COGNITIEVE PSYCHOLOGIE college 1: Inleiding
Hoofdstukken 1 en 2
1. Introduction to Cognitive Psychology
Ondanks dat men denkt dat het leven zo “gewoon” is, gebeurd er van alles tegelijkertijd:
- De omgeving verkennen
- Aandacht aan meerdere dingen/mensen besteden
- Items (bijvoorbeeld gedachtes en objecten) categoriseren
- Dingen weer voor de geest halen/“Visualiseren”
- De taal spreken en begrijpen
- Problemen oplossen
- Beslissingen maken
Al deze dingen die een persoon doet gebeurd allemaal in de geest en heeft dus te maken met
Cognitieve Psychologie: de mens wordt beschouwd als een informatie verwerkend systeem. Als een
computer waar informatie naar binnen gaat en output (responsen; welke handelingen er worden
genomen) uit. De cognitieve psychologie wilt achterhalen hoe je van de stimulus naar de respons gaat.
Cognitive Psychology: Studying the Mind
Je geest zorgt ervoor dat je veel alledaagse problemen kan oplossen, heeft invloed op je geheugen en
helpt beslissingen te maken. Denk bijvoorbeeld aan wiskunde sommetjes, maar het wordt ook in veel
spreekwoorden gebruikt: “Hij heeft een mooie geest” of “Ik heb mijn gedachtes nog niet helemaal op
orde”.
De geest maakt en beheerst mentale functies (cognities) zoals perceptie, aandacht, geheugen,
emoties, taal, beslissen, denken en beredeneren. Het heeft dus een centrale rol.
De geest is een systeem die representaties van de wereld creëert zodat wij die kunnen
gebruiken om onze doelen te behalen. De geest is dus belangrijk om te kunnen functioneren en
te kunnen overleven. De cognities die hierboven staan beschreven spelen een belangrijke rol
in het halen van je doelen.
In de 1800‟s dachten mensen dat het onmogelijk was om de geest te bestuderen: de geest kan zichzelf
niet bestuderen en er waren bepaalde delen van de geest die simpelweg niet gemeten konden worden.
Toch besloot Franciscus Donders (1868) een experiment op te zetten: Donders’ Pioneering
Experiment. Donders wilde weten hoelang een mens doet om een beslissing maken en keek daarom
naar de reactietijd:
- Simpele reactie tijd: op een knopje drukken wanneer er een lampje brand (informatie naar
binnen krijgen)
- Keuze reactie tijd: uit twee lampjes kiezen welke er brandde (niet alleen informatie naar
binnen krijgen, maar ook nog een keuze maken)
Keuze reactie tijd duurt langer omdat de tijd erbij komt die je nodig hebt om de beslissing te
maken.
Het experiment van Donder is belangrijk om twee redenen:
1. Het was het eerste experiment in de Cognitieve Psychologie.
, 2. Het liet zien dat mentale responses niet direct gemeten konden worden, maar we die moeten
afleiden uit gedrag. Dit geld ook voor alle andere onderzoeken die er in de Cognitieve
Psychologie gedaan zijn.
Ook Hermann Ebbinghaus heeft een experiment opgezet: Ebbinghaus’s Memory Experiment. In dit
experiment werd er gekeken hoeveel tijd er tussen geheugen en vergeten zit. Vooral informatie die je
hebt geleerd raak je kwijt naarmate de tijd voorbij gaat. Hij gebruikt onzin woorden (zodat die niet een
gevoel/herinnering zouden oproepen) en liet die op een scherm zien. Hij leerde de zinnen uit zijn
hoofd en schreef op hoeveel trials hij hiervoor moest doen. Nadat hij vervolgens 31 dagen gewacht
had, herhaalde hij de bovenstaande procedure. Door middel van een saving method analyseerde hij
zijn gegevens:
Hoe korter de interval was, hoe minder tijd hij nodig had om de neppe woorden weer te
kunnen herinneren (zie zijn “savings/forgetting curve”).
In 1879 richtte Wilhem Wundt het eerste psychologische laboratorium op waar hij de geest ging
bestuderen. Zijn kijk (en die domineerde op dat moment) noemen we het structuralisme: onze
ervaringen zijn bepaald door de combinaties van onze sensaties. Hij wilde dit bereiken door middel
van analytische introspectie. Het was Wundt uiteindelijk niet gelukt om te laten zien dat gedrag uit
sensaties uitkomt, maar hij had wel een grote impact gemaakt.
William James schreef de “Principles of Psychology” waarin hij introspectie over de operaties van zijn
eigen geest beschreef. Zijn boek bestond uit veel cognitieve onderwerpen zoals aandacht en denken.
De negatieve reactie op de techniek van de analytische introspectie zorgde ervoor dat de geest nog
steeds niet goed genoeg kon worden onderzocht.
Abandoning the Study of the Mind
Lang overheerste de visie van Wundt en bestond het onderzoek naar de geest voornamelijk uit
introspectie. Echter, door de komst van John Watson is dit gaan veranderen. Watson had problemen
met introspectie, omdat de resultaten teveel verschilden
tussen personen en de resultaten waren bovendien moeilijk
te verifiëren. Hij kwam met het behaviorisme. Hiermee
wilde de geest niet meer het hoofdonderwerp binnen de
psychologie maken en wilde zich vooral focussen op
observeerbaar gedrag:
“Wat kan gedrag ons vertellen over de geest?” “Wat is
de relatie tussen stimuli in de omgeving en het gedrag
(“Little Albert experiment”)?”.
Watson werd geïnspireerd door Ivan Pavlov die met de
term klassiek conditioneren kwam. Watson concludeerde
uit zijn onderzoeken dat je gedrag kan laten ontstaan,
, zonder dat de geest erbij betrokken werd. Wat er in het hoofd gebeurd is niet belangrijk.
Skinner introduceerde het operant conditioneren: de focus ligt op de stimulus-respons reactie. Vooral
in het onderwijs, behandelingen van psychologische ziektes en effecten testen van drugs op dieren
waren klassiek- en operant conditioneren erg populair.
Na de 1950‟s begon de invloed van het behaviorisme steeds minder te worden. Edward Chance
Tolman noemde zichzelf een behaviorist, maar was in werkelijkheid een cognitief psycholoog: hij
gebruikte gedrag om mentale processen vast te stellen. Zo ondervond hij de “cognitieve map”.
In het begin was deze stroming moeilijk te accepteren, aangezien de interne processen lastig
bestudeerd konden worden. Pas met de komst van Chomsky‟s reactie op het boek van Skinner over de
taalontwikkeling van kinderen, begonnen mensen zich te keren naar de cognitieve stroming.
The Rebirth of the Study of the Mind
Net zoals Chomsky waren er nog meer onderzoekers die met bewijs kwamen dat processen cognitief
zijn. Hierdoor ontstond de informatieprocessen benadering: de mens werd gezien als een computer.
Computers analyseren data namelijk ook in verschillende stages:
Tijdens het eerste experiment die de verschillende stadia van de geest onderzocht, werd er gekeken
hoe goed een persoon zich op een aspect kon concentreren: attended- en unattended messages. Het
bleek dat men zich inderdaad goed kon concentreren op de attended message, maar volgde ook nog
kleine stukjes van de unattended message. Donald Broadbent heeft deze informatie in een model
gezet:
Hoofdstukken 1 en 2
1. Introduction to Cognitive Psychology
Ondanks dat men denkt dat het leven zo “gewoon” is, gebeurd er van alles tegelijkertijd:
- De omgeving verkennen
- Aandacht aan meerdere dingen/mensen besteden
- Items (bijvoorbeeld gedachtes en objecten) categoriseren
- Dingen weer voor de geest halen/“Visualiseren”
- De taal spreken en begrijpen
- Problemen oplossen
- Beslissingen maken
Al deze dingen die een persoon doet gebeurd allemaal in de geest en heeft dus te maken met
Cognitieve Psychologie: de mens wordt beschouwd als een informatie verwerkend systeem. Als een
computer waar informatie naar binnen gaat en output (responsen; welke handelingen er worden
genomen) uit. De cognitieve psychologie wilt achterhalen hoe je van de stimulus naar de respons gaat.
Cognitive Psychology: Studying the Mind
Je geest zorgt ervoor dat je veel alledaagse problemen kan oplossen, heeft invloed op je geheugen en
helpt beslissingen te maken. Denk bijvoorbeeld aan wiskunde sommetjes, maar het wordt ook in veel
spreekwoorden gebruikt: “Hij heeft een mooie geest” of “Ik heb mijn gedachtes nog niet helemaal op
orde”.
De geest maakt en beheerst mentale functies (cognities) zoals perceptie, aandacht, geheugen,
emoties, taal, beslissen, denken en beredeneren. Het heeft dus een centrale rol.
De geest is een systeem die representaties van de wereld creëert zodat wij die kunnen
gebruiken om onze doelen te behalen. De geest is dus belangrijk om te kunnen functioneren en
te kunnen overleven. De cognities die hierboven staan beschreven spelen een belangrijke rol
in het halen van je doelen.
In de 1800‟s dachten mensen dat het onmogelijk was om de geest te bestuderen: de geest kan zichzelf
niet bestuderen en er waren bepaalde delen van de geest die simpelweg niet gemeten konden worden.
Toch besloot Franciscus Donders (1868) een experiment op te zetten: Donders’ Pioneering
Experiment. Donders wilde weten hoelang een mens doet om een beslissing maken en keek daarom
naar de reactietijd:
- Simpele reactie tijd: op een knopje drukken wanneer er een lampje brand (informatie naar
binnen krijgen)
- Keuze reactie tijd: uit twee lampjes kiezen welke er brandde (niet alleen informatie naar
binnen krijgen, maar ook nog een keuze maken)
Keuze reactie tijd duurt langer omdat de tijd erbij komt die je nodig hebt om de beslissing te
maken.
Het experiment van Donder is belangrijk om twee redenen:
1. Het was het eerste experiment in de Cognitieve Psychologie.
, 2. Het liet zien dat mentale responses niet direct gemeten konden worden, maar we die moeten
afleiden uit gedrag. Dit geld ook voor alle andere onderzoeken die er in de Cognitieve
Psychologie gedaan zijn.
Ook Hermann Ebbinghaus heeft een experiment opgezet: Ebbinghaus’s Memory Experiment. In dit
experiment werd er gekeken hoeveel tijd er tussen geheugen en vergeten zit. Vooral informatie die je
hebt geleerd raak je kwijt naarmate de tijd voorbij gaat. Hij gebruikt onzin woorden (zodat die niet een
gevoel/herinnering zouden oproepen) en liet die op een scherm zien. Hij leerde de zinnen uit zijn
hoofd en schreef op hoeveel trials hij hiervoor moest doen. Nadat hij vervolgens 31 dagen gewacht
had, herhaalde hij de bovenstaande procedure. Door middel van een saving method analyseerde hij
zijn gegevens:
Hoe korter de interval was, hoe minder tijd hij nodig had om de neppe woorden weer te
kunnen herinneren (zie zijn “savings/forgetting curve”).
In 1879 richtte Wilhem Wundt het eerste psychologische laboratorium op waar hij de geest ging
bestuderen. Zijn kijk (en die domineerde op dat moment) noemen we het structuralisme: onze
ervaringen zijn bepaald door de combinaties van onze sensaties. Hij wilde dit bereiken door middel
van analytische introspectie. Het was Wundt uiteindelijk niet gelukt om te laten zien dat gedrag uit
sensaties uitkomt, maar hij had wel een grote impact gemaakt.
William James schreef de “Principles of Psychology” waarin hij introspectie over de operaties van zijn
eigen geest beschreef. Zijn boek bestond uit veel cognitieve onderwerpen zoals aandacht en denken.
De negatieve reactie op de techniek van de analytische introspectie zorgde ervoor dat de geest nog
steeds niet goed genoeg kon worden onderzocht.
Abandoning the Study of the Mind
Lang overheerste de visie van Wundt en bestond het onderzoek naar de geest voornamelijk uit
introspectie. Echter, door de komst van John Watson is dit gaan veranderen. Watson had problemen
met introspectie, omdat de resultaten teveel verschilden
tussen personen en de resultaten waren bovendien moeilijk
te verifiëren. Hij kwam met het behaviorisme. Hiermee
wilde de geest niet meer het hoofdonderwerp binnen de
psychologie maken en wilde zich vooral focussen op
observeerbaar gedrag:
“Wat kan gedrag ons vertellen over de geest?” “Wat is
de relatie tussen stimuli in de omgeving en het gedrag
(“Little Albert experiment”)?”.
Watson werd geïnspireerd door Ivan Pavlov die met de
term klassiek conditioneren kwam. Watson concludeerde
uit zijn onderzoeken dat je gedrag kan laten ontstaan,
, zonder dat de geest erbij betrokken werd. Wat er in het hoofd gebeurd is niet belangrijk.
Skinner introduceerde het operant conditioneren: de focus ligt op de stimulus-respons reactie. Vooral
in het onderwijs, behandelingen van psychologische ziektes en effecten testen van drugs op dieren
waren klassiek- en operant conditioneren erg populair.
Na de 1950‟s begon de invloed van het behaviorisme steeds minder te worden. Edward Chance
Tolman noemde zichzelf een behaviorist, maar was in werkelijkheid een cognitief psycholoog: hij
gebruikte gedrag om mentale processen vast te stellen. Zo ondervond hij de “cognitieve map”.
In het begin was deze stroming moeilijk te accepteren, aangezien de interne processen lastig
bestudeerd konden worden. Pas met de komst van Chomsky‟s reactie op het boek van Skinner over de
taalontwikkeling van kinderen, begonnen mensen zich te keren naar de cognitieve stroming.
The Rebirth of the Study of the Mind
Net zoals Chomsky waren er nog meer onderzoekers die met bewijs kwamen dat processen cognitief
zijn. Hierdoor ontstond de informatieprocessen benadering: de mens werd gezien als een computer.
Computers analyseren data namelijk ook in verschillende stages:
Tijdens het eerste experiment die de verschillende stadia van de geest onderzocht, werd er gekeken
hoe goed een persoon zich op een aspect kon concentreren: attended- en unattended messages. Het
bleek dat men zich inderdaad goed kon concentreren op de attended message, maar volgde ook nog
kleine stukjes van de unattended message. Donald Broadbent heeft deze informatie in een model
gezet: