Havo 2: Lezen H5 & H6
Hoofdstuk 5
Betrouwbaar: Klopt de informatie in de tekst?
Objectiviteit: Een objectieve tekst is gebaseerd op feiten die controleerbaar zijn.
→ Meestal betrouwbaar.
Subjectiviteit: een subjectieve tekst is gebaseerd op oordelen, op de mening van de schrijver, die
niet controleerbaar zijn. Ook wanneer er informatie wordt weggelaten, omdat de auteur daar belang
bij heeft, is een tekst minder objectief (een beetje subjectief).
→ Niet altijd betrouwbaar.
→ VB: recensie, roddelblad, advertentie
1. Auteur: Is de auteur deskundig en onpartijdig? Geeft de tekst informatie over zijn
opleiding/beroep?
→ Hoe meer deskundig en onpartijdig de auteur is, hoe betrouwbaarder de tekst.
2. Bron van de tekst: Waar komt de tekst vandaan en voor wie is het geschreven?
→ Een tekst in een onafhankelijke krant of tijdschrift voor een algemeen publiek is betrouwbaarder
dan een tekst in bijvoorbeeld een clubblad of op een website van een bedrijf.
3. Geïnterviewden: Zijn de geïnterviewden betrouwbaar en deskundig? Komen er voor- en
tegenstanders aan het woord?
→ Hoe deskundiger en onpartijdiger de geïnterviewden, hoe betrouwbaarder de tekst.
4. Actueel: Is het artikel recent?
→ Hoe actueler een tekst, hoe betrouwbaarder. Oude gegevens kunnen niet meer kloppen.
5. Volledig: Is het artikel compleet? Laat de auteur geen belangrijke dingen weg?
→ Als het onderwerp van alle kanten is belicht, met voor- en tegenstanders, dan is een artikel
betrouwbaarder dan wanneer dit niet zo is.
6. Argumenten: Worden er sterke argumenten gegeven of kun je er makkelijk iets tegenin brengen?
→ Wanneer in een tekst de argumenten goed worden beschreven en uitgelegd, is de tekst
betrouwbaarder.
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 5
Betrouwbaar: Klopt de informatie in de tekst?
Objectiviteit: Een objectieve tekst is gebaseerd op feiten die controleerbaar zijn.
→ Meestal betrouwbaar.
Subjectiviteit: een subjectieve tekst is gebaseerd op oordelen, op de mening van de schrijver, die
niet controleerbaar zijn. Ook wanneer er informatie wordt weggelaten, omdat de auteur daar belang
bij heeft, is een tekst minder objectief (een beetje subjectief).
→ Niet altijd betrouwbaar.
→ VB: recensie, roddelblad, advertentie
1. Auteur: Is de auteur deskundig en onpartijdig? Geeft de tekst informatie over zijn
opleiding/beroep?
→ Hoe meer deskundig en onpartijdig de auteur is, hoe betrouwbaarder de tekst.
2. Bron van de tekst: Waar komt de tekst vandaan en voor wie is het geschreven?
→ Een tekst in een onafhankelijke krant of tijdschrift voor een algemeen publiek is betrouwbaarder
dan een tekst in bijvoorbeeld een clubblad of op een website van een bedrijf.
3. Geïnterviewden: Zijn de geïnterviewden betrouwbaar en deskundig? Komen er voor- en
tegenstanders aan het woord?
→ Hoe deskundiger en onpartijdiger de geïnterviewden, hoe betrouwbaarder de tekst.
4. Actueel: Is het artikel recent?
→ Hoe actueler een tekst, hoe betrouwbaarder. Oude gegevens kunnen niet meer kloppen.
5. Volledig: Is het artikel compleet? Laat de auteur geen belangrijke dingen weg?
→ Als het onderwerp van alle kanten is belicht, met voor- en tegenstanders, dan is een artikel
betrouwbaarder dan wanneer dit niet zo is.
6. Argumenten: Worden er sterke argumenten gegeven of kun je er makkelijk iets tegenin brengen?
→ Wanneer in een tekst de argumenten goed worden beschreven en uitgelegd, is de tekst
betrouwbaarder.
Hoofdstuk 6