Biomechanisch counselen
Het sturen van de activiteiten op een zodanige wijze dat de mechanische belasting vermindert,
helpt de mogelijkheid om de klacht te laten herstellen. Dit proces om samen met de patiënt te
analyseren welke activiteiten aanleiding geven tot toename van de pijn en samen te bepalen
op welke wijze thans activiteiten uitgevoerd kunnen worden, heet biomechanisch counselen.
Doel van het biomechanisch counselen is samen met de patiënt een alternatieve
bewegingsstrategie te ontwikkelen.
Kinesthetic awareness
Voor de alternatieve belastingstrategie moet de patiënt wel beschikken over een adequaat/
goed bewegingsgevoel. Het zal voor de lage rug en voor de cervicale wervelkolom betekenen
dat hij/zij zich bewust moet zijn van de positie van de LWK (hol/bol) en de CWK
(protractie/retractie van het hoofd) en de juiste houding moet kunnen innemen. Niet iedereen
is gezegend met de vaardigheid om in verschillende lichaamsposities bewuste correctie op de
stand van de wervelkolom toe te passen. Dit gevoel moet ontwikkeld worden door op een
methodische wijze bewegingen te laten uitvoeren met een sterk accent op bewustwording en
vergroten van het bewegingsgevoel.
Tutor Medisch Biologisch week 1
De algemene bouw van de cervicale wervelkolom
Er zijn 6 cervicale wervels. C1 wordt de atlas genoemd. Deze heeft geen processus spinosus,
geen corpus vertebrae. C2 heet de Axis. Deze heeft een dens die in de C1 steekt. C7 wordt de
Prominens genoemd. Deze heeft een uit stekende processus spinosus.
Alle wervels hebben in het midden een opening, de foramen vertebral. hier loopt het
ruggenmerg door.
C1-C6 hebben ook een foramen transversarium. Hier lopen de vertebrale arteriën doorheen.
Daarnaast heb je de processus incinatus (gewrichten van Luschka). Die zijn de openstaande
randen van de corpus vertebrae die als bierkratten op elkaar liggen.
Tussen de wervels zitten disci. Deze bestaan uit een annulus fibrosus en ene nucleus pulposus.
Er is op CWK niveau veel mobiliteit, wat ten kosten gaat van de stabiliteit.
Algemene bouw van de Thorocale wervelkolom
Er zijn 12 thorocale wervels. Ald deze wervels hebben/vormen 2 costovertebrale gewrichten
met een rib.
De processus spinosus wijzen schuin naar beneden.
Algemene bouw van de lumbale wervelkolom
Er zijn 5 lumbale wervels. Deze hebben een grote corpus. Dit is nodig voor het dragen van het
bovenlichaam.
,Functie van de wervelkolom
- Stabiliteit
- Beweging
- Bescherming van het ruggenmerg
De Meninges zijn een membraan (hersenvlies). Er zijn drie meninges:
- Dura Mater
- Arachnoides
- Pia mater
De Dura Mater is een soort beschermlaag die ook om het ruggenmerg en de spinale zenuw zit.
Wanneer hier druk om komt kan dit uitstralende pijn geven.
Om de wervelkolom zitten een aantal grote ligamenten.
- Anterior + posterior longitudinale ligament
o Lopen van de nek naar het sacrum
o Ze voorkomen hyperextensie + hyperflexie
- Ligamentum flavum
o Verbind de vertebrae met elkaar
- Ligamentum nuchea
o Loopt van het ociput naar C7
- Ligamentum interspinalis
o Deze liggen tussen de processus spinosus en zijn aan de mediale zijde
verbonden met de ligamentum flavum en aan de laterale zijde aan de
ligamentum supraspinalis
- Ligamentum supraspinalis
o Deze verbind de topjes van de processus spinosus aan elkaar
- Ligamentum alaria
o Deze verbind de zijkanten van de Dens (C2) aan de mediale zijde van de
tuberculums van het occiput.
De discus bestaat uit een nucleus pulposus en een annulus fibrosus. De nucleus pulposus is
het middelste deel van de discus. Deze zorgt voor elasticiteit en compressbaarheid van de
discus. De annulus fibrosus ligt aan de buitenzijde. Deze zorgt voor gelimiteerde expansie van
de nucleus pulposus bij compressie.
De discus is een schokdemper. Ze laten extensie en flexie toe. De discus zijn het dikste op
lumbaal en cervicaal niveau.
Het Bewegingssegment bestaat uit twee aangrenzende wervellichamen en de ingesloten
discus, zenuwen en aderen. Volgens Junghans bestaat het uit twee halve wervellichamen +
twee facetgewrichten + intra articulaire gewrichten, discus, banden, spieren, zenuwen en
vaten. Je ziet dat op het niveau van C6/C7 en L4/L5 het vaakste klachten zijn. denk hierbij
aan een HNP of een DDD.
De volgende structuren zijn geinnerveerd:
Wervels, spieren, ligamenten, vaten, discus, kapsel, dura mater
Pijnreceptoren worden geactiveerd bij extreme druk en temperatuur, maar ook door stoffen
die vrijkomen bij beschadigd weefsel. Dit zijn histamine, K+, ATP, bradykinine, substance P
, Scherpe pijn wordt door de gemyeliniseerde A-delta vezels gedragen. Zeurende pijn door de
slomere C-vezels. Uitstralende pijn kan veroorzaakt worden doordat er een (spinale) zenuw
bekneld kan raken tussen twee wervels, of een spier.
Tutor Gedrag en Communicatie week 1
De psychosociale belasting:
In relatie tot uzelf: tevreden of niet
Gemoedstoestand(blij,boos,verdriet)
Intern conflict
Life-events(sterfgeval,verhuizing,etc)
In relatie tot anderen: conflicten thuis of op het werk
Werkdruk
Keuze vrijheid om zaken te regelen
Al deze aspecten kunnen leiden tot stress. Op zich is stress niet erg mits het niet te lang
aanhoudt. Langdurige stress,ook al is het niet veel heeft twee dingen tot gevolg:
- toename mech.belasting (je rust onvoldoende uit en je denkt niet goed over de manier
waarop je iets doet)
- afname van belastbaarheid (je conditie neemt af maar ook door allerlei hormonen
ontstaat een
Psycho-sociale belastbaarheid
-hoe ga je om met ziekte en gezondheid (Coping)
-hoe ga je om met stress
-waar schrijf je de klacht aan toe (Attributie)
-heb je het gevoel dat je zelf controle kunt uitoefenen op de klacht (locus of control)
Copingstijl
Hoe ga je met een probleem om:
- Probleem georiënteerd gedragsmatig
o Probleem oplossen door middel van informatie inwinnen, overleggen, therapie
volgen etc.
- Probleem georiënteerd cognitief
o Anders tegen het probleem aankijken, andere aspecten belichten, niet op te
lossen
- Emotioneel georiënteerd gedragsmatig
o Verzachten van negatieve emoties, spanning afleiden en activiteiten vertonen
(nagelbijten, roken, alcohol)
- Emotioneel georiënteerd cognitief
o Vertellen van je verhaal leidt tot cognitieve verwerking
Locus of control
o Intern: zelf er iets aan doen
o Extern: het overkomt je
Attributie
o Intern: binnen de persoon (eigen fout)
o Extern: buiten de persoon (ander fout)