DIAGNOSTIEK
Smalle definitie diagnostiek = het kunnen onderscheiden van beelden
Brede definitie diagnostiek = het systematisch verzamelen van informatie
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
NVO-richtlijnen = document waarin staat aangegeven hoe orthopedagogen diagnostiek voor een
casus uitwerken
1. Vraagstelling en klachtenanalyse
a. Personalia
b. Klacht en hulpvraag
c. Afstemming diagnostisch scenario
2. Probleemanalyse
a. Beschrijving van de problemen
b. Clustering risico- en protectieve factoren
c. Ernsttaxatie
3. Diagnostisch perspectief
a. Hypothese opstellen
b. Theorie en referentie
c. Onderbouwing en uitleg
4. Toetsing
a. Welke conditie wil ik zien?
b. Met welk instrument kan ik de conditie zichtbaar maken?
5. Diagnostische conclusie
a. Samenvatting onderzoeksresultaten
b. Voldoende antwoord gegeven op hulpvragen?
c. Doelen formuleren
De NVO-richtlijnen zijn gebaseerd op de empirische en de regulatieve cyclus!
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het diagnostisch proces gaat van hulpvraag oplossing
Om dit proces te volgen heb je kennis nodig van:
- Meetinstrumenten
- Psychometrie en statistiek
- Theorieën en concepten
Verschillende meetinstrumenten zijn:
Observaties
Interviews
Vragenlijsten
Tests
Experimenten
1
,Stappen diagnostisch proces:
1. Hoe ervaren alle betrokkenen het gedrag van het kind?
Verhelderende diagnostiek
2. Wat is er aan de hand met het kind? Waaruit bestaat het probleem?
Onderkennende diagnostiek
Verhelderende diagnostiek
3. Waarom zijn deze problemen met dit kind er nu? Wat zijn de oorzaken van deze situatie?
Verklarende diagnostiek
4. Wat is de meest geschikte behandeling voor het kind en zijn situatie?
Indicerende diagnostiek (in enge zin)
5. Wat te doen om de problemen te verminderen/te doen verdwijnen?
(Be)handelingsgerichte diagnostiek/indicerende diagnostiek (in ruime zin)
6. Heeft de behandeling het verwachte en gewenste effect opgeleverd?
Evaluatieve diagnostiek
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een orthopedagoog is een onpartijdige gesprekspartner met kennis van zaken. Twee dingen
belangrijk, namelijk:
1. Nabijheid = je bent betrokken, warm en meelevend
2. Distantie = je behoudt voldoende afstand om je professionele mening te kunnen geven
Orthopedagoog streeft naar maximale nabijheid met behoudt van distantie Het zoeken naar
aansluiting op de belevingswereld van de client
Compassion fatigue = een hulpverlener die te weinig distantie behoudt
Een positieve werkrelatie bepaalt voor 30-45% de effectiviteit van de hulpverlening
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een pedagoog heeft juridische verantwoordelijkheden:
- Meldcode volgen
- Beroepsgeheim
- Informed consent
Kind <12 ouders met gezag geven toestemming en hebben recht op informatie
Kind 12-15 kind zelf + ouders met gezag geven toestemming (kind doorslaggevend)
Kind >16 kind geeft zelf toestemming
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
7 verschillende typen van diagnostiek (op chronologische volgorde)
1. Preventieve diagnostiek (screening)
2. Verhelderende diagnostiek
3. Onderkennende diagnostiek
4. Verklarende diagnostiek
5. Indicerende diagnostiek (in enge zin)
6. (Be)handelingsgerichte diagnostiek/indicerende diagnostiek (in ruime zin)
7. Evaluatieve diagnostiek
2
, Preventieve diagnostiek = vroegtijdig signaleren van mogelijke problemen bij risicogroepen
Verhelderende diagnostiek = in kaart brengen van de klachten en de situatie
Onderkennende diagnostiek = vaststellen van een stoornis/classificatie
Verklarende diagnostiek = zoeken naar oorzaken en in standhoudende factoren
Indicerende diagnostiek (in enge zin) = bepalen welke hulp nodig is
(Be)handelingsgerichte diagnostiek = diagnostiek tijdens de behandeling
Evaluatieve diagnostiek = beoordelen van het effect van de behandeling
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De empirische cyclus = een wetenschappelijke manier van onderzoek doen en van toetsen
Observatie verzamelen van gegevens in de werkelijkheid
Inductie op basis van de waarnemingen hypotheses formuleren
Deductie het afleiden van voorspellingen uit de hypotheses
Toetsing nieuwe gegevens verzamelen en toetsen
Evaluatie worden de hypotheses aangenomen/verworpen?
Belangrijke pijlers bij de empirische cyclus:
- Logica (navolgbaar voor anderen)
- Theorie (veel kennis)
- Statistiek (betrouwbaarheid en validiteit instrumenten)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Theorieën om beter naar gedrag te kijken:
o Biopsychosociale model, om gedrag te bekijken vanuit:
- Psychische mogelijkheden
- Sociale mogelijkheden
- Lichamelijke mogelijkheden
o Balansmodel, om systematisch aandacht te besteden aan de balans tussen:
- Draaglast (risicofactoren)
- Draagkracht (beschermende factoren)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Traditionele psychodiagnostiek = constaterende uitspraak
hierbij is therapeutische alliantie belangrijk = mate waarin hulpverlener weet aan te sluiten bij de
hulpvraag en het gezamenlijke proces
Orthopedagogische diagnostiek = uitspraak over de meest gewenste vorm van interventie
Verschillen:
3
Smalle definitie diagnostiek = het kunnen onderscheiden van beelden
Brede definitie diagnostiek = het systematisch verzamelen van informatie
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
NVO-richtlijnen = document waarin staat aangegeven hoe orthopedagogen diagnostiek voor een
casus uitwerken
1. Vraagstelling en klachtenanalyse
a. Personalia
b. Klacht en hulpvraag
c. Afstemming diagnostisch scenario
2. Probleemanalyse
a. Beschrijving van de problemen
b. Clustering risico- en protectieve factoren
c. Ernsttaxatie
3. Diagnostisch perspectief
a. Hypothese opstellen
b. Theorie en referentie
c. Onderbouwing en uitleg
4. Toetsing
a. Welke conditie wil ik zien?
b. Met welk instrument kan ik de conditie zichtbaar maken?
5. Diagnostische conclusie
a. Samenvatting onderzoeksresultaten
b. Voldoende antwoord gegeven op hulpvragen?
c. Doelen formuleren
De NVO-richtlijnen zijn gebaseerd op de empirische en de regulatieve cyclus!
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het diagnostisch proces gaat van hulpvraag oplossing
Om dit proces te volgen heb je kennis nodig van:
- Meetinstrumenten
- Psychometrie en statistiek
- Theorieën en concepten
Verschillende meetinstrumenten zijn:
Observaties
Interviews
Vragenlijsten
Tests
Experimenten
1
,Stappen diagnostisch proces:
1. Hoe ervaren alle betrokkenen het gedrag van het kind?
Verhelderende diagnostiek
2. Wat is er aan de hand met het kind? Waaruit bestaat het probleem?
Onderkennende diagnostiek
Verhelderende diagnostiek
3. Waarom zijn deze problemen met dit kind er nu? Wat zijn de oorzaken van deze situatie?
Verklarende diagnostiek
4. Wat is de meest geschikte behandeling voor het kind en zijn situatie?
Indicerende diagnostiek (in enge zin)
5. Wat te doen om de problemen te verminderen/te doen verdwijnen?
(Be)handelingsgerichte diagnostiek/indicerende diagnostiek (in ruime zin)
6. Heeft de behandeling het verwachte en gewenste effect opgeleverd?
Evaluatieve diagnostiek
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een orthopedagoog is een onpartijdige gesprekspartner met kennis van zaken. Twee dingen
belangrijk, namelijk:
1. Nabijheid = je bent betrokken, warm en meelevend
2. Distantie = je behoudt voldoende afstand om je professionele mening te kunnen geven
Orthopedagoog streeft naar maximale nabijheid met behoudt van distantie Het zoeken naar
aansluiting op de belevingswereld van de client
Compassion fatigue = een hulpverlener die te weinig distantie behoudt
Een positieve werkrelatie bepaalt voor 30-45% de effectiviteit van de hulpverlening
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een pedagoog heeft juridische verantwoordelijkheden:
- Meldcode volgen
- Beroepsgeheim
- Informed consent
Kind <12 ouders met gezag geven toestemming en hebben recht op informatie
Kind 12-15 kind zelf + ouders met gezag geven toestemming (kind doorslaggevend)
Kind >16 kind geeft zelf toestemming
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
7 verschillende typen van diagnostiek (op chronologische volgorde)
1. Preventieve diagnostiek (screening)
2. Verhelderende diagnostiek
3. Onderkennende diagnostiek
4. Verklarende diagnostiek
5. Indicerende diagnostiek (in enge zin)
6. (Be)handelingsgerichte diagnostiek/indicerende diagnostiek (in ruime zin)
7. Evaluatieve diagnostiek
2
, Preventieve diagnostiek = vroegtijdig signaleren van mogelijke problemen bij risicogroepen
Verhelderende diagnostiek = in kaart brengen van de klachten en de situatie
Onderkennende diagnostiek = vaststellen van een stoornis/classificatie
Verklarende diagnostiek = zoeken naar oorzaken en in standhoudende factoren
Indicerende diagnostiek (in enge zin) = bepalen welke hulp nodig is
(Be)handelingsgerichte diagnostiek = diagnostiek tijdens de behandeling
Evaluatieve diagnostiek = beoordelen van het effect van de behandeling
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De empirische cyclus = een wetenschappelijke manier van onderzoek doen en van toetsen
Observatie verzamelen van gegevens in de werkelijkheid
Inductie op basis van de waarnemingen hypotheses formuleren
Deductie het afleiden van voorspellingen uit de hypotheses
Toetsing nieuwe gegevens verzamelen en toetsen
Evaluatie worden de hypotheses aangenomen/verworpen?
Belangrijke pijlers bij de empirische cyclus:
- Logica (navolgbaar voor anderen)
- Theorie (veel kennis)
- Statistiek (betrouwbaarheid en validiteit instrumenten)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Theorieën om beter naar gedrag te kijken:
o Biopsychosociale model, om gedrag te bekijken vanuit:
- Psychische mogelijkheden
- Sociale mogelijkheden
- Lichamelijke mogelijkheden
o Balansmodel, om systematisch aandacht te besteden aan de balans tussen:
- Draaglast (risicofactoren)
- Draagkracht (beschermende factoren)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Traditionele psychodiagnostiek = constaterende uitspraak
hierbij is therapeutische alliantie belangrijk = mate waarin hulpverlener weet aan te sluiten bij de
hulpvraag en het gezamenlijke proces
Orthopedagogische diagnostiek = uitspraak over de meest gewenste vorm van interventie
Verschillen:
3