstel... ontbinding... vernietiging...
Gewone procedure: bodem procedure
Voorlopig vonnis
Definitief na hoger beroep of cassatie (termijn)
o De uitspraak wordt definitief als de termijn om in hoger beroep
te gaan verlopen is.
Spoedprocedure: kort geding
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voorlopige uitspraak. De uitspraak
gaat gelijk in.
Tent opzetten voor een evenement.
Plan van aanpak
3