Werk en werkloosheid
Hoofdstuk 3 Loonvorming
Minimumloon = het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.
In een individuele arbeidsovereenkomst worden arbeidsvoorwaarden zwart op wit
vastgelegd, zodat er later geen onduidelijkheid over kan ontstaan.
Primaire arbeidsvoorwaarden = het loon en de normale arbeidstijd.
Secundaire arbeidsvoorwaarden = overige arbeidsvoorwaarden zoals reiskostenvergoeding,
vakantieregeling, kinderopvang en scholingsfaciliteiten.
Individuele arbeidsovereenkomst: loon en arbeidstijd worden door 1 werkgever en 1
werknemer vastgelegd. Voor het overige wordt verwezen naar de collectieve
arbeidsovereenkomst (cao).
Vakbonden noemen we ook werknemersbonden.
Organisatiegraad werknemers: het percentage werknemers dat is aangesloten bij een
vakbond.
Een Cao geldt voor alle werknemers in die bedrijfstak en alle werkgevers zijn verplicht de cao
na te leven. Een werkgever moet alle werknemers een in een cao afgesproken loonverhoging
betalen.
Een cao geldt voor alle werknemers, ook voor hen die geen lid zijn van een vakbond. Als je
geen lid bent betaal je geen contributie, maar profiteer je wel van de gunstige
arbeidsvoorwaarden die dankzij het onderhandelen van de vakbond worden verkregen.
Meeliftersgedrag / free-ridersgedrag = gratis profiteren van inspanningen van anderen.
Rationeel gedrag = als alle werknemers meeliften dan bestaat er geen vakbond,
verslechteren de arbeidsvoorwaarden en is iedereen slechter af.
Collectieve dwang = het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap in een bepaald
bedrijfstak.
Nominale loon = loon in euro’s.
Reële loon / koopkracht = hoeveel producten je met het nominale loon kunt kopen.
Om de verandering van het reële inkomen te berekenen, maken we gebruik van indexcijfers.
Hoofdstuk 3 Loonvorming
Minimumloon = het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.
In een individuele arbeidsovereenkomst worden arbeidsvoorwaarden zwart op wit
vastgelegd, zodat er later geen onduidelijkheid over kan ontstaan.
Primaire arbeidsvoorwaarden = het loon en de normale arbeidstijd.
Secundaire arbeidsvoorwaarden = overige arbeidsvoorwaarden zoals reiskostenvergoeding,
vakantieregeling, kinderopvang en scholingsfaciliteiten.
Individuele arbeidsovereenkomst: loon en arbeidstijd worden door 1 werkgever en 1
werknemer vastgelegd. Voor het overige wordt verwezen naar de collectieve
arbeidsovereenkomst (cao).
Vakbonden noemen we ook werknemersbonden.
Organisatiegraad werknemers: het percentage werknemers dat is aangesloten bij een
vakbond.
Een Cao geldt voor alle werknemers in die bedrijfstak en alle werkgevers zijn verplicht de cao
na te leven. Een werkgever moet alle werknemers een in een cao afgesproken loonverhoging
betalen.
Een cao geldt voor alle werknemers, ook voor hen die geen lid zijn van een vakbond. Als je
geen lid bent betaal je geen contributie, maar profiteer je wel van de gunstige
arbeidsvoorwaarden die dankzij het onderhandelen van de vakbond worden verkregen.
Meeliftersgedrag / free-ridersgedrag = gratis profiteren van inspanningen van anderen.
Rationeel gedrag = als alle werknemers meeliften dan bestaat er geen vakbond,
verslechteren de arbeidsvoorwaarden en is iedereen slechter af.
Collectieve dwang = het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap in een bepaald
bedrijfstak.
Nominale loon = loon in euro’s.
Reële loon / koopkracht = hoeveel producten je met het nominale loon kunt kopen.
Om de verandering van het reële inkomen te berekenen, maken we gebruik van indexcijfers.