Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Probleem 2 forensische psychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
27
Geüpload op
07-11-2014
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting van 27 pagina's voor het vak Forensische psychologie aan de EUR

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Thema 2: De dader
Deel 1
Emmerik, van J.L. (2003). TBS-gestelden: een gemêleerd(gevarieerd/gemixt) gezelschap:

Tbs-gestelden hebben gemeen dat ze een delict hebben gepleegd(waarbij voorlopige hechtenis is
toegestaan), waarbij dit delict hen niet of in verminderde mate is toegerekend in verband met stoornis
of gebrekkige ontwikkeling. Achter deze titel gaat een grote variëteit schuil van delictgedrag en
demografische en diagnostische kenmerken. Nu zal een beeld worden geschetst van de tbs-populatie
aan de hand van de beschikbare empirische info, waarbij gebruikgemaakt wordt van de gegevens van
de toenmalige afdeling Monitoring en Research TBS van het voormalige Dr. F.S. Meijers Instituut.

Persoonsgegevens en demografische gegevens: Aantal vrouwen in tbs is gering(5%). In
jeugdinrichtingen is het aantal meisjes beduidend groter, maar ze blijven toch in de minderheid. In de
psychiatrische ziekenhuis zin de vrouwen echter in de meerderheid. Driekwart van de tbs-ers was
tijdens het delict ongehuwd en nooit gehuwd geweest. Ruim een kwart had tijdens het delict inkomen
uit arbeid en ruim de helft had een uitkering. Leeftijdsopbouw tussen ziekenhuizen en tbs verschil
38% zit tussen 20-44 jaar in ziekenhuis, terwijl dit bij tbs 83% in deze leeftijdsklasse is. Er zijn dus
grote verschillen in demografisch opzicht tussen de populaties van psychiatrische ziekenhuizen, de
Nederlandse bevolking en de tbs-klinieken. Bijna 1 op de10 tbs-ers heeft een niet-Nederlandse
nationaliteit. Ongeveer een kwart van de buitenlanders heeft een problematische
vreemdelingenstatus, waardoor hun resocialisatie problematisch is omdat onbegeleid verlof niet is
toegestaan. De verhouding tussen Nederlandse en niet-Nederlandse tbs-ers is de laatste tijd constant,
maar de conclusie is gerechtvaardigd dat allochtonen in de tbs-populatie zijn oververtegenwoordigd.

Gegevens over de tbs-veroordeling en het delictverleden:
Naar de aard van het delict vormen de tbs-gestelden een aparte groep. In de gedetineerdenpopulatie
vormen geweldsdelicten ongeveer eenderde van het totale aantaal, vermogensdelicten bijna 30% en
opiumwetdelicten ongeveer 15%. In de tbs-populatie zijn de delicten echter voor 98%
geweldsdelicten, al dan niet van seksuele aard en al dan niet in combi met vermogensdelicten. Bij
andere delicten is ruim de helft van de slachtoffers geen onbekende voor de tbs-er. Bij levensdelicten
is dat het geval bij driekwart. Bijna 3 op de 10 tbs-ers zijn seksueel delinquent, waarvan er 4 op de 10
een slachtoffer van jonger dan 16 heeft gehad.

Het aantal seksuele delicten met dodelijke afloop is beperkt. Het aantal ontoerekeningsvatbaar
verklaarde is sterk afgenomen. De rechter blijkt het advies van de deskundige bij 100% van de tbs-
opleggingen over te nemen. Er zijn voorspelbare samenhangen met de aard van de
stoornis/gebrekkige ontwikkeling en de door de rechter vastgestelde mate van toerekenbaarheid:
- De helft met een psychotische stoornis is ontoerekeningsvatbaar en eenderde verminderd.
- Bijna de helft van de verstandelijk gehandicapten is verminderd toerekeningsvatbaar en eenderde
sterk verminderd.
- De meerderheid (60%) van degene met een persoonlijkheidsstoornis is verminderd en een kwart
sterk verminderd.
Bijna eenderde van de tbs-ers is nog niet eerder veroordeeld, een kwart was al minstens 6 keer
eerder bestraft en 1 op de 10 heeft al een strafrechtelijke maatregel opgelegd gekregen.

Systeemgegevens en hulpverleningshistorie:
In de eerste 6 jaren waren voor 74% van de tbs-ers beide biologische ouders de belangrijkste
verzorgers. Dit neemt af rond de helft van het 7e jaar. Minstens 1 van de ouders was bij 89% de
belangrijkste verzorger, afnemend naar 72% in de fase 13-18 jaar. Een aanmerkelijk deel heeft
tehuiservaringen gehad. Bijna driekwart heeft voor de tbs ook al contacten gehad met de reguliere
GGZ, waarbij dit bij bijna de helft hiervan heeft geleid tot minstens 1 opname in een psychiatrisch
ziekenhuis.

Diagnostische gegevens: Een groot aantal personen heeft erngstige psychiatrische stoornissen: 25%
heeft een psychotische stoornis. Bij een deel wordt dit gecompliceerd door verslaving. Combinaties
van as-I en as-II problematiek komt vaak voor; psychotisch gaat vaak samen met persoonlijkheid.
Persoonlijkheid gaat vaak samen met verslaving. Het aantal patiënten met een psychotische stoornis
blijkt in psychiatrische ziekenhuizen meer dan 2 keer zo groot te zijn als in de tbs-kliniek. Het aantal
patiënten met een persoonlijkheidsstoornis blijkt echter in de tbs-kiniek 4.5 keer zo groot te zijn, en

,ook middelengebruik komt hier vaker voor. Weinig personen met een IQ lager dan 70, 1 op de 5 heeft
een IQ kleiner dan 85. 1 op de 3 heeft een IQ tussen de 50-90. De grens waarbij specifieke opvang
wenselijk wordt geacht ligt bij een iq van <80. Verslaving of gebruik van middelen tijdens het delict
komt veel voor. De tbs-populatie bestaat dus uit personen met als hoofddiagnose: ernstige
psychiatrische stoornissen(psychotisch), deels personen met persoonlijkheidsstoornissen(vooral
cluster B), deels met verslaving. Maar er is dus ook een aanzienlijk deel waarbij deze stoornissen
overlappen, en overlap met een verstandelijke handicap komt voor.

Inschattingen in de selectiefase: Tbs-veld maakt regelmatig een onderscheid tussen de
delictgevaarlijkheid op korte en op lange termijn. Bepaalde tbs-ers zijn vrijwel direct gevaarlijk voor
ernstig recidive als zij buiten de inrichting komen. Bij andere tbs-ers zal er eerst een traject moeten
voltrekken van vereenzaming, alcoholgebruik, staken van medicatie, conflicten etc. Ongeveer de helft
heeft een relatief groot delictgevaar op korte termijn, en 12% heeft een hoog vluchtgevaar. De
combinatie van deze twee(hoog vluchtgevaar en delictgevaar) is bij 10% aanwezig, dus vraagt vooral
voor deze groep om adequate personele voorzieningen.

Herkomst en plaatsing van tbs-gestelden: In verhouding tot de herkomst van tbs-gestelden is veel
capaciteit beschikbaar in Overijssel, Groningen en Utrecht. Weinig capaciteit is beschikbaar in Noord-
Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. In de nabije toekomst zou verbetering op kunnen treden:
nieuwe klinieken kunnen een betere spreiding leveren. Het huidige toewijzingssyteem is hiermee
echter in strijd, omdat regio's van herkomst geen toewijzingscriterium is. Contra-indicatie van
resocialisatie naar de regio van herkomst is zelden het geval. Het zou daarom logisch zijn wel
rekening te houden met de regio van herkomst. Criminelen die nog in afwachting zijn van hun
opname, of voor resocialisatie is het van belang dat de kliniek daar niet te ver vandaan ligt.

Categorieën van tbs-gestelden: Opmerkelijke verschillen tussen bepaalde subpopulaties:
- mannen en vrouwen, allochtonen en autochtonen, seksueel delinquenten en niet-delinquenten,
brandstichtes en niet-brandstichters, eerst veroordeelden en recidivisten, psychotische en niet-
psychotische, korter dan 7 jaar behandelde ex-tbs-ers en de al meer dan 8 jaar verblijvende.

1. Allochtonen vs autochtonen:
Allereerst een verschil in het voorkomen van de psychotische stoornis. Bij autochtonen(16%) en
allochtonen(43%). De toename van deze stoornissen in de tbs zou je dus moeten zoeken bij de
immigratie in Nederland, vooral vanuit Suriname, Marokko, Turkije en de Antillen.

2. Duur tbs: Tweede vergelijking: De longstay-groep verschilt op deze punten van de groep waarbij tbs
al is gestopt: een kwart heeft al eerder tbs gehad, meer dan 40% is seksueel delinquent, driekwart
heeft al een vrijheidsbenemende sanctie gehad, de helft is verstandelijk niet royaal toebedeeld, en van
bijna de helft werd aan het begin al een langdurig verblijf voorzien.

3. Recidive: Veel recidivisten in tbs. Dit blijkt uit de omvang van de volgende categorieën:
- Het aantal tbs-ers met minstens 2 eerdere veroordelingen met een vrijheidsbenemende sanctie is
bijna 1 op 2.
- Het aantal tbs-ers met een eerdere strafrechtelijke maatregel is 1 op 9
- Het aantal tbs-ers dat eerder opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis is 1 op 2
Als we dubbeltellingen vermijden dan is bij 75% sprake van (ernstige) recidive. Tbs kon hier niet
voorkomen worden door eerdere straffen, opname etc.

Om te kijken naar recidive in strafrechtelijke en psychiatrische zin voor de uitvoering van tbs, hebben
we op basis van 2 dichotomieën de volgende 4 groepen onderscheiden, waarbij we op de derde de
aandacht willen vestigen:
- Groep a niet of 1 keer eerder veroordeeld en geen of alleen ambulante hulpverleningscontacten
- Groep b niet of 1 keer eerder veroordeeld en opgenomen geweest in psychiatrisch ziekenhuis
- Groep c minstens 2 keer eerder veroordeeld en geen of alleen ambulante hulpverleningscontacten
- Groep d minstens 2 keer eerder veroordeeld en opgenomen geweest in psychiatrisch ziekenhuis

Groep A: Ernstige delicten, weinig psychiatrische stoornissen, en een relatief gunstige prognose voor
een zelfstandig verblijf in de samenleving na verpleging.
Groep B: Deze groep komt het meest overeen met de 'gewone' psychiatrische patiënten.
Groep C: Deze groep lijkt het sterkst gekenmerkt te worden door een criminele identiteit.

, Groep D: Lijkt getypeerd te kunnen worden als een uiterst zwakke groep en slecht toegerust voor
mogelijkheden om een zelfstandig verblijf in de samenleving op te bouwen. Zowel in psychiatrisch als
strafrechtelijk opzicht een belast verleden.

De tbs is blijkbaar een middel als andere interventies niet genoeg resultaat hebben, en ook een
toevluchtsmiddel voor de beveiliging van de samenleving bij ernstige delicten. Het moet dan ook wel
een illusie worden geacht dat tbs-verpleging in korte tijd wel die doelen kan realiseren. Een relatief
korte vrijheidsbeneming zal gemakkelijk leiden tot de mening dat men er met tbs wel erg makkelijk
vanaf komt.

4. Direct delictgevaar: Laatste vergelijking betreft tussen degene van wie een lager of juist hoger
direct delict gevaar werd ingeschat door klinisch oordeel. Positieve samenhang met degene van wie
er bij de selectie werd verwacht dat zij langdurig in tbs zullen blijven, degene met een IQ lager dan 70,
schizofrenie, psychose, ontoerekeningsvatbaarheid, al eerdere maatregel, ASP, delicten buiten de
relationele sfeer en seksuele delicten. Aan de andere kant van het spectrum zijn degene met een IQ
tussen de 110-114, delicten in familiesfeer etc.

Gegevens over de tenuitvoerlegging: 21% heeft een intramuraal verblijf van langer dan 6 jaar. De
behandeling wordt niet altijd in 1 kliniek afgerond.
Uitstroom uit de tbs: De eerder genoemde zorgafhankelijkheid van een aanzienlijk deel vind je ook
terug in de proefverlofsituatie. Bij tweederde van de proefverloven is sprake van voortgezette zorg.
Waarschijnlijk is dit nog een ondergrens. Hoe belangrijk vervolgvoorzieningen ook zijn, het gaat niet
om hele grote aantallen. Het aantal personen dat de tbs verlaat is gering. Vergelijken we deze
uitstroom met het aantal opleggingen, dan blijft de uitstroom jaarlijks met 35 personen achter. Deze
zorgelijke ontwikkeling wordt onvoldoende gecompenseerd door proefverloven. Het is moeilijk om
naar het oordeel van de klinieken tot een verantwoorde beëindiging van de tbs te komen, gegeven de
voortdurende delictgevaarlijkheid en zorgafhankelijkheid. De omvang van het tbs-circuit is in de
verslagperiode sterk toegenomen, vooral in de jaren 1993-1998. In combinatie met de stagnerende
uitstroom is de capaciteitsbehoefte sterk toegenomen en hierin goeddeels voorzien. Inmiddels is
sprake van een daling van het aantal opleggingen tot 120 in 1999. Echter is dit artikel in 2003
geschreven dus hoe zit het nu?

Samenvatting en conclusies:
- Delictgedrag Van de mogelijkheid tbs voor delicten zonder geweld wordt weinig gebruikgemaakt.
Bij tbs-gestelden is daardoor steeds sprake van geweld. Levensdelicten, mishandeling, seksuele
delicten en brandstichting zijn typerend voor hun delictgedrag. Bij een aanzienlijk deel gaat dit
gepaard met vermogensdelicten. Vaak vinden de delicten plaats in de familiesfeer of andere
bekenden, brandstichting uitgezonderd.
- Psychopathie In tbs-populatie veel ernstige psychiatrische stoornissen, vooral middelengebruik
en persoonlijkheidsstoornissen. In psychiatrische ziekenhuizen daarentegen veel
stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen. In de reguliere zorg zijn er aparte vormen van
zorg, dus is het aannemelijk dat personen met gecombineerde problematiek tussen deze circuits
terecht kunnen komen. Problemen met toewijzing: vaak op aselecte wijze, waarbij comorbiditeit geen
apart criterium is. Toewijzing vindt dan plaats op hoofddiagnose.

- Vier typen tbs-gesteldenAnalyses in het rapport maken het aannemelijk 4 typen te
onderscheiden: 1) een groep goed behandelbare tbs-gestelden zonder justitie en psychiatrie. Delicten
vaak in familiesfeer, waarbij de ernst heeft geleid tot tbs, maar een goed vooruitzicht met uitzondering
van de seksueel delinquenten. 2) een groep psychiatrische patiënten zonder justitie maar wel
psychiatrie. Veel levensdelicten, vooral in familiesfeer, en brandstichting, waarbij het
behandelperspectief gericht is op doorstroming naar een psychiatrisch ziekenhuis. 3) een groep tbs-
ers met een criminele identiteit met een uitgebreide delictcarrière zonder opname in psychiatrisch
ziekenhuis. Veel verslaving en persoonlijkheidsproblemen, geen psychotisch. Als zelfstandige
terugkeer niet kan, dan tbs blijven doen, want in GGZ hebben zij weinig te zoeken. 4) een groep tbs-
ers die als overlastgroep is te typeren. Ook een psychiatrisch verleden met opname, zowel
psychotisch als cluster-B. Sombere prognose, lang in tbs of naar ggz.
Tussen de tbs-klinieken zijn verschillen zichtbaar in de mate waarin deze 4 groepen daarin
vertegenwoordigd zijn. De verschillen zijn logisch verklaarbaar uit historische functies van deze
klinieken en de tot eind 1999 gehanteerde plaatsingssystematiek.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 november 2014
Aantal pagina's
27
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
$4.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Yoris Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
191
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
46
Documenten
74
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3.9

24 beoordelingen

5
4
4
18
3
0
2
0
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen