Leerjaar 2, kwartiel 4
Toegepaste psychologie
Saxion hogeschool,
Deventer
Boek Klinische psychologie
– van der Molen
ISBN: 9789001846244
Druk: 3
Inhoud:
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 20
, Hoofdstuk 12
Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen
Er wordt gesproken van een stemmingsstoornis als een dergelijke
ontstemming langdurig of extreem is, er ook andere symptomen aanwezig
zijn en het dagelijks functioneren bemoeilijkt wordt.
Paragraaf 12.1
de DSM-5 classificatie van stemmingsstoornissen
Als klinische psychologen over depressie spreken, doelen zij op een bepaald
syndroom, dat wil zeggen: een geheel van symptomen die in een bepaalde
samenhang voorkomen.
Stemmingsstoornissen worden in de DSM-5 in een tweetal aparte
hoofdstukken beschreven:
Depressieve-stemmingsstoornissen:
o Disruptieve-stemmingsdisregulatiestoornis
o Depressieve stoornis
o Persisterende depressieve stoornis
o Premenstruele stemmingsstoornis
o Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
o Depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Bipolaire en aanverwante stemmingsstoornissen:
o Bipolaire I-stoornis
, o Bipolaire II-stoornis
o Cyclotyme stoornis
o Bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
o Bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
De symptomen van mensen met de meest voorkomende
stemmingsstoornissen kunnen worden onderscheiden in drie groepen.
Uitgangspunt is om te differentiëren tussen een depressieve, manische of
hypomane episode. Deze drie soorten stemmingsklachten vormen de
bouwstenen voor de verschillende varianten van stemmingsstoornissen.
Subparagraaf 1:
Depressieve episode
Er is sprake van een depressieve episode als iemand gedurende een
onafgebroken periode van minstens twee weken symptomen vertoont die
minstens bestaan uit een depressieve stemming of uit verlies aan interesse
en plezier.
Subparagraaf 2:
Manische episode
We spreken van een manische episode wanneer iemand gedurende een
aaneengesloten periode van minstens een week voortdurend een overdreven
uitgelaten of juist uiterst prikkelbare stemming heeft en er sprake is van
toegenomen doelgerichte activiteit of energie.
Subparagraaf 3:
Hypomane episode
De hypomane episode kenmerkt zich door dezelfde symptomen als een
manische episode, met dien verstande dat de symptomen minimaal slechts
vier dagen aanwezig hoeven te zijn en er geen grote beperkingen in het
dagelijks functioneren zijn.
, Paragraaf 12.2
Depressieve-stemmingsstoornissen
Subparagraaf 1:
Disruptieve-stemmingsdisregulatiesoornis
Het klinische beeld wordt gekenmerkt door een aanhoudende prikkelbare
stemming en hevige driftbuien.
Diagnose is tot de 18 jaar.
Subparagraaf 2:
Depressieve stoornis
Kernsymptomen:
Depressieve stemming
Anhedonie = verlies van interesse en plezier.
Gewichtsverlies of -toename zonder dat er een dieet wordt gevolgd
Insomnia / hypersomnia
Gevoelens van rusteloosheid of geremd worden
Vermoeid of minder energiek
Gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoelens
Verminderde concentratie of besluiteloosheid
Terugkomende gedachten aan de dood, suïcidegedachten of een
suïcide poging of -plan
Subparagraaf 3:
Persisterende depressieve stoornis (PSD)
De persisterende depressieve stoornis (PSD) is per definitie een chronische
stoornis met een minimale duur van twee jaar. Karakteristiek voor PSD is