Week 1: Inleiding Burgerlijk procesrecht + Bevoegdheid
VERSCHIL DAGVAARDING EN VERZOEKSCHRIFT, BEGINSELEN BURGERLIJK
PROCESRECHT
Wanneer spreken we van een ‘dagvaarding’ en wanneer van een ‘verzoekschrift’?
Verzoekschrift = Een verzoekschrift is een schriftelijke oproep waarmee een procedure voor de
rechter gestart wordt. In een verzoekschriftprocedure heet de verzoekende partij verzoeker en de
wederpartij verweerder/belanghebbende. Een uitspraak in een verzoekschriftprocedure noemen we
een beschikking.
● We gebruiken een verzoekschrift als uit de wet voortvloeit dat het gaat om een
verzoekschrift (vb. door gebruik van de woorden: ‘verzocht’, ‘verzoekschrift’, ‘op verzoek van’,
etc.) (art. 261 lid 2 Rv).
Dagvaarding = Een dagvaarding is een oproep waarmee een procedure voor de rechter gestart
wordt. In een dagvaardingsprocedure heet de verzoekende partij eiser en de wederpartij gedaagde.
Een uitspraak in een dagvaardingsprocedure noemen we een vonnis.
● We gebruiken een dagvaarding als niet uit de wet voortvloeit dat de aangewezen
rechtsgang een verzoekschrift is (art. 78 Rv).
Wat te doen bij verkeerde rechtsingang?
Als je een procedure begint met een verzoekschrift, terwijl dat een dagvaarding had moeten zijn (of
andersom), dan treedt art. 69 Rv in werking. Dit noemen we de wisselbepaling. De rechter geeft je
via dit artikel een herstelmogelijkheid.
In art. 70 Rv krijg je de gelegenheid om daar waar het onduidelijk is welke rechter je moet hebben
(civiel- of bestuursrecht), de bestuursrechtelijke procedure te voeren. Als een bestuursrechtelijke
rechtsgang openstaat, moet die ook worden gevolgd. Dit is de afbakening met het
bestuurs(proces)recht.
Beginselen van het burgerlijk procesrecht
De beginselen van het burgerlijk procesrecht vloeien o.a. voort uit art. 6 EVRM. De beginselen zijn:
● Recht op toegang tot de (civiele) rechter
● Onpartijdig en onafhankelijk gerecht
○ Onafhankelijk ten opzichte van andere staatsmachten (Trias Politica, art. 116 en 117
Gw).
○ Onpartijdig, zowel subjectief als objectief (Register van nevenfuncties, mogelijkheid
tot wraking en verschoning bij schijn van partijdigheid (art. 36 e.v. Rv).
● Recht op eerlijke behandeling
○ Hoor en wederhoor (art. 19 Rv) [Schook/Vergeer: Feiten die niet van algemene
bekendheid zijn en verkregen zijn door niet-officiële bezichtiging mogen niet worden
meegewogen in het oordeel van de rechtbank, zonder dat partijen niet in de gelegenheid zijn
gesteld om zich uit te laten.]
■ Komt tot uiting in art. 85 en 149 Rv
○ Processuele gelijkheid (equality of arms)
○ Motivering beslissing (art. 121 Gw; art. 30 Rv)
● Behandeling en uitspraak in het openbaar (art. 27 Rv; art. 29 lid 1 Rv)
● Resultaat binnen redelijke termijn [Eisers/Gemeente de Bilt: Verstrijken redelijke termijn
hangt af van de aard, ingewikkeldheid en het belang van de zaak en het gedrag van partijen.]
, INTERNATIONALE BEVOEGDHEID, ABSOLUTE EN RELATIEVE BEVOEGDHEID,
KANTONZAKEN
Bij rechtsmacht gaat het over de vraag of de rechter bevoegd is om over een geschil te beslissen.
Aan de hand van de ABG-casus wordt deze bevoegdheid uitgelegd.
ABG-casus
In België woont een Amerikaan die jegens mij een onrechtmatige daad begaat in Groningen. Ik lijd
schade.
Schema - Welk territorium m.b.t. rechtsmacht is van toepassing?
1. Materieelrechtelijke vraag: Heb ik aanspraak op vergoeding (tegen de Amerikaan)?
● Ja, ik heb aanspraak op een vergoeding, want d.m.v. art. 6:162 BW (onrechtmatige
daad) ontstaat er een verbintenis tot schadevergoeding aan mij.
● Nee, ik heb geen aanspraak op een vergoeding.
2. Procesrechtelijke vraag: Bij welke rechter moet ik procederen (de Nederlandse, de
Belgische of de Amerikaanse)?
● Wat is woonplaats resp. verblijfplaats van de gedaagde/verweerder?
○ Art. 1 Rv: De wereld is te verdelen in drie ‘territoria’ en het territorium waarin
de gedaagde/verweerder woont is van toepassing.
1. Territorium 1: Land van de Europese Unie
2. Territorium 2: Land waar de Europese Unie nauwe banden mee
heeft (Noorwegen, Zwitserland, IJsland)
3. Territorium 3: Gedaagde woont elders
Territorium 1: Land van de Europese Unie
De belangrijkste regelen m.b.t. het territorium ‘land van de Europese Unie’ zijn Brussel I
bis-Verordening over burgerlijke en handelszaken (art. 1 lid 1 Brussel I bis) en Brussel II
bis-Verordening over huwelijkszaken (scheidingsrecht).
[1] Werkingssfeer of materieel toepassingsgebied (artikel 1 Brussel I bis-Verordening)
1. Gedaagde woont in [land] in de Europese Unie.
2. Valt dit geschil onder het materiële toepassingsgebied van de Brussel I
bis-Verordening (burgerlijke of handelszaak)?
● Ja, Brussel I bis-Verordening is van toepassing.
● Nee, Brussel I bis-Verordening is niet van toepassing.
3. Is een uitzondering van art. 1 lid 2 Brussel I bis aan de orde?
● Ja, Brussel I bis-Verordening is niet van toepassing.
● Nee, Brussel I bis-Verordening is van toepassing.
[2] Hoofdregel internationale bevoegdheid (artikel 4 Brussel I bis-Verordening)
De hoofdregel met betrekking tot internationale bevoegdheid is dat de rechter bevoegd is ten aanzien
van de gedaagde die zijn woonplaats heeft op het grondgebied van de staat, ongeacht hun
nationaliteit (art. 4 Brussel I bis-Verordening).
[3] Alternatieve fora (artikel 7 en 8 Brussel I bis-Verordening)
In artikel 5 Brussel I bis-Verordening wordt gezegd dat een persoon die woonplaats heeft op het
grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie in een andere lidstaat voor andere gerechten kan
worden geroepen. Art. 7 Brussel I bis biedt dus een alternatief voor een ander gerecht. Zo biedt art.
7 lid 3 Brussel I bis een alternatief ten aanzien van een geschil waar het gaat om een onrechtmatige
daad: bij een onrechtmatige daad is het alternatief het gerecht van de plaats waar het feit zich heeft
voorgedaan.In [Fiona/Shevill] werd een vordering bij de Engelse rechter ingesteld, terwijl het ging om
een gedagvaarde Fransman. Is hier art. 7 Brussel I bis van toepassing? Het Hof maakt onderscheid