Samenvatting Media, Culture and Society
Hoofdstuk 1
Medium: draagt content over van het ene naar de andere, de bestemming.
Raymond Williams noemt twee definities van het woord ‘cultuur’:
- Het werk en praktische zaken van intellectuele en artistiekerige activiteiten (met name voor de
elite, moeilijke literatuur/kunst/muziek), maar ook de populaire cultuur zoals popmuziek en
populaire fictie of drama. ‘Cultuur is gewoon’.
- De manier waarop een groep of maatschappij zich gedraagt, met waarden, normen, identiteiten
en dergelijke
Twee tegenovergestelde benaderingen:
- Media society (denk aan politieke bias), shaping
- Society media (wat er in de media gebeurt is een selectieve reflectie van het echte leven),
mirroring
Een derde benadering is de middenweg: representation
- Society media representatie (media schenkt selectieve set van representaties en zijn dus
anders dan de echte wereld, daarom heeft de media de mogelijkheid om invloed te hebben op
de maatschappij)
Shannon and Weaver’s Model of communication
Information source transmitter ….. receiver destination
‘Noise’ heeft ook invloed (op de puntjes): dit maakt dat het ontvangen bericht wellicht iets anders is
dan het bericht dat werd gestuurd. Denk aan technische problemen (slechte verbinding), semantische
problemen (ontvanger begrijpt het bericht niet goed door vage inhoud) en effectieve problemen
(bericht faalt om de gewenste impact te hebben op de ontvanger).
Lasswell’s model
Who? Says what? In which channel? To whom? With what effect?
Op elke stap zitten wel dingen waarbij er complicaties kunnen optreden en het bericht anders wordt
ontvangen dan dat het werd verstuurd.
Dit model is beter dan die van S&W: meer proberen de ontwikkeling van media processen te begrijpen
en er wordt meer aan de culturele omgeving gedacht (in detail denken over de identiteit van de
verzender en de ontvanger van het bericht).
Daniel Chandler heeft kritiek op het model van Shannon en Weaver:
- Vraagt om verbetering van technische service, maar er is nog weinig begrijp van de bredere
werking van media in de maatschappij
- Het model gaat uit van een hypodermic syringe: het bericht wordt automatisch opgeslagen in
het geheugen van de ontvanger, op welke plek deze dan ook is. Maar ontvangers doen veel
meer dan dat!
- Het gaat niet uit van de mogelijkheid dat ontvangers wellicht directe invloed hebben op het
bericht door hun manier van feedback geven: interpersoonlijke communicatie.
- Er wordt geen rekening gehouden met de culturele omgeving
Kritiek op Lasswell’s model:
- Het is een beetje een reproductie van Shannon en Weavers model; lineair
- De rol van de ontvanger is en blijft toch passief in dit model, terwijl dit niet zo hoeft te zijn
Simplified model of the elements of media in socio-cultural contexts (zie p. 11).
Media technologies – denk aan tv (meerdere dingen tegelijk, meer op de achtergrond), boeken (volle
aandacht erop), de ‘in which channel’.
Media industry – welke zijn het, wat is de commerciële natuur van de invloed hebbende media, de
‘who’.
,Media content – programma’s, reclames, artikelen, muziekvideo’s, de ‘what’.
Media users – wie gebruikt het, grotere omvang dan de ‘who’.
Hoofdstuk 2
Marshall McLuhan – the medium is the message.
Hier bedoelt hij mee dat het medium belangrijker is dan het bericht. Alleen kijken naar de content van
specifieke programma’s is dus onnozel. Het gaat om het feit dat verscheidene manieren van
communicatie mogelijk kunnen worden gemaakt. We kunnen door de hele wereld heen communiceren
via elektronische media. McLuhan zegt dan ook dat we steeds meer een ‘global village’ bewonen.
Hij maakt een scheiding tussen hot media (high-definition, grote hoeveelheid info, vraagt meeste
aandacht, denk aan boeken/radio/krant) en cool media (lage hoeveelheid info, vraagt minder aandacht,
denk aan televisie).
Geprinte media ziet hij als hot media, vanwege de vele aandacht die je aan een boek geeft. Lineaire
organisatie, intense detail, individuele isolatie.
Elektronische media is cool media, er is minder specifieke aandacht voor de tv, geen individuele
isolatie meer, decentralisatie, multidirectioneel.
McLuhan ziet een positieve invloed van sociale media.
Postman ziet het niet als een positieve invloed. Het hoge concentratielevel dat men eerst had bij de
traditionele media zag hij als rationeel en geïnformeerd. Nu is dit concentratielevel een stuk gedaald.
De Telegraph (snelheid en op groter geografisch gebied) en de foto’s als deel van de krant kunnen
volgens Postman worden gezien als een heroriëntatie van de massamedia naar lege spektakels:
nutteloze informatie. Televisie is nog het meest verschrikkelijk. Er is totaal geen diepgang en de
inhoud van de beelden gaat ten onder aan de visuele interesses die men heeft.
Ook Mander heeft kritiek op de tv. Er wordt te veel nadruk gelegd op korte en sappige inhoud met een
focus op stijl, presentatie en entertainment. Televisie is een hiërarchische, eendimensionale manier van
communicatie die een kleine elite macht geeft om te laten zien wat ze willen aan de grote passieve
menigte.
McLuhan heeft wel een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden: (technologie = goed)
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Een hot media kan ook coole elementen bevatten en andersom
- Cinema ziet hij als hot en televisie als cool, terwijl ze toch best op elkaar lijken
- Hij geeft er geen aandacht aan: we moeten én het bericht én het medium onderzoeken én de
context van mediagebruikers
Postman heeft een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden:
- Ziet technologie als iets slechts
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Teveel focus op VS; te weinig culturele context
Mander heeft een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden:
- Zegt: Televisie heeft technische biases geen mogelijkheid tot reguleren geen
mogelijkheid tot tvproductie met ook maar enkele waarde
- Ziet technologie als iets slechts
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Teveel focus op VS; te weinig culturele context
, Perspectief tegenover het technologisch determinisme:
Technologieën moeten worden gezien als voorwerpen waar mensen wel degelijk invloed op hebben.
Een schep kan worden gebruikt om een gat te graven, maar ook om even op te leunen en als
verdedigingswapen.
Ook kan de context wel degelijk een invloed hebben op gebruik van de technologie.
Om het belang van de context waarin de technologieën zich bevinden goed te kunnen onderzoeken,
moeten we kijken naar het zogeheten ‘circuit of culture’.
Productie – institutionele en sociale omstandigheden waarin een technologie is ontwikkeld
Representatie – media betogen over de technologie
Regulatie – verschillende vormen van controle door de overheid op het construeren van technologieën
Consumptie – context waarin gebruikers de technologieën gebruiken
Identiteit – de consumptie hangt weer samen met de individuele en collectieve betrokkenheid
Massa media (grote groep) – interpersoonlijk (individu)
Synchroon met de tijd – asynchroon met de tijd
Eendimensionaal – interactief
Internet en digitale media zijn op verschillende punten anders dan andere vormen van massa media:
- Convergence: door digitalisatie kan tekst, beeld, muziek, spraak en video allemaal worden
verspreid ipv één van de eerder genoemden.
- Interactivity: je kunt dingen plaatsen en lezen tegelijk ipv één van de twee
- Mobility: we worden steeds mobieler en kunnen naar de hele wereld communiceren als we dat
willen
Verschillende theoristen hebben dus verschillende meningen over het internet.
In ieder geval zegt Rheingold dat de technische capaciteiten van het internet wel oke zijn, maar dat het
ideale en optimale van het internet er nog niet is. We moeten dus voorzichtig zijn met de uitroepen die
anderen zeiden over de impact van het internet.
Hoofdstuk 3
Culture industry – culturele goederen werden op grote schaal gedistribueerd.
Politiek-economisch perspectief zegt dat mediatechnologieën en hun inhoud worden geconstrueerd
door de structuur van de media-industrie. De media-industrie wordt gezien als een product van het
grote politiek-economische systeem waarin het opereert. Bekijkt de link tussen de controle van de
media door de machtige kleine groep en toename van het ongelijke systeem.
Kritisch-politiek-economische perspectief kijkt expliciet naar de ongelijkheden in
machtsverhoudingen binnen het politieke systeem en hoe deze worden toegepast in ‘ownership’ en
controle van de media.
Media bestaat uit verschillende mediums. Je kunt ze horizontaal onderscheiden; denk aan tv, internet,
krant ed. In elke sector kun je ze nog weer verticaal onderscheiden; denk aan studio, productie, cinema
binnen in de filmindustrie.
Ook kun je non-profit en profit bedrijven van elkaar onderscheiden.
Acquire money to make programs en make programs to acquire money.
Overnames worden constant gedaan in de media-industrie, er zijn verschillende te onderscheiden:
- Uitbreiding binnen de bestaande sector: het ene bedrijf neemt het andere rivaliserende bedrijf
in zich op.
- Uitbreiding door sectoren heen (horizontale integratie): ander bedrijf overnemen en daarmee
je portfolio door verschillende mediasectoren heen verbreden. Een voordeel is dat je een
product op verschillende sectoren tegelijkertijd aan kunt bieden.
Hoofdstuk 1
Medium: draagt content over van het ene naar de andere, de bestemming.
Raymond Williams noemt twee definities van het woord ‘cultuur’:
- Het werk en praktische zaken van intellectuele en artistiekerige activiteiten (met name voor de
elite, moeilijke literatuur/kunst/muziek), maar ook de populaire cultuur zoals popmuziek en
populaire fictie of drama. ‘Cultuur is gewoon’.
- De manier waarop een groep of maatschappij zich gedraagt, met waarden, normen, identiteiten
en dergelijke
Twee tegenovergestelde benaderingen:
- Media society (denk aan politieke bias), shaping
- Society media (wat er in de media gebeurt is een selectieve reflectie van het echte leven),
mirroring
Een derde benadering is de middenweg: representation
- Society media representatie (media schenkt selectieve set van representaties en zijn dus
anders dan de echte wereld, daarom heeft de media de mogelijkheid om invloed te hebben op
de maatschappij)
Shannon and Weaver’s Model of communication
Information source transmitter ….. receiver destination
‘Noise’ heeft ook invloed (op de puntjes): dit maakt dat het ontvangen bericht wellicht iets anders is
dan het bericht dat werd gestuurd. Denk aan technische problemen (slechte verbinding), semantische
problemen (ontvanger begrijpt het bericht niet goed door vage inhoud) en effectieve problemen
(bericht faalt om de gewenste impact te hebben op de ontvanger).
Lasswell’s model
Who? Says what? In which channel? To whom? With what effect?
Op elke stap zitten wel dingen waarbij er complicaties kunnen optreden en het bericht anders wordt
ontvangen dan dat het werd verstuurd.
Dit model is beter dan die van S&W: meer proberen de ontwikkeling van media processen te begrijpen
en er wordt meer aan de culturele omgeving gedacht (in detail denken over de identiteit van de
verzender en de ontvanger van het bericht).
Daniel Chandler heeft kritiek op het model van Shannon en Weaver:
- Vraagt om verbetering van technische service, maar er is nog weinig begrijp van de bredere
werking van media in de maatschappij
- Het model gaat uit van een hypodermic syringe: het bericht wordt automatisch opgeslagen in
het geheugen van de ontvanger, op welke plek deze dan ook is. Maar ontvangers doen veel
meer dan dat!
- Het gaat niet uit van de mogelijkheid dat ontvangers wellicht directe invloed hebben op het
bericht door hun manier van feedback geven: interpersoonlijke communicatie.
- Er wordt geen rekening gehouden met de culturele omgeving
Kritiek op Lasswell’s model:
- Het is een beetje een reproductie van Shannon en Weavers model; lineair
- De rol van de ontvanger is en blijft toch passief in dit model, terwijl dit niet zo hoeft te zijn
Simplified model of the elements of media in socio-cultural contexts (zie p. 11).
Media technologies – denk aan tv (meerdere dingen tegelijk, meer op de achtergrond), boeken (volle
aandacht erop), de ‘in which channel’.
Media industry – welke zijn het, wat is de commerciële natuur van de invloed hebbende media, de
‘who’.
,Media content – programma’s, reclames, artikelen, muziekvideo’s, de ‘what’.
Media users – wie gebruikt het, grotere omvang dan de ‘who’.
Hoofdstuk 2
Marshall McLuhan – the medium is the message.
Hier bedoelt hij mee dat het medium belangrijker is dan het bericht. Alleen kijken naar de content van
specifieke programma’s is dus onnozel. Het gaat om het feit dat verscheidene manieren van
communicatie mogelijk kunnen worden gemaakt. We kunnen door de hele wereld heen communiceren
via elektronische media. McLuhan zegt dan ook dat we steeds meer een ‘global village’ bewonen.
Hij maakt een scheiding tussen hot media (high-definition, grote hoeveelheid info, vraagt meeste
aandacht, denk aan boeken/radio/krant) en cool media (lage hoeveelheid info, vraagt minder aandacht,
denk aan televisie).
Geprinte media ziet hij als hot media, vanwege de vele aandacht die je aan een boek geeft. Lineaire
organisatie, intense detail, individuele isolatie.
Elektronische media is cool media, er is minder specifieke aandacht voor de tv, geen individuele
isolatie meer, decentralisatie, multidirectioneel.
McLuhan ziet een positieve invloed van sociale media.
Postman ziet het niet als een positieve invloed. Het hoge concentratielevel dat men eerst had bij de
traditionele media zag hij als rationeel en geïnformeerd. Nu is dit concentratielevel een stuk gedaald.
De Telegraph (snelheid en op groter geografisch gebied) en de foto’s als deel van de krant kunnen
volgens Postman worden gezien als een heroriëntatie van de massamedia naar lege spektakels:
nutteloze informatie. Televisie is nog het meest verschrikkelijk. Er is totaal geen diepgang en de
inhoud van de beelden gaat ten onder aan de visuele interesses die men heeft.
Ook Mander heeft kritiek op de tv. Er wordt te veel nadruk gelegd op korte en sappige inhoud met een
focus op stijl, presentatie en entertainment. Televisie is een hiërarchische, eendimensionale manier van
communicatie die een kleine elite macht geeft om te laten zien wat ze willen aan de grote passieve
menigte.
McLuhan heeft wel een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden: (technologie = goed)
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Een hot media kan ook coole elementen bevatten en andersom
- Cinema ziet hij als hot en televisie als cool, terwijl ze toch best op elkaar lijken
- Hij geeft er geen aandacht aan: we moeten én het bericht én het medium onderzoeken én de
context van mediagebruikers
Postman heeft een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden:
- Ziet technologie als iets slechts
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Teveel focus op VS; te weinig culturele context
Mander heeft een aantal punten waar kritiek op gegeven kan worden:
- Zegt: Televisie heeft technische biases geen mogelijkheid tot reguleren geen
mogelijkheid tot tvproductie met ook maar enkele waarde
- Ziet technologie als iets slechts
- Is een technologisch determinist; technologie wordt op deze manier gebruikt en gaat altijd
dezelfde weg. De mens heeft niet veel invloed erop.
- Teveel focus op VS; te weinig culturele context
, Perspectief tegenover het technologisch determinisme:
Technologieën moeten worden gezien als voorwerpen waar mensen wel degelijk invloed op hebben.
Een schep kan worden gebruikt om een gat te graven, maar ook om even op te leunen en als
verdedigingswapen.
Ook kan de context wel degelijk een invloed hebben op gebruik van de technologie.
Om het belang van de context waarin de technologieën zich bevinden goed te kunnen onderzoeken,
moeten we kijken naar het zogeheten ‘circuit of culture’.
Productie – institutionele en sociale omstandigheden waarin een technologie is ontwikkeld
Representatie – media betogen over de technologie
Regulatie – verschillende vormen van controle door de overheid op het construeren van technologieën
Consumptie – context waarin gebruikers de technologieën gebruiken
Identiteit – de consumptie hangt weer samen met de individuele en collectieve betrokkenheid
Massa media (grote groep) – interpersoonlijk (individu)
Synchroon met de tijd – asynchroon met de tijd
Eendimensionaal – interactief
Internet en digitale media zijn op verschillende punten anders dan andere vormen van massa media:
- Convergence: door digitalisatie kan tekst, beeld, muziek, spraak en video allemaal worden
verspreid ipv één van de eerder genoemden.
- Interactivity: je kunt dingen plaatsen en lezen tegelijk ipv één van de twee
- Mobility: we worden steeds mobieler en kunnen naar de hele wereld communiceren als we dat
willen
Verschillende theoristen hebben dus verschillende meningen over het internet.
In ieder geval zegt Rheingold dat de technische capaciteiten van het internet wel oke zijn, maar dat het
ideale en optimale van het internet er nog niet is. We moeten dus voorzichtig zijn met de uitroepen die
anderen zeiden over de impact van het internet.
Hoofdstuk 3
Culture industry – culturele goederen werden op grote schaal gedistribueerd.
Politiek-economisch perspectief zegt dat mediatechnologieën en hun inhoud worden geconstrueerd
door de structuur van de media-industrie. De media-industrie wordt gezien als een product van het
grote politiek-economische systeem waarin het opereert. Bekijkt de link tussen de controle van de
media door de machtige kleine groep en toename van het ongelijke systeem.
Kritisch-politiek-economische perspectief kijkt expliciet naar de ongelijkheden in
machtsverhoudingen binnen het politieke systeem en hoe deze worden toegepast in ‘ownership’ en
controle van de media.
Media bestaat uit verschillende mediums. Je kunt ze horizontaal onderscheiden; denk aan tv, internet,
krant ed. In elke sector kun je ze nog weer verticaal onderscheiden; denk aan studio, productie, cinema
binnen in de filmindustrie.
Ook kun je non-profit en profit bedrijven van elkaar onderscheiden.
Acquire money to make programs en make programs to acquire money.
Overnames worden constant gedaan in de media-industrie, er zijn verschillende te onderscheiden:
- Uitbreiding binnen de bestaande sector: het ene bedrijf neemt het andere rivaliserende bedrijf
in zich op.
- Uitbreiding door sectoren heen (horizontale integratie): ander bedrijf overnemen en daarmee
je portfolio door verschillende mediasectoren heen verbreden. Een voordeel is dat je een
product op verschillende sectoren tegelijkertijd aan kunt bieden.