Stappenplan bij onrust:
1. Ga bij je zelf na wat R het afgelopen uur heeft verwerkt. Heeft hij in de tillift
gehangen, of heb je hem van achter benaderd? R is ermee mee bekend dat hij
slecht ziet. Heb je hier bij het benaderen van hem rekening mee gehouden? En
wanneer je hem benaderd, laat je dan ook duidelijk blijken dat je er voor hem
bent, bijvoorbeeld door hem even aan te raken bij de schouder?
2. Observeer R. Zit of ligt hij wel goed in zijn stoel of bed? Kleding die plooien of
strak zit, voedingsslangetje nalopen, schoenen te strak of voeten in een
oncomfortabele houding? Loop alles na waar R mogelijk oncomfortabel door zit of
ligt. Ruik ook even of hij ontlasting heeft gehad of veel heeft geplast.
3. Blijft R onrustig, kijk dan even om je heen. Zijn er veel mensen in de kamer waar
R zich bevindt? Staat hij midden in de kamer waar iedereen om hem heen kan
lopen? Hoe wordt R door andere benaderd? Staat de tv aan? Hoe hard en wat
voorn programma staat erop? Als R in een omgeving zit waarbij er veel om hem
heen gebeurd, kan hij hier onrustig van worden. Pas de omgeving aan op hem, of
breng hem ergens naartoe waar het rustig is.
4. Het kan ook zijn dat R behoefte heeft om in een andere houding te zitten of te
liggen. Hoe lang zit hij al in de rolstoel bijvoorbeeld? Zet zijn stoel in een andere
houding (meer liggend) of leg hem even een halfuurtje op zijn bed neer, waar hij
een andere houding aan kan nemen en meer bewegingsvrijheid heeft. Bovendien
kan je dan ook even kijken of je echt niets gemist hebt bij stap 2 (ontlasting).
5. Sondevoeding uitzetten. Het kan zijn dat R onrustig wordt van de toediening van
de sondevoeding, of dat hij door de al eerdere onrust die hij ervoer de
sondevoeding hem nog meer prikkels geeft. Wanneer bovenstaande stappen niet
hebben geholpen zet dan de sondevoeding voor ongeveer een half uurtje uit. LET
OP: R krijgt tussen 09:30 en 20:00 uur zijn voeding. De voedingspomp kan
tussendoor maximaal 1 uur en 15 minuten uitgezet worden. Wanneer je de
voedingspop uitzet kijk dan hoeveel voeding hij nog krijgt en hoeveel tijd hij
hiervoor nog heeft. Spoel zijn tussen slangetje door wanneer je de voeding uitzet,
dit voorkomt dat de voeding vastkoekt in het tussenslangetje! Over het uitzetten
van de sondevoeding is gecommuniceerd met de diëtiste, Mieke Klaassen.
6. Medicatie. Als bovengenoemde stappen geen effect hebben en R onrustig blijft is
er de kans dat R last heeft van bijwerkingen van de medicatie. Wanneer dit het
geval is, dit duidelijk rapporteren om na te kunnen gaan of en hoe vaak R hier last
van heeft. Wanneer dit bijvoorbeeld regelmatig voorkomt kan dit worden
voorgelegd bij de arts.
1. Ga bij je zelf na wat R het afgelopen uur heeft verwerkt. Heeft hij in de tillift
gehangen, of heb je hem van achter benaderd? R is ermee mee bekend dat hij
slecht ziet. Heb je hier bij het benaderen van hem rekening mee gehouden? En
wanneer je hem benaderd, laat je dan ook duidelijk blijken dat je er voor hem
bent, bijvoorbeeld door hem even aan te raken bij de schouder?
2. Observeer R. Zit of ligt hij wel goed in zijn stoel of bed? Kleding die plooien of
strak zit, voedingsslangetje nalopen, schoenen te strak of voeten in een
oncomfortabele houding? Loop alles na waar R mogelijk oncomfortabel door zit of
ligt. Ruik ook even of hij ontlasting heeft gehad of veel heeft geplast.
3. Blijft R onrustig, kijk dan even om je heen. Zijn er veel mensen in de kamer waar
R zich bevindt? Staat hij midden in de kamer waar iedereen om hem heen kan
lopen? Hoe wordt R door andere benaderd? Staat de tv aan? Hoe hard en wat
voorn programma staat erop? Als R in een omgeving zit waarbij er veel om hem
heen gebeurd, kan hij hier onrustig van worden. Pas de omgeving aan op hem, of
breng hem ergens naartoe waar het rustig is.
4. Het kan ook zijn dat R behoefte heeft om in een andere houding te zitten of te
liggen. Hoe lang zit hij al in de rolstoel bijvoorbeeld? Zet zijn stoel in een andere
houding (meer liggend) of leg hem even een halfuurtje op zijn bed neer, waar hij
een andere houding aan kan nemen en meer bewegingsvrijheid heeft. Bovendien
kan je dan ook even kijken of je echt niets gemist hebt bij stap 2 (ontlasting).
5. Sondevoeding uitzetten. Het kan zijn dat R onrustig wordt van de toediening van
de sondevoeding, of dat hij door de al eerdere onrust die hij ervoer de
sondevoeding hem nog meer prikkels geeft. Wanneer bovenstaande stappen niet
hebben geholpen zet dan de sondevoeding voor ongeveer een half uurtje uit. LET
OP: R krijgt tussen 09:30 en 20:00 uur zijn voeding. De voedingspomp kan
tussendoor maximaal 1 uur en 15 minuten uitgezet worden. Wanneer je de
voedingspop uitzet kijk dan hoeveel voeding hij nog krijgt en hoeveel tijd hij
hiervoor nog heeft. Spoel zijn tussen slangetje door wanneer je de voeding uitzet,
dit voorkomt dat de voeding vastkoekt in het tussenslangetje! Over het uitzetten
van de sondevoeding is gecommuniceerd met de diëtiste, Mieke Klaassen.
6. Medicatie. Als bovengenoemde stappen geen effect hebben en R onrustig blijft is
er de kans dat R last heeft van bijwerkingen van de medicatie. Wanneer dit het
geval is, dit duidelijk rapporteren om na te kunnen gaan of en hoe vaak R hier last
van heeft. Wanneer dit bijvoorbeeld regelmatig voorkomt kan dit worden
voorgelegd bij de arts.