Oefenopdrachten hoofdstuk 4 – Een eigen bedrijf
Opgave 4.1 Kerstbomen
Merel Weber verwacht met Kerstmis 600 kerstbomen te verkopen. De inkoopprijs van een
kerstboom is € 5,10 en Merel denkt de kerstbomen te kunnen verkopen voor € 10 per stuk. Merel
heeft dit jaar een aantal spandoeken ingekocht om extra kerstbomen te kunnen verkopen à € 230.
Tevens huurt ze een machine om een net om de kerstbomen heen te kunnen spannen. De kosten
hiervan zijn € 450.
a. Bereken de verwachte omzet.
b. Bereken de verwachte inkoopkosten.
c. Bereken de verwachte brutowinst.
d. Bereken de brutowinst in procenten van de verkoopprijs.
e. Bereken de verwachte nettowinst.
Op 20 december heeft Merel nog niet alle kerstbomen verkocht. Het wordt dus hoog tijd om de
kerstbomen met een flinke korting te gaan verkopen. Merel besluit de brutowinst op de kerstbomen
te verlagen. Merel stelt zich tevreden met een brutowinst van 20% van de verkoopprijs.
f. Bereken de prijs waartegen Merel de resterende kerstbomen gaat verkopen.
Opgave 4.2
Lisa behaalde in 2014 een brutowinst van € 48.000. De brutowinst bedroeg 40% van de omzet.
Bereken de inkoopwaarde van de omzet.
Opgave 4.3 Marketingmix
a. Ryanair, EasyJet en Transavia bieden kale vliegreizen aan zonder gratis eten en drank. Op welk
instrument van de marketingmix heeft deze beslissing betrekking?
b. Op welk instrument van de marketingmix heeft het merk betrekking?
c. Op welk instrument van de marketingmix heeft een klantenkaart betrekking?
d. Met kerst is het aantal aankopen via internet weer sterk gestegen. Op welk onderdeel van de
marketingmix heeft dat betrekking?
Opgave 4.4 SWOT-analyse
Voor zijn marketingplan stelt een ondernemer een SWOT-analyse op. Bij welk onderdeel van de
SWOT-analyse horen onderstaande factoren?
a. Het personeel is jong en heeft weinig ervaring in de branche.
b. Door trends onder jongeren wordt het product dat deze ondernemer verkoopt steeds
populairder.
c. De reclame die het bedrijf maakt slaat aan bij de doelgroep.
d. In het afgelopen halfjaar zijn er op de markt concurrenten bijgekomen die een soortgelijk
product verkopen.
Opgave 4.1 Kerstbomen
Merel Weber verwacht met Kerstmis 600 kerstbomen te verkopen. De inkoopprijs van een
kerstboom is € 5,10 en Merel denkt de kerstbomen te kunnen verkopen voor € 10 per stuk. Merel
heeft dit jaar een aantal spandoeken ingekocht om extra kerstbomen te kunnen verkopen à € 230.
Tevens huurt ze een machine om een net om de kerstbomen heen te kunnen spannen. De kosten
hiervan zijn € 450.
a. Bereken de verwachte omzet.
b. Bereken de verwachte inkoopkosten.
c. Bereken de verwachte brutowinst.
d. Bereken de brutowinst in procenten van de verkoopprijs.
e. Bereken de verwachte nettowinst.
Op 20 december heeft Merel nog niet alle kerstbomen verkocht. Het wordt dus hoog tijd om de
kerstbomen met een flinke korting te gaan verkopen. Merel besluit de brutowinst op de kerstbomen
te verlagen. Merel stelt zich tevreden met een brutowinst van 20% van de verkoopprijs.
f. Bereken de prijs waartegen Merel de resterende kerstbomen gaat verkopen.
Opgave 4.2
Lisa behaalde in 2014 een brutowinst van € 48.000. De brutowinst bedroeg 40% van de omzet.
Bereken de inkoopwaarde van de omzet.
Opgave 4.3 Marketingmix
a. Ryanair, EasyJet en Transavia bieden kale vliegreizen aan zonder gratis eten en drank. Op welk
instrument van de marketingmix heeft deze beslissing betrekking?
b. Op welk instrument van de marketingmix heeft het merk betrekking?
c. Op welk instrument van de marketingmix heeft een klantenkaart betrekking?
d. Met kerst is het aantal aankopen via internet weer sterk gestegen. Op welk onderdeel van de
marketingmix heeft dat betrekking?
Opgave 4.4 SWOT-analyse
Voor zijn marketingplan stelt een ondernemer een SWOT-analyse op. Bij welk onderdeel van de
SWOT-analyse horen onderstaande factoren?
a. Het personeel is jong en heeft weinig ervaring in de branche.
b. Door trends onder jongeren wordt het product dat deze ondernemer verkoopt steeds
populairder.
c. De reclame die het bedrijf maakt slaat aan bij de doelgroep.
d. In het afgelopen halfjaar zijn er op de markt concurrenten bijgekomen die een soortgelijk
product verkopen.