Tijd van burgers en stoommachines (1800 -
1900)
Tijd van wereldoorlogen (1900 - 1950)
Kenmerkende aspecten:
8. Tijd van burgers en stoommachines
1. De moderne vorm van imperialisme die in verband hield met de
industrialisatie.
2. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme.
9. Tijd van wereldoorlogen
1. Het voeren van twee wereldoorlogen (in dit hoofdstuk: 1e wereldoorlog)
2. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door
massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij
de oorlogvoering.
Hoofdvraag:
- Wat waren de oorzaken en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog?
, Par 3.1 Je eigen volk en je eigen land
- Deelvraag: Waarom zochten de grote Europese mogendheden rond 1900
bondgenoten?
Een volk, een land, een regering
Duitsland was lang machteloos. In 19e eeuw ontstonden nationale bewegingen
(mensen streefden naar eigen volk, land en regering) → uit angst voor machtsverlies
blokkeerde Duitse vorsten het streven. Volgens kanselier (premier) Otto von
Bismarck kon Duitsland alleen herenigd worden door oorlog.
Pruisen versloeg Denemarken → Oostenrijkse leger kreeg Sleeswijk + Holstein →
Duitse staatjes sloten zich bij Pruisen aan.
1870: Frankrijk verklaarde oorlog met Pruisen → Duitsers wonnen oorlog in Sedan,
Parijs, Versailles → Franken wilde wraak nemen.
Industrie en wapenwedloop
Duitsers vonden zichzelf beste volk (nationalisme) → ze bouwde spoorwegen,
kanalen en wegen. Duitsland moest modern industrieland worden. Engeland was
modern door Industriële Revolutie.
Duitsland wilde meer koloniën en deed mee om grootste koloniale wereldrijk te
worden (modern imperialisme) → Fransen werden bang.
Duitse staalproductie groeide heel hard. Willem II bouwde oorlogsvloot → Engelsen
produceerden 1e moderne slagschip (‘dreadnought’ = ‘durfal’) met stoommachines,
bepantsering en kanonnen.
Veelvolkerenstaten
= staten met meerdere volkeren (met verschillende talen) onder één regering (bijv.:
Oostenrijk-Hongarije, tsaristisch Rusland en Osmaanse/Turkse Rijk).
In 1866 kregen Hongaren zelfbestuur → Hongaren bleven wel dezelfde keizer
erkennen → Oostenrijk-Hongarije was ‘dubbelmonarchie’.
Hongarije verloor gebieden:
- aan Pruisen
- aan Italië (Venetië en Lombardije)
Hongarije bezette Bosnië-Herzegovina → 2 problemen: Bosniërs waren moslims,
Servische Bosniërs wilde bij Servië horen.
Sultan Istanboel regeerde over Zuidoost-Europa (met vele bevolkingsgroepen, bijv.
joden en christenen). In 19e eeuw viel Osmaanse Rijk uiteen.
Russische keizerrijk was gigantisch: van Oostzeekust to Beringstraat (uiterste
oosten) → veel soorten volkeren → veelvolkerenstaat.