Paradigma’s
Functionalisme-paradigma
- Consensus & structuur (macro)
- Socioloog Emile Durkheim
- Kernwoorden : functie + orde + stabiliteit
- De samenleving moet gezien worden als een functionerend systeem / organisme
waar binnen ieder domein zijn eigen functie heeft.
- Sociale cohesie als ‘bindmiddel’ van een samenleving en stimuleert de solidariteit.
Hoe denkt dit paradigma over (politieke) socialisatie?
- De identiteit van iemand is het product van een proces van overdracht.
- Rolverwachtingen worden overgedragen waardoor dominante waarden en normen
blijven voortbestaan.
- Het individu past zich aan volgens de dominante regels.
Hoe denkt dit paradigma over macht en gezag?
- Macht en gezag zijn positief en functioneel voor de samenleving.
- Een maatschappij kan bestaan door onder andere gezagvolle instituties, zoals het
onderwijs en de politie.
- Als instituties goed op elkaar afgesteld zijn, zorgen ze ervoor dat mensen ondanks
hun verschillen dezelfde waarden hebben.
Hoe denkt dit paradigma over conflict?
- Conflicten zijn niet ‘normaal’. De samenleving heeft continuïteit en een goede
samenwerking nodig.
- Wanneer relaties tussen verschillende ‘domeinen’ niet goed functioneren, ontstaan
er conflicten.
- Om maatschappelijke orde en harmonie te beschermen, moeten conflicten
vermeden worden.
Hoe denkt dit paradigma over binding?
- Functionalisten hechten waarde aan bindingen om het voortbestaan van systemen te
garanderen.
Hoe denkt dit paradigma over rationalisering?
- Functionalisten leggen de nadruk op de positieve aspecten, dus dat rationalisering
zorgde voor de ontwikkeling van de kapitalistische economie en daardoor ook zorgde
voor groeiende materiële welvaart.
- Organische solidariteit is gebaseerd op onderscheid en afhankelijkheid.
- Mechanische solidariteit is gebaseerd op gelijkvormigheid.
Hoe denkt dit paradigma over globalisering?
- Dit paradigma onderzoekt of globalisering zorgt voor het ontstaan van 1
wereldsysteem of voor allemaal kleine regionale subsystemen.
,Conflict-paradigma
- Conflict & structuur (macro)
- Historicus, filosoof en socioloog Karl Marx
- Kernwoorden : conflict + strijd + ongelijkheid
- De samenleving is continu in een (klassen)strijd tussen de hoge + bezittende klasse en
de lage + bezitloze klasse.
- Sociale ongelijkheid wordt in stand gehouden door machthebbers.
Hoe denkt dit paradigma over (politieke) socialisatie?
- Socialisatie heeft effect op de ongelijke verdeling van maatschappelijke posities.
- In het socialisatieproces worden drie vormen van kapitaal doorgegeven, namelijk
economisch (geld), sociaal (contacten en netwerk) en cultureel (kennis, waarden,
normen).
Hoe denkt dit paradigma over macht en gezag?
- Er wordt onderzocht welke individuen, groepen of instellingen de meeste macht
hebben en hoe het conflict om die machtsposities verloopt.
- Klassenconflicten zijn volgens Marx de oorsprong van conflict en machtsstrijd.
Hoe denkt dit paradigma over conflict?
- De samenleving is een arena waarin botsingen en conflicten plaatsvinden tussen
verschillende klassen en culturele groepen.
- Conflicten zijn een soort motor voor de vooruitgang.
Hoe denkt dit paradigma over binding?
- De afwezigheid van sociale cohesie zorgt voor meer conflicten.
- Elke groep heeft een tegengroep, waardoor bindingen ook altijd uitsluitend zijn.
Hoe denkt dit paradigma over rationalisering?
- Mensen worden in het arbeidsproces gezien als vervangbaar en als factoren om
rekening mee te houden.
- Mensen zijn het middel voor het doel van de kapitaal bezittende klasse, wat kan
leiden tot vervreemding.
Hoe denkt dit paradigma over globalisering?
- Er wordt onderzocht hoe globalisering ervoor zorgt dat machts- en
gezagsverhoudingen veranderen.
, Sociaalconstructivisme-paradigma
- Consensus & actor (micro)
- Historicus en socioloog Max Weber
- Kernwoorden : interactie + betekenis + symbolen
- Verklaren van gedrag door te interpreteren en te begrijpen.
- Mensen gedragen zich naar wat zij denken dat de waarheid is.
Hoe denkt dit paradigma over (politieke) socialisatie?
- Socialisatie is een ontwikkelingsproces van het individu.
- Individuen krijgen door een sociale, economische, politieke en culturele omgeving
symbolen en betekenisconstructies overgedragen die de sociale realiteit vormen.
Hoe denkt dit paradigma over macht en gezag?
- De vraag is wanneer en waarom wordt macht geaccepteerd en daarmee ook gezag.
- Menselijke relaties worden gekenmerkt door machts- en gezagsverhoudingen en de
beoordeling/acceptatie daarvan.
Hoe denkt dit paradigma over conflict?
- In het onderzoeken van conflicten wordt er gekeken naar het handelen van actoren
en hun gedrag.
Hoe denkt dit paradigma over binding?
- Er wordt veel aandacht geschonken aan de waardering en betekenis die actoren
ervaren voor de samenhang in een groep en samenleving.
- Er wordt gekeken naar in hoeverre mensen zich met elkaar identificeren.
Hoe denkt dit paradigma over globalisering?
- Er wordt gekeken vanuit de ervaring en de waarde die daaraan wordt toegekend
door actoren.