Samenvatting Netl blok 1 t/m 4
Blok 1
Verbindingsmanieren:
Uitspraak-opsomming Ook, verder, bovendien, nog, daarnaast, niet
alleen…maar ook, ten eerste, ten tweede
Uitspraak-tegenstelling Maar, daarentegen, echter, integendeel,
enerzijds…anderzijds, daar staat tegenover
Uitspraak-voorbeeld Bijvoorbeeld, als voorbeeld, zoals, zo
Middel-doel Waarmee, daarmee, met dat doel, het doel is,
door middel van, om te…
Oorzaak-gevolg Daardoor, hierdoor, doordat, zodat, waardoor
Uitspraak-vergelijking Zoals, hetzelfde, dezelfde, in vergelijking met
Uitspraak-reden Daarom, want, omdat, namelijk
Uitspraak-conclusie Dus, concluderend, hieruit volgt
Uitspraak-samenvatting Kortom, samenvattend, al met al
Uitspraak-voorwaarde Mits, als, indien, tenzij, op voorwaarde dat
Blok 2
Functies van tekstgedeelten:
Bewijs De schrijver probeert met feiten de juistheid van
een theorie of stelling aan te tonen
Constatering De schrijver stelt iets vast, merkt iets op
Gevolgen De schrijver beschrijft de gevolgen die door een
bepaalde maatregel of een bepaald verschijnsel
zijn veroorzaakt.
Nuancering Een bewering of een standpunt. Wordt iets
afgezwakt door te laten zien dat er ook andere
gezichtspunten.
Ontkenning De schrijver geeft de bewering weer en geeft aan
dat hij het er niet mee eens is.
Oorzaak In de alinea is beschreven waardoor iets is
ontstaan.
Opsomming De schrijver geeft een algemene beschrijving
waarmee hij een bepaald feit of verschijnsel
verklaart of voorspelt.
Theorie De schrijver geeft een algemene beschrijving
waarmee hij een bepaald feit of verschijnsel
verklaart of voorspelt.
Toelichting Een algemene stelling of theorie wordt nader
uitgelegd of toegelicht. De schrijver geeft onder
andere meer voorbeelden of meer gevolgen
Blok 1
Verbindingsmanieren:
Uitspraak-opsomming Ook, verder, bovendien, nog, daarnaast, niet
alleen…maar ook, ten eerste, ten tweede
Uitspraak-tegenstelling Maar, daarentegen, echter, integendeel,
enerzijds…anderzijds, daar staat tegenover
Uitspraak-voorbeeld Bijvoorbeeld, als voorbeeld, zoals, zo
Middel-doel Waarmee, daarmee, met dat doel, het doel is,
door middel van, om te…
Oorzaak-gevolg Daardoor, hierdoor, doordat, zodat, waardoor
Uitspraak-vergelijking Zoals, hetzelfde, dezelfde, in vergelijking met
Uitspraak-reden Daarom, want, omdat, namelijk
Uitspraak-conclusie Dus, concluderend, hieruit volgt
Uitspraak-samenvatting Kortom, samenvattend, al met al
Uitspraak-voorwaarde Mits, als, indien, tenzij, op voorwaarde dat
Blok 2
Functies van tekstgedeelten:
Bewijs De schrijver probeert met feiten de juistheid van
een theorie of stelling aan te tonen
Constatering De schrijver stelt iets vast, merkt iets op
Gevolgen De schrijver beschrijft de gevolgen die door een
bepaalde maatregel of een bepaald verschijnsel
zijn veroorzaakt.
Nuancering Een bewering of een standpunt. Wordt iets
afgezwakt door te laten zien dat er ook andere
gezichtspunten.
Ontkenning De schrijver geeft de bewering weer en geeft aan
dat hij het er niet mee eens is.
Oorzaak In de alinea is beschreven waardoor iets is
ontstaan.
Opsomming De schrijver geeft een algemene beschrijving
waarmee hij een bepaald feit of verschijnsel
verklaart of voorspelt.
Theorie De schrijver geeft een algemene beschrijving
waarmee hij een bepaald feit of verschijnsel
verklaart of voorspelt.
Toelichting Een algemene stelling of theorie wordt nader
uitgelegd of toegelicht. De schrijver geeft onder
andere meer voorbeelden of meer gevolgen