Hoorcollege 1
Strategisch management volgens van Gaal
Missie en visie
Goede voorbereiding door kennis/ onderzoek
Aanpassen aan (of inspelen op) de omgeving
Voortdurend ontwikkelen
Strategie: De koers van een organisatie (lange termijn) in relatie tot zijn omgeving
PDCA cyclus
Plan: we maken plannen (bijv: 2e jaars curriculum aanpassen)
Do: uitvoeren/ doen
Check: controleren/meten en wat is het effect?
Act: Op basis van de gegevens uit check ga je aanpassen
Beleid: term binnen non-profit
Strategische management: term binnen profit
Model voor tentamen
ZTG: Vanuit de 4 stappen iets uit kunnen leggen, aan de hand van een casus.
, Instituut Nederlandse Kwaliteitzorg (keurmerk)
Processen, bijvoorbeeld trainingen & cursussen op verenigingen
Fysieke les 1
Het niveau van beleid:
Impliciet beleid: beleid tussen de oren (in het hoofd) van de bestuurders (staat niet op
papier)
Beschrijvend beleid: beleid op een deel van de vereniging, zonder (directe) samenhang met
de rest van de commissies. (bijv: beleid Technische Commissie)
Samenhangend beleid: samenhang tussen de verschillende onderdelen van de vereniging.
Beleid van zowel sponsorcommissie als technische commissie. Algemeen beleidsplan, alle
onderdelen van de organisatie komen bij elkaar.
Strategisch beleid: is op basis van onderzoek van intern en extern omgeving met insteek van
stakeholders. Waar samenhangend beleid over het algemeen top-down geformuleerd is, is
strategisch beleid is bottom-up of interactief (praten met de betrokken partijen). Omgeving is
zowel intern als extern. Ook onderzoek doen voor strategisch beleid.
Vernieuwend: Padel, de nieuwe sport inspelen op de daling van de tennis populariteit.
Sturend/ coordinerend: een beleidsplan met uitgeschreven sturing, wie moet wat doen op welk
moment.
Communicatief: het moet richting geven, moet richting geven aan de mensen die er mee werken.
Heel toegankelijk en niet te lang.
Profileren: Onderscheidend, te maken met concurrentiekracht. Duurzaamheid uitstralen t.o.v. de
concurrent. Ajax profileerde zich met de jeugdopleiding (20 jaar geleden).
Legitimerend: Hoe ga je om met uitgaves? Wat doe je met het gekregen geld? Verantwoorden naar
betrokkenen.