NOTENNAMEN :
Notenbalk
Als je een boek leest, lees je per regel.
Bij muziek is een NOTENBALK hetzelfde als een regel in een boek.
De notenbalk bestaat uit 5 horizontale lijnen.
Hieronder zie je een notenbalk afgebeeld:
De notenbalk bestaat dus uit 5 lijnen, die van onder naar boven genummerd zijn. Deze nummering
wordt overigens niet aangegeven.
Noten kunnen geplaatst worden OP en TUSSEN de lijnen.
Elke mogelijke plaats waar een noot kan staan zou STAM genoemd kunnen worden.
Als we op elke stam een noot plaatsen, dan vullen we de notenbalk met STAMTONEN.
Dat ziet er zo uit:
Nu zijn er ezelsbruggetjes om de notennamen te onthouden: Bepaal eerst of de noot een tussennoot of
een lijnnoot is: Schrijf ze over van het bord:
1. Is het een lijnnoot: gebruik het ezelsbruggetje: Een Goede Boer Die Fietst !
2. Is het een tussennoot: gebruik het ezelsbruggetje: FACE !
3. Is het geen lijnnoot of tussennoot?
4. Reken het dan uit vanaf de onderste of bovenste lijnnoot!
, Online oefenen: http://www.digischool.nl/mu/noten/m2_les2.shtml
Les 2 en de lessen die eronder staan
NOTENNAMEN nieuw
De notennamen van de witte toetsen van het keyboard ken je.
We gaan nu kijken naar de zwarte toetsen van het keyboard.
fis bes fis bes fis bes
c d e f g a b c d e f g a b c d e f g a b
Een kruis = verhoogt een noot (je speelt de zwarte toets rechts van de witte)
Een mol = verlaagt een noot (denk aan een mol; die zit onder de grond (omlaag, je speelt
de zwarte toets links van de witte)
Een herstellingsteken = maakt een kruis of een mol ongedaan.
Een F met een ervoor wordt fis (spreek uit ‘fies’)
Een C met een ervoor wordt cis (spreek uit ‘cies’)
Een G met een ervoor wordt gis (spreek uit ‘gies’)
Een B met een ervoor wordt bes
Een D met een ervoor wordt des
Een A met een ervoor wordt as
Een kruis of een mol geldt voor een hele maat (tenzij er natuurlijk een herstellingteken
staat) en alleen voor die noot (bv alleen de F wordt Fis)
Voorbeeld:
C cis fis C bes B fis F des as D