Communiceren hoofdstuk 3
Lichaamstaal is het oorspronkelijke signaleringssysteem van mensen vóór ze woorden ontwikkelden.
Pas halverwege de negentiende eeuw werd wetenschappelijke vooruitgang op dit gebied geboekt,
toen Darwin zijn observaties van lichaamstaal publiceerde (1872).
Shakespeare schreef dat redenaars twee toespraken tegelijk houden: die welke je hoort en die welke
je zit. Je kunt niet niet communiceren. Er is altijd non-verbaal gedrag en er zijn altijd anderen die
betekenis hechten aan je communicatie.
In Sense relaxation (1968) beschrijft Gunther non-verbale communicatie als volgt:
- Handen schudden
- Je lichaamshouding
- Gezichtsuitdrukkingen
- De klank van je stem
- Je haardracht
- Je kleren
- Hoe je kijkt
- Je glimlach
- Hoe dicht je bij anderen staat
- Hoe je luistert
- Je zelfvertrouwen
- Hoe je beweegt
- Hoe je staat
- Hoe je anderen aanraakt
Tenslotte communiceren we ook nog met objecten; dingen de we bezitten en tonen om te laten zien
wie we (willen) zijn. Dit laatste kun je ook objecttaal noemen.
Lichaamsstaal vertelt beter dan woorden wat je voelt: hoe je, je voelt, wat je voor andere mens voelt,
en wat je vindt van je eigen woorden en de situatie om je heen. Woorden geven de inhoud van een
boodschap aan, lichaamstaal een reeks gevoels- en relatieboodschappen.
Intuïtie
Rond het begrip ‘intuïtie’ hangt een wolk van misverstanden. Het zou een gave zijn die je wel of niet
hebt, en vooral vrouwen zouden het hebben. Tot recent hersenonderzoek aantoonde dat de linker-
en rechterhersenhelft (althans een deel hiervan) verschillende functies hebben. De linkerhelft
verwerkt wiskundige en logische processen, waaronder die van de taal. De rechterhelft herkent en
verwerkt totaalbeelden, patronen en dus non-verbale taal. Het intuïtieve herkennen van een gebaar
of gedragspatroon is dus eenvoudigweg het werk van de rechterhersenhelft. Daaraan werkt mee dat
dat non-verbale communicatie merendeels onbewust uitgezonden en verwerkt wordt, zodat we niet
precies weten waarop we onze indruk baseren.
,Vrouwen beschrijven mensen meer in termen van persoonlijkheid en tussenmenselijk gedrag.
Mannen doen dat meer met termen van rollen, prestaties en lichaamskenmerken. Vrouwen
onthouden namen beter. Onderzoekers verklaren dit uit de opvoeding, die het omgaan met relaties
benadrukt. Dat leidt tot een grotere sociale vaardigheid.
Vrouwen zijn openhartiger over hun gevoelens dan anderen. Anderen zijn openhartiger tegen hen
dan tegen mannen. Vrouwen weten dus meer over de mensen om hun heen.
Wat kunnen mensen met hun bezittingen uitdrukken? Objecten kunnen signalen zijn, soms alleen
voor de goede voorstaanders. Enkele voorbeelden:
1. Rijkdom- woning, meubels, auto;
2. Smaak- kleding, horloges, woning;
3. Status- rangindicaties, kleding, uniformen;
4. Beroep- kleding, gereedschap;
5. Kennis- boekenkasten, diploma’s, het soort krant;
Lichaamshouding kun je in vier gebieden indelen:
insluiting- uitsluiting (wie hoort bij elkaar, wie mag er niet bij horen)
dominantie- onderdanigheid
genegenheid- afkeer
gespannenheid- ontspannenheid
Veel gebaren hebben, net als woorden, wél een eenduidige betekenis voor een groepering mensen:
de zogenaamde embleemgebaren. Het kennen van de culturele achtergrond is nodig voor het
begrijpen van de lichaamstaal. Onbegrip bij het duiden van lichaamstaal is een belangrijke oorzaak
voor de kloof tussen rassen en volkeren.
De nadrukkelijkheid en volledigheid van gebaren hangen ook samen met de leeftijd. Wanneer een
kind liegt zal het met één of twee handen zijn mond bedekken. De tiener is subtieler en wrijft met de
vingers rond de mond. De volwassene reduceert de neiging om de mond te bedekken tot een gebaar
waar alleen kort de neus wordt aangeraakt. In jargon heet dit een verkort gebaar.
De open handpalm- staat voor eerlijkheid of onderwerping.
De verborgen handpalm- staat voor liegen (achter rug of in de zakken)
Handpalmen en macht- als iemand iets vraagt met naar boven gekeerde handpalm, is het een
verzoek. Keert hij de handpalm naar beneden is het een bevel.
De torenspits, vingertoppen van je handen tegen elkaar plaatsen- met holle handrug betekent dit
zelfvertrouwen. Met bolle handrug laat het een aandachtige, kritische houding zien.
In elkaar gevlochten vingers- dit is een frustratiegebaar, waarbij men zijn negatieve gevoelens
probeert in te houden.
In de handen wrijven- snel wrijven, voordeel voor de ander. Langzaam wrijven, voordeel voor jezelf.
Om vriendschappelijkheid uit te drukken: SOFTEN
Smile – glimlach
Open Posture – open houding
Forward Lean – leun naar voren
Touch – raak aan
, Eye Contact – oogcontact
Nod – knik
Het SOFTEN-gedrag heeft nog een ander positief effect. Als je uiterlijk een gevoel laat blijken, voel je
het zelf ook. Dit principe heet cognitieve consistentie.
Intieme zone - Alleen gevraagd betreden
(0-45 cm)
- Persoonlijke gesprekken
- Intimiteit
- Vechten
Persoonlijke zone - Meeste gesprekken
(45-120 cm)
- Geur en lichaamswarmte spelen geen
rol meer.
- Je kunt iemand aanraken, maar het
hoeft niet.
Sociale zone - Zakelijke gesprekken
(120-360 cm)
- Aankijken is een noodzaak, maar goed
te verdragen.
- We moeten contact opnemen of
groteten.
- Zomaar negeren is hier pijnlijk.
Publieke zone - Houden we aan voor mensen die we
(360-750 cm) niet willen ontmoeten.
- Publieke zaken: lesgeven, toneelspelen
en toespraken houden.
Lichaamstaal is het oorspronkelijke signaleringssysteem van mensen vóór ze woorden ontwikkelden.
Pas halverwege de negentiende eeuw werd wetenschappelijke vooruitgang op dit gebied geboekt,
toen Darwin zijn observaties van lichaamstaal publiceerde (1872).
Shakespeare schreef dat redenaars twee toespraken tegelijk houden: die welke je hoort en die welke
je zit. Je kunt niet niet communiceren. Er is altijd non-verbaal gedrag en er zijn altijd anderen die
betekenis hechten aan je communicatie.
In Sense relaxation (1968) beschrijft Gunther non-verbale communicatie als volgt:
- Handen schudden
- Je lichaamshouding
- Gezichtsuitdrukkingen
- De klank van je stem
- Je haardracht
- Je kleren
- Hoe je kijkt
- Je glimlach
- Hoe dicht je bij anderen staat
- Hoe je luistert
- Je zelfvertrouwen
- Hoe je beweegt
- Hoe je staat
- Hoe je anderen aanraakt
Tenslotte communiceren we ook nog met objecten; dingen de we bezitten en tonen om te laten zien
wie we (willen) zijn. Dit laatste kun je ook objecttaal noemen.
Lichaamsstaal vertelt beter dan woorden wat je voelt: hoe je, je voelt, wat je voor andere mens voelt,
en wat je vindt van je eigen woorden en de situatie om je heen. Woorden geven de inhoud van een
boodschap aan, lichaamstaal een reeks gevoels- en relatieboodschappen.
Intuïtie
Rond het begrip ‘intuïtie’ hangt een wolk van misverstanden. Het zou een gave zijn die je wel of niet
hebt, en vooral vrouwen zouden het hebben. Tot recent hersenonderzoek aantoonde dat de linker-
en rechterhersenhelft (althans een deel hiervan) verschillende functies hebben. De linkerhelft
verwerkt wiskundige en logische processen, waaronder die van de taal. De rechterhelft herkent en
verwerkt totaalbeelden, patronen en dus non-verbale taal. Het intuïtieve herkennen van een gebaar
of gedragspatroon is dus eenvoudigweg het werk van de rechterhersenhelft. Daaraan werkt mee dat
dat non-verbale communicatie merendeels onbewust uitgezonden en verwerkt wordt, zodat we niet
precies weten waarop we onze indruk baseren.
,Vrouwen beschrijven mensen meer in termen van persoonlijkheid en tussenmenselijk gedrag.
Mannen doen dat meer met termen van rollen, prestaties en lichaamskenmerken. Vrouwen
onthouden namen beter. Onderzoekers verklaren dit uit de opvoeding, die het omgaan met relaties
benadrukt. Dat leidt tot een grotere sociale vaardigheid.
Vrouwen zijn openhartiger over hun gevoelens dan anderen. Anderen zijn openhartiger tegen hen
dan tegen mannen. Vrouwen weten dus meer over de mensen om hun heen.
Wat kunnen mensen met hun bezittingen uitdrukken? Objecten kunnen signalen zijn, soms alleen
voor de goede voorstaanders. Enkele voorbeelden:
1. Rijkdom- woning, meubels, auto;
2. Smaak- kleding, horloges, woning;
3. Status- rangindicaties, kleding, uniformen;
4. Beroep- kleding, gereedschap;
5. Kennis- boekenkasten, diploma’s, het soort krant;
Lichaamshouding kun je in vier gebieden indelen:
insluiting- uitsluiting (wie hoort bij elkaar, wie mag er niet bij horen)
dominantie- onderdanigheid
genegenheid- afkeer
gespannenheid- ontspannenheid
Veel gebaren hebben, net als woorden, wél een eenduidige betekenis voor een groepering mensen:
de zogenaamde embleemgebaren. Het kennen van de culturele achtergrond is nodig voor het
begrijpen van de lichaamstaal. Onbegrip bij het duiden van lichaamstaal is een belangrijke oorzaak
voor de kloof tussen rassen en volkeren.
De nadrukkelijkheid en volledigheid van gebaren hangen ook samen met de leeftijd. Wanneer een
kind liegt zal het met één of twee handen zijn mond bedekken. De tiener is subtieler en wrijft met de
vingers rond de mond. De volwassene reduceert de neiging om de mond te bedekken tot een gebaar
waar alleen kort de neus wordt aangeraakt. In jargon heet dit een verkort gebaar.
De open handpalm- staat voor eerlijkheid of onderwerping.
De verborgen handpalm- staat voor liegen (achter rug of in de zakken)
Handpalmen en macht- als iemand iets vraagt met naar boven gekeerde handpalm, is het een
verzoek. Keert hij de handpalm naar beneden is het een bevel.
De torenspits, vingertoppen van je handen tegen elkaar plaatsen- met holle handrug betekent dit
zelfvertrouwen. Met bolle handrug laat het een aandachtige, kritische houding zien.
In elkaar gevlochten vingers- dit is een frustratiegebaar, waarbij men zijn negatieve gevoelens
probeert in te houden.
In de handen wrijven- snel wrijven, voordeel voor de ander. Langzaam wrijven, voordeel voor jezelf.
Om vriendschappelijkheid uit te drukken: SOFTEN
Smile – glimlach
Open Posture – open houding
Forward Lean – leun naar voren
Touch – raak aan
, Eye Contact – oogcontact
Nod – knik
Het SOFTEN-gedrag heeft nog een ander positief effect. Als je uiterlijk een gevoel laat blijken, voel je
het zelf ook. Dit principe heet cognitieve consistentie.
Intieme zone - Alleen gevraagd betreden
(0-45 cm)
- Persoonlijke gesprekken
- Intimiteit
- Vechten
Persoonlijke zone - Meeste gesprekken
(45-120 cm)
- Geur en lichaamswarmte spelen geen
rol meer.
- Je kunt iemand aanraken, maar het
hoeft niet.
Sociale zone - Zakelijke gesprekken
(120-360 cm)
- Aankijken is een noodzaak, maar goed
te verdragen.
- We moeten contact opnemen of
groteten.
- Zomaar negeren is hier pijnlijk.
Publieke zone - Houden we aan voor mensen die we
(360-750 cm) niet willen ontmoeten.
- Publieke zaken: lesgeven, toneelspelen
en toespraken houden.