Contractsvrijheid, (rechts)handelingen, wilsvertrouwensleer, wilsontbreken
Overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling omdat er samenwerking van meerdere personen nodig
is om een overeenkomst tot stand te brengen
eenzijdige ongerichte rechtshandeling Eenzijdige gerichte rechtshandelingen
1 persoon is betrokken
VOORBEELD: Er is een ontvangst van de verklaring, van de
Opstellen van een testament omdat daarvoor een rechtshandeling, van een ander nodig. Anders
ontvang verklaring van de ander niet nodig is. De heeft de rechtshaandeling geen effect
toekomstige erfgenaam die je opneemt in je
testament hoeft niet op de hoogte te zijn van het VOORBEELD:
feit dat hij/zij is opgenomen in het testament. Opzegging van een huurovereenkomst
Boek 3 artikel 33 BW: “een rechtshandeling is op een rechtsgevolg gerichte wil is die zich die door een
verklaring heeft geopenbaard”
Voorbeeld huurovereenkomst:
De huurder A heeft de wil om het huis te huren en hij verklaard die wil aan de verhuurder. De verhuurder B
heeft de wil om het huis te verhuren voor een bepaalde prijs en dat verklaard de verhuurder B aan de
toekomstige huurder A.
, Feitelijke handelingen rechtshandelingen
Feitelijke handelingen en rechtshandelingen brengen beide een rechtsgevolg mee een bepaalde
wijziging in de juridische situatie
In het geval van feitelijke handelingen heeft de De partij heeft de rechtsgevolg wel beoogd en
partij dat rechtsgevolg niet beoogd, hij heeft niet heeft wel dat doel gehad
van te voren dat doel gehad
Voorbeeld huurovereenkomst:
De huurder en de verhuurder hebben het ontstaan van een huurrelatie beoogd. Zij hebben een
rechtsgevolg beoogd door het sluiten van een huurovereenkomst. Zij hebben dat gewild
4 leidende beginselen voor het aangaan va verbintenissen
Het verbintenissen recht wordt beheerst door 4 leidende verbintenissen:
1. Contractsvrijheid (afgeleid van het autonomiebeginsel)
Partijen zijn vrij om een overeenkomst aan te gaan met wie zij willen, met de inhoud die zij willen en
op het moment dat zij dat willen.
Het beginsel contractsvrijheid hangt samen met de autonomie van de individu
zelfbeschikkingsrecht. Dat betekent dat jij je als individu door het aangaan van overeenkomsten je
zelfstandig kunt ontwikkelen in de maatschappij.
2. Vormvrijheid (art. 3:37 lid 1 BW)
De verklaringen die jij doet kunt in iedere vorm beschieden, in beginsel.
Bv: je kunt schriftelijk je verklaring opschrijven maar ook mondeling.
Maar het kan ook in een gedraging besloten liggen. Bv: een handdruk bij het aangaan van een
overeenkomst of een hoofdknik.
De vorm waarin zo een overeenstemming gebeurd is in beginsel vrij.
3. Pacta sunt servanda (de verbindende kracht van de overeenkomst)
“belofte maakt schuld” dat betekend dat een overeenkomst in principe de door partijen
overeengekomen rechtsgevolgen heeft, en daar moet je je aan houden. Je moet doen wat je hebt
afgesproken
4. Relativiteitsbeginsel
De gemaakte afspraken gelden in principe alleen tussen die huurder en de verhuurder, tussen de
partijen bij een overeenkomst. Ze zijn relatief ze binden geen personen die geen partij zijn bij de
overeenkomst
Hoe komt de overeenkomst tot stand?