SAXION | Vastgoedmanagement
Tentamensamenvatting
Gebaseerd op de sheets van de lessen en gastcolleges
Pagina 1
, Vastgoedmanagement - tentamensamenvatting
Inhoud
0. Hoe leer je dit voor een 10?
1. Basis: vastgoedmanagement, exploitatie en rollen
2. Vastgoedprocessen: acquisitie, exploitatie en dispositie
3. Bedrijfsmatig vastgoed: winkels en kantoren
4. Vastgoed als bedrijfsmiddel: CREM
5. Volkshuisvesting en huurmarkt
6. VvE, technisch management en financieel-administratief management
7. Begrippenlijst en tentamenvalkuilen
8. Oefenvragen met korte antwoorden
9. Laatste hoofdstuk: korte samenvatting bedrijven/gastcolleges
0. Hoe leer je dit voor een 10?
De rode draad van alle sheets is dat je begrippen niet alleen moet kennen, maar moet kunnen plaatsen in de juiste
context. Bij vrijwel elk leerdoel komen de woorden herkennen, benoemen en onderscheiden terug. Dat betekent: je moet
een situatie kunnen lezen en bepalen welk perspectief, proces, managementniveau, instrument of stakeholder daarbij
hoort.
Wat moet je kunnen? Hoe pak je dat aan op het tentamen?
Herkennen Signaalwoorden zoeken: huurder, belegger, VMO, BO, VvE, WWS, MJOP, LOI, due
diligence, CREM, huurvervalkalender.
Benoemen Het begrip exact kunnen noemen en kort uitleggen: wat is het, wie gebruikt het,
waarom is het belangrijk?
Onderscheiden Verschillen kunnen uitleggen: CREM vs REM, strategisch/tactisch/operationeel,
acquisitie/exploitatie/dispositie, gereguleerd/niet-gereguleerd, NEN 2580/NEN 2767,
VvE/regulier beheer.
Toepassen Bij een casus aangeven welke actie de vastgoedmanager neemt, welk instrument
past en welk risico of rendementseffect speelt.
Antwoordtemplate voor casussen
1. Perspectief: belegger, gebruiker, huurder, VvE of overheid? 2. Niveau: portefeuille, asset of property? 3. Proces: acquisitie,
exploitatie of dispositie? 4. Instrument: LOI, due diligence, huurvervalkalender, MJOP, WWS, splitsingsakte, rapportage, etc. 5. Effect:
rendement, risico, huurderstevredenheid, betaalbaarheid, waarde of continuiteit.
Leer processen in vaste volgorde. Procesvolgorde is makkelijk toetsbaar in meerkeuzevragen.
Leer tabellen als verschillen: REM/CREM, asset/property/portfolio, sociale/midden/vrije sector, planmatig/niet-planmatig
onderhoud.
Leer formules actief: BAR, huurvervalrisico en VvE-bijdrage.
Gebruik voorbeelden uit de sheets: Interpolis, banken, Saxion, Vendex KBB, winkelcentrum, kantoorpand zonder huurder,
Van Nelle, Jonas, Liv Inn en s Heeren Loo.
1. Basis: vastgoedmanagement, exploitatie en rollen
1.1 Vastgoedexploitatie en vastgoedmanagement
Exploiteren betekent: eigendom zo gebruiken dat het winst oplevert. Vastgoedexploitatie is de sturing op kosten en
opbrengsten gedurende de beoogde levensduur van vastgoedobjecten, met als doel per saldo een positief nettoresultaat
te behalen en continuering te waarborgen. Vastgoedmanagement is nodig om die exploitatie mogelijk te maken: vastgoed
moet technisch, administratief, commercieel en financieel worden aangestuurd.
Pagina 2
, Vastgoedmanagement - tentamensamenvatting
Belangrijk onderscheid
Vastgoedbeheer klinkt passiever en ging historisch vooral over technisch beheer en huur innen. Vastgoedmanagement is actiever:
sturen op rendement, waardeontwikkeling, marktpositie, relatiebeheer, risico, strategie en performance.
1.2 Perspectieven: belegger versus gebruiker
Perspectief Kernvraag Doel Voorbeeld
Belegger / REM Hoe laat ik de portefeuille maximaal Financieel rendement, waardeontwikkeling Pensioenfonds,
renderen? en risicobeheersing binnen private belegger,
randvoorwaarden. institutionele
belegger,
Wereldhave.
Gebruiker / CREM Hoe ondersteunt huisvesting het Maximale toegevoegde waarde voor Saxion, NS, Ahold,
primaire proces? organisatieprestaties. zorginstelling,
overheid.
Maatschappelijke Hoe combineer ik financieel en Betaalbaarheid, beschikbaarheid, Woningcorporatie,
organisatie maatschappelijk rendement? leefbaarheid, continuiteit. zorgvastgoed,
onderwijs, publieke
vastgoedorganisatie
.
1.3 Vastgoedmanagementpiramide
Niveau Functie Hoofdtaak Typische beslissingen/instrumenten
Strategisch Portefeuillemanagement Strategische uitgangspunten voor Allocatiebeleid, risicomanagement, outsourcing
vastgoedbeleid vaststellen, asset/propertymanagement, acquisitie- en
ondersteunend aan ondernemingsdoelen. dispositiebeleid, portefeuilleoptimalisatie, direct en
indirect rendement.
Tactisch Assetmanagement Portefeuillebeleid vertalen naar Investerings-/desinvesteringsvoorstellen,
objectbeleid en performance per object objectbeleid, budgetcontrole, uitbestedingsbeleid
analyseren. propertymanagement, scenario:
doorexploiteren/renoveren/herontwikkelen/verkopen
.
Operationeel Propertymanagement Dagelijks beheer van vastgoed: Verhuur, administratie, technisch management,
administratief, technisch, commercieel en marketing, huurdercontact, contractbeheer,
promotioneel. serviceverlening.
Formule / rekenpunt
Direct rendement = exploitatie-/huurinkomsten minus exploitatiekosten. Indirect rendement = waardeontwikkeling van het vastgoed. In
tentamenvragen zit dit vaak verstopt in huurinkomsten versus waardestijging.
1.4 Vastgoedbeleidsproces
1. Formuleren van doelstellingen van de onderneming.
2. Opstellen van het beleidsplan voor de vastgoedportefeuille.
3. Performanceanalyse van de portefeuille.
4. Vertalen van portefeuillebeleid naar objectplannen / concept objectbeleid.
5. Performanceanalyse per object.
6. Opstellen en uitvoeren acquisitieplan of dispositieplan.
7. Uitvoering van het objectbeleid in de exploitatie.
De kleuren in de sheets koppelen dit proces aan de piramide: strategisch bovenin, tactisch in het midden en operationeel
onderin. De processen zijn toepasbaar op elke eigendomssituatie, maar de invulling verschilt per organisatie.
Pagina 3