3.1 Krachten en hun eigenschappen
Fzw = m x g
Fzw = zwaartekracht in N
m = massa van voorwerp in kg
g = valversnelling in ms-2
Normaalkracht: de kracht die een ondersteunend vlak uitoefent op een voorwerp. (Fn)
Veerkracht is recht evenredig met de uitrekking.
Een gespannen touw oefent spankracht (Fspan) uit op het voorwerp waar het aan vast zit.
Evenredigheidsconstante is de veerconstante van de veer.
Fveer = C x u
Fveer = veerkracht in N
C = veerconstante in Nm-1
U = uitrekking in m
Als voorwerpen met hun contactoppervlakken langs elkaar bewegen, is er schuifwrijvingskracht
(Fw,schuif). Richting van de schuifwrijvingskracht is tegengesteld aan de bewegingsrichting van het
voorwerp.
Tegenwerkende kracht op rollende voorwerpen: Rolweerstandskracht (Fw,rol).
Een voorwerp dat door de lucht beweegt, ondervindt luchtweerstandskracht (Fw,lucht). Deze hangt
af van de vorm en de snelheid van het voorwerp. Dit is ook een tegenwerkende kracht.