———————————————————————————————————————————
Draagkracht - Het maximum aantal mensen dat in een gebied of op aarde kan leven
zonder schade aan te richten aan het ecosysteem.
Duurzaam waterbeheer - Waterbeheer waarbij alleen de voorraad vernieuwbaar water wordt
verbruikt.
Grondwater - Water in de bodem en ondergrond dat zich bevindt in de verzadigde
zone. Alle ruimten (poriën) tussen de gronddeeltjes en het gesteente
zijn gevuld.
Infiltratie - Proces waarbij water de grond in zakt.
Klimaatgebied - Groot gebied met sterke overeenkomsten in klimaat.
Permafrost - Een geheel of gedeeltelijk bevroren bodem en ondergrond in de
polaire en boreale landschapszones.
Vegetatie - Het geheel aan planten in een gebied.
Versterkt broeikaseffect - Het deel van het broeikaseffect dat wordt veroorzaakt door menselijk
handelen. Het gaat hierbij met name om de uitstoot van
koolstofdioxide.
Verwering - Het uiteenvallen van gesteenten door inwerking van water,
temperatuur, wortels en zuren
———————————————————————————————————————————
Klimaatsysteem van Köppen
Deelt de wereld in in verschillende klimaatzones aan de hand van klimaat en natuurlijke
plantengroei.
Klimaatgebieden = grote gebieden die qua klimaat ongeveer hetzelfde zijn.
—> gaan vaak samen met landschapszones door overeenkomsten in vegetatie en landschap.
—> systeem begint bij de evenaar een gaat steeds hoger.
A= tropische klimaten (op de evenaar)
B*= droge klimaten (Noord-Afrika)
C= gematigde / maritiem / zee klimaten (Middellandse zee)
D= continentaal / landklimaat (Rusland)
E*= polaire klimaten (Noord-Finland)
f= hele jaar door neerslag
w= droge winter
s= droge zomer
*BW = woestijn *ET = toendra
*BS = steppe *EH = hooggebergte
*EF = sneeuw
, 1.1: Het landschap als dynamisch systeem
———————————————————————————————————————————
Bodem - Het bovenste deel van de grond waar planten in wortelen en dat in meer of mindere
mate in verkleurd door organisch materiaal en uitspoeling.
Uitspoeling - Bodemvormend proces waarbij infiltrerend regenwater voedingsstoffen en
bodemmateriaal meeneemt en dieper in de grond weer inspoelt.
Mineralisatie - Het proces waarbij plantenmateriaal wordt afgebroken en omgezet in
voedingsstoffen.
Geofactoren - De onderdelen van een landschap die op elkaar inwerken en samen de processen
aan en het uiterlijk an het aardoppervlak bepalen.
———————————————————————————————————————————
Bos als dynamisch systeem
Het landschap is niet statisch —> voortdurend veranderingen.
Input: (zonne)energie, water, voedingsstoffen.
Output: water, voedingsstoffen, biomassa
Voedingsstoffen die de bodem nodig hebben worden door de voedselkringloop gerecycled —> ze
zijn opgeslagen in het levende organisch materiaal van bomen, dode organische material op de
grond en in de zwarte humuslaag in de bodem
1. Levend organisch materiaal
- fotosynthese: nieuw organisch materiaal wordt geproduceerd met
behulp van zonlicht, water en voedingsstoffen (via wortels)
2. Organisch afval
- in de herfst laten de bomen het blad vallen —> hoopt op rondom de
boom
3. Uitgespoelde grond
—> bacteriën, schimmels en wormen starten de afbraak van organisch
materiaal
- Mineralisatie (volledige afbraak): er ontstaat CO2 (dat als gas
verdwijnt) en voedingsstoffen zoals stikstof, calcium en kalium —>
deze
zijn meteen opneembaar
- Humificatie (onvolledige afbraak) —> humus bindt voedingsstoffen en
water
4. Humus
- verwering door water, CO2 en bacteriën —> hier komen
voedingsstoffen bij vrij
5. Onveranderde grond
- water dat in de bodem intrekt kan leiden tot het wegspoelen
(uitspoelen van voedingsstoffen)
———————————————————————————————————————————