1.2
Arbeidersmarkt gaat het over: vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid
Abstracte markt= het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
Vraag naar arbeid:
Werkenemers+ zelfstandigen+ vacatures
Mensen in loondienst zmp’ers + zzp’ers openstaande banen
Werkgelegenheid
Zmp’ers= met personeel, zzp’ers= zonder personeel
Werkenden:
1) Loondienst: vast contract of flexibel contract
2) Zelfstandig: met personeel of zonder personeel
Aanbod van arbeid:
werknemers + zelfstandigen + werklozen
mensen in loondienst zmp’ers zzp’ers mensen die zich aanbieden op de
. arbeidsmarkt maar nog geen baan hebben
Werkzame beroepbevolking
Arbeidsaanbod= beroepsbevolking
Loon= de belonging die de werkenden in loondienst ontvangen voor het ter beschikking
stellen van hun arbeidskracht
Voor de vragers van arbeiders (werkgevers) is loon: een kostenpost
Voor de aanbieders (werknemers) is loon: hun inkomen
Twee soorten markten:
1) Concrete markt: groentemarkt, vragers en aanbieders ontmoeten elkaar
2) Abstracte markt: arbeidsmarkt, vragers en aanbieders van arbeid kunnen op allerlei
manieren met elkaar in contact komen
UWV Werkbedrijf= een overheidsinstantie die zoegt voor de verzorging van uitkeringen en
werknemersverzekeringen en het uwv bemiddelt op de arbeidsmarkt tussen vragers en
aanbieders
,Twee soorten arbeidsmarkten:
1) Krappe arbeidsmarkt: vraag naar arbeid is groter dan het aanbod van arbeid (tekort
arbeidskrachten)
2) Ruime arbeidsmarkt: vraag naar arbeid is kleiner dan het aanbod van arbeid (hoge
werkloosheid)
Deelmarkten= de arbeidsmarkt kan ook verdeelt worden in markten voor de bouw, ICT-
sector of het onderwijs. Het kan verdeeld worden op geografische indeleing: Nl of EU of
ingedeeld naar fucites: onderkant (laag geschoolde mensen), middensegment (havo, mb),
bovenkant (hbo of wo)
Hoofdstuk 2
Als je veel werkt krijg je meer geld om diensten en goederen mee te kopen, maar je levert
wel een deel ‘vrije tijd’ in
Wanneer het loon hoger wordt dan: kun je korter werken (meer vrije tijd), meer mensen
gaan een baan zoeken of zich aanbieden en de kan dat je wordt aangenomen is groter
Wanneer de lonen lager worden: ontmoedigingseffect, werkzoekenden hebben meer moeite
met baan zoeken, afgestudeerden gaan wss verder studeren ipv werken en oudere
werklozen die trekken zich wss terug uit de arbeidsmarkt
Deeltijdarbeid en p/a-ratio
In Nederland veel deeltijdbanen!!!!
meer mogelijkheden om in deeltijd te werken
grotere voorkeur voor vrije tijd
verdelen van zorgtaken
Deeltijdbaan= een parttimebaan, dus dat je niet fulltime werkt
- Deeltijdfactor= als het 0,6 is dan werkt deze persoon 60% van een voltijdbaan (dus 3
dagen per week of 6dagdelen)
- Een jaar lang een voltijdbaan, dan werkt hij: een arbeidsjaar
- Een jaar lang een halvevoltijdbaan, dan werkt hij: halve arbeidsjaar
- Als er in deeltijd wordt er 1 arbeidsjaar opgevuld door: meerdere personen
P/A- ratio= de verhouding tussen het aantal personen en het aantal arbeidsjaren (aantal
werkende personen per arbeidsjaar)
Arbeidsvolume
, werkzame
Arbeidsparticipatie=
personen
P / A –ratio =
----------------------
---------------------
zelfstandigen
werkgelegenhei
d in arbeidsjaren
Beroepsbeschikte bevolking- potentiele beroepsbevolking= al de mensen van 15 tot de
AOW-leeftijd die kunnen werken
Niet- beroepsbevolking= deel van de beroepsgeschikte bevolking die zich niet aanbiedt
Deelnemingspercentage/participatiegraad= daarin wordt de mate waarin de
beroepsbeschikten deelnemen aan het arbeidsproces weergegevn
2 soorten participatiegraad:
1. Netto participatiegraad= die geeft aan hoeveel procent van de potentiële
beroepsbevolking tot de werkende behoort (werklozen tellen niet mee)
2. Bruto participatiegraad= die geeft aan hoeveel procent van de potentiële
beroepsbevolking tot de werkende behoort (werklozen tellen mee)