Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Psychologische stromingen

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
8
Geüpload op
05-11-2014
Geschreven in
2014/2015

Korte samenvatting met alle belangrijke elementen van de psychologische stromingen. Aan het eind staat nog een kort overzicht van de belangrijkste punten van alle stromingen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Psychodynamische stroming
Problemen (van vroeger) worden gezien als stagnatie in de ontwikkeling.

Psychoanalyse  Sigmund Freud (1656 – 1939)

Visie: Onbewuste bewust maken

Behandelde patiënten met Hysterie; lichamelijke verschijnselen zonder verklaring (Conversie-
stoornis) Problemen verdwenen volgens Freud bij het herinneren van emotionele weggedrukte
gebeurtenissen.

Freud gebruikte Hypnose (Anna O.): Het terughalen van herinneringen
en vrije associatie: ontspannen liggen op een divan.

Freud vindt dat alles een betekenis heeft.

Duiden: iets van betekenis voorzien

4 modellen ‘de Wolf’ 2002

- Driftmodel: verdrongen problemen uit de kindertijd. Terug te voeren op agressieve en
seksuelen driften
- Objectrelatiemodel: Nadruk op 1e relaties en op de manier waarop de relaties deel van ons
zijn geworden ‘verinnerlijkt’
- Zelf psychologischmodel: aandacht naar tekorten (aandacht)
- Interactioneel model: nadruk op interpsychisch (tussen mensen). Dit model heeft
raakvlakken met systeemtheorie en cognitieve. Door de diepgang hoort het bij psycho.

Driftmodel

Levensdrift: ‘eros’
Doodsdrift ‘thanatos’

ID (ES): driften  behoefte en bevrediging. Bij blokkeren raken we gefrustreerd, ziek of gestoord.

EGO (ICH): Mediator  Moet de baas worden over ES

SUPEREGO (UBER-ICH): Ideaal  geboden en verboden, geweten, ideaal willen zijn.

Ontwikkelingsfasen:

- Orale fase (baby)  via mond, gericht op aandacht
- Anale fase (peuter)  macht krijgen over ontlasting, eigen wil ontwikkelen (peuterpubertijd)
- Fallische fase (kleuter)  seksverschil. Meisje – papa, jongen – mama (oedipuscomplex).
Later meisje penisnijd, jongen papa imiteren.
- Latentiefase (basisschool)  rustige fase, balans es, ego en superego
- Genitale fase (puber)  hormonen werken, conflicten tussen es en superego.

,Anna Freud onderzocht afweermechanismen:

- Verdringing  gevoelens wegstoppen maar blijven onbewust aanwezig. Uit zich in dromen
of lichamelijke klachten.
- Reactieformatie  Gevoel wegstoppen, omzetten naar iets positiefs (overdreven positief)
- Isolering  ervaringen worden niet tot het gevoel toegelaten (trauma’s)
- Intelectualisering  Gevoel wegpraten. Omheendraaien met complexe woorden.
- Projectie  angsten of gevoelen projecteren op iets. Bijvoorbeeld een zin dat op een ander
slaat maar eigenlijk over jezelf gaat.
- Splitsing  niks is goed of slecht. Veilige weg.
- Rationalisatie  Impuls die eigenlijk wordt afgekeurd toch uitleven en goedpraten
- Verplaatsing  uiten op iemand anders.
- Sublimatie  Op een goede manier afreageren. Bij woede gaan boksen
- Afweer en weerstand  afweer is afweren van gevoelens, weerstand is verzet tegen
therapie of gesprek over eigen functioneren.

Overdracht: beleven van gevoelens die bij een ander horen

Tegen overdracht: Iets wat oproept bij de therapeut

Fixatie: Blijven steken, vasthechten aan gebeurtenis

Regressie: terugval van vroegere gebeurtenis

Cognitieef- gedragstherapeutische benadering
Niet teveel achterom kijken, meer focus op het gedrag i.p.v. gevoel.

Wortels ervan zijn Behaviourisme en cognitieve psychologie(ziet de mens als een
informatiewerkend systeem. Ons gedrag wordt beïnvloed door een interne software (gedachten) die
bepaalde interpretaties genereert voor datgene wat we meemaken, gericht op waarneembaar
gedrag)

Attributies:

Het toeschrijven van een gebeurtenis aan een bepaalde oorzaak. (Abrahamson van der Molen, 1997).

- Stabiel: oorzaak permanent aanwezig, instabiel: tijdelijk aanwezig
- Intern: oorzaak op jezelf betrekken, extern: richten op omgeving of iemand anders
- Globaal: iets vinden zonder specifiek te kijken, specifiek: Nadenken over de gebeurtenis en er
zelf iets mee doen/denken.

Locus of control (van Beemen, 1995) Interne locus: controlepunt leggen over hetgene dat je
meemaakt, externe: denken dat je er niks aan kunt doen.

Gedragstherapie:

Cliënt ander gedrag aan of afleren.

, Exposure:

Blootstellen aan datgene waar je bang of benauwd voor bent.

In vivo: In het echte leven opzoeken waar je bang voor bent
In vitro: Kunstmatig aan je angst werken

Vormen van leren:

Klassieke conditionering Ivan Pavlov (1849-1958) John B. Watson (1878-1958)
Reflexmatig en associatief leren. Gedrag aanleren door middel van een stimulus.

OCS (voedsel)  OCR (speeksel)
OCS (voedsel) + CS (bel)  OCR (speeksel)
CS (bel)  CR (Speeksel)

Operante conditionering Skinner (1904-1990)
freguentie toe laten nemen afhankelijk van het gevolg van het gedrag. Bij belonen neemt het gedrag
toe, bij straffen ook.

Verschillende technieken: Belonen, straffen en shaping.

Model-leren Albert Bandura (1925)
Leren door imitatie. Mensen nemen gedrag over van anderen die aantrekkelijk zijn, status hebben of
waarmee ze zich kunnen identificeren.

Cognitieve psychologie (Sanders, 1984)
cognitieve zaken zoals aandacht, geheugen en waarneming zijn verschillend bij mensen met
verschillende problemen en leiden tot eenzijdige cognities(gedachten). Ongezonde manieren van
denken omzetten in functionele manieren van denken. Als denken tegelijk wordt aangepakt met
doen geeft dat het beste resultaat.

Disfunctionele basisgedachten:
Emotionele problemen, gedragsprobleme en stoornissen ontstaan volgens de visie door slecht
aangepaste disfunctionele cognitieve schema’s. ‘ik moet door iedereen aardig gevonden worden’ is
een niet haalbare irrationele disfunctionele gedachte. Hierdoor emotie en woede en wordt het een
vicieuze cirkel.

Albert Ellis en Aaron Beck:
Grondleggers cognitieve therapie. Ze merkten dat inzicht en herbeleving van probleem niet
voldoende was. Denkprogramma van het hier en nu bijstellen. Ellis richte zich op irrationele
gedachtes en Beck op onderliggende cognitieve basisschema’s bij een depressie. Rationeel-Emotieve-
Therapie; Clienten bewust maken van automatische gedachten en huiswerkopdrachten om de
gedachten bij te stellen.

ABC schema:
A: aanleiding, gebeurtenis. B: Datgene wat je denkt, opvattingen. C:de gevolgen.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
5 november 2014
Aantal pagina's
8
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Shafidder

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Shafidder Hogeschool Windesheim
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
2
Laatst verkocht
10 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen