ZVWB – HOOFDSTUK 16 EN HOOFDSTUK 17
Erfelijke ziekte : een ziekte die het gevolg is van een afwijking in het erfelijkheidsmateriaal.
Aangeboren ziekte : een ziekte die is ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte.
Auto-immuunziekte : een verzamelterm voor ziekten waarbij het lichaam eigen
lichaamscellen gaat afbreken alsof ze lichaamsvreemd zijn.
Infectieziekte : een ziekte die is veroorzaakt door schadelijke micro-organismen
( ziekteverwekkers ) die het lichaam zijn binnen gedrongen.
Incubatietijd : de tijd tussen de besmetting met ziekteverwekkers en het uitbreken van een
ziekte die daarvan het gevolg is.
Het immuunsysteem ( afweersysteem ) : is het verdedigingsmechanisme van het menselijk
lichaam dat bestaat uit een algemene weerstand ( weerstand tegen ‘alle’ ziekten ) en een
specifieke weerstand ( weerstand tegen een bepaalde ziekte ).
Immuniteit : wanneer het lichaam niet meer vatbaar is voor de micro-organismen die deze
ziekte hebben veroorzaakt. Je wordt niet meer ziek van deze ziekte, je lichaam is immuun.
Vaccinatie : via inenting immuun maken tegen een ziekte door toediening van verzwakte of
dode micro-organismen.
Koortslip : infectie van de huid met het herpesvirus op of in de buurt van de lippen. Het
gevolg is, met vocht gevulde blaasjes, jeuk en een branderig gevoel op de plek van de
infectie.
Herpes genitalis : huiduitslag die bestaat uit kleine met een helder vocht gevulde blaasjes.
Kan voorkomen op de penis, vagina, mond en anus. Wordt veroorzaakt door het
herpesvirus.
Ziekte van pfeiffer : een infectieziekte veroorzaakt door een virus in het speeksel, waarbij
vermoeidheid vaak het meest opvallende verschijnsel is.
Hepatitis : verzamelnaam voor leverontstekingen. Wordt meestal veroorzaakt door een
virus, zoals hepatitis B. Ook wel : geelzucht.
Soa : seksueel overdraagbare aandoening. Infectie, al dan niet aan de geslachtsdelen, die
wordt overgebracht via seksueel contact.
Chlamydia : een soa die wordt overgebracht door de chlamydiabacterie. Deze aandoening
kan leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen.
, Aids : acquired immune deficiency syndrome. Stoornis in het afweersysteem van het
lichaam; ontstaat na een infectie met hiv.
Hiv : humaan immunodeficiëntievirus. Een virus dat wordt overgedragen via bloed,
zwangerschap of seksueel contact en het menselijke afweersysteem aantast; de veroorzaker
van aids.
Impetigo : bacteriële ontsteking van de huid, meestal in het gezicht rond de neus of mond.
Ook wel : krentenbaard.
Wiegendood : is een algemene term voor kindersterfte in de wieg. Het is geen oorzaak van
overlijden, maar een omstandigheid waarin een baby voor de leeftijd van twee jaar overlijdt,
namelijk in zijn wiegje of bedje.
Zuigflescariës: is cariës ( tandbederf ) bij zeer jonge kinderen die het gevolg is van het
voortdurend zuigen op een flesje met bijvoorbeeld appelsap, melk of een yoghurtdrank.
Uitdroging : hierbij is de vochtinname kleiner dan de uitscheiding van vocht. Zonder
behandeling kan uitdroging levensgevaarlijk zijn.
Erfelijke ziekte : een ziekte die het gevolg is van een afwijking in het erfelijkheidsmateriaal.
Aangeboren ziekte : een ziekte die is ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte.
Auto-immuunziekte : een verzamelterm voor ziekten waarbij het lichaam eigen
lichaamscellen gaat afbreken alsof ze lichaamsvreemd zijn.
Infectieziekte : een ziekte die is veroorzaakt door schadelijke micro-organismen
( ziekteverwekkers ) die het lichaam zijn binnen gedrongen.
Incubatietijd : de tijd tussen de besmetting met ziekteverwekkers en het uitbreken van een
ziekte die daarvan het gevolg is.
Het immuunsysteem ( afweersysteem ) : is het verdedigingsmechanisme van het menselijk
lichaam dat bestaat uit een algemene weerstand ( weerstand tegen ‘alle’ ziekten ) en een
specifieke weerstand ( weerstand tegen een bepaalde ziekte ).
Immuniteit : wanneer het lichaam niet meer vatbaar is voor de micro-organismen die deze
ziekte hebben veroorzaakt. Je wordt niet meer ziek van deze ziekte, je lichaam is immuun.
Vaccinatie : via inenting immuun maken tegen een ziekte door toediening van verzwakte of
dode micro-organismen.
Koortslip : infectie van de huid met het herpesvirus op of in de buurt van de lippen. Het
gevolg is, met vocht gevulde blaasjes, jeuk en een branderig gevoel op de plek van de
infectie.
Herpes genitalis : huiduitslag die bestaat uit kleine met een helder vocht gevulde blaasjes.
Kan voorkomen op de penis, vagina, mond en anus. Wordt veroorzaakt door het
herpesvirus.
Ziekte van pfeiffer : een infectieziekte veroorzaakt door een virus in het speeksel, waarbij
vermoeidheid vaak het meest opvallende verschijnsel is.
Hepatitis : verzamelnaam voor leverontstekingen. Wordt meestal veroorzaakt door een
virus, zoals hepatitis B. Ook wel : geelzucht.
Soa : seksueel overdraagbare aandoening. Infectie, al dan niet aan de geslachtsdelen, die
wordt overgebracht via seksueel contact.
Chlamydia : een soa die wordt overgebracht door de chlamydiabacterie. Deze aandoening
kan leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen.
, Aids : acquired immune deficiency syndrome. Stoornis in het afweersysteem van het
lichaam; ontstaat na een infectie met hiv.
Hiv : humaan immunodeficiëntievirus. Een virus dat wordt overgedragen via bloed,
zwangerschap of seksueel contact en het menselijke afweersysteem aantast; de veroorzaker
van aids.
Impetigo : bacteriële ontsteking van de huid, meestal in het gezicht rond de neus of mond.
Ook wel : krentenbaard.
Wiegendood : is een algemene term voor kindersterfte in de wieg. Het is geen oorzaak van
overlijden, maar een omstandigheid waarin een baby voor de leeftijd van twee jaar overlijdt,
namelijk in zijn wiegje of bedje.
Zuigflescariës: is cariës ( tandbederf ) bij zeer jonge kinderen die het gevolg is van het
voortdurend zuigen op een flesje met bijvoorbeeld appelsap, melk of een yoghurtdrank.
Uitdroging : hierbij is de vochtinname kleiner dan de uitscheiding van vocht. Zonder
behandeling kan uitdroging levensgevaarlijk zijn.