Natuurkunde hoofdstuk 1
1.1
Kracht - F - Newton - N
- Grootte
- Richting
- Aangrijpingspunt
Zwaartekracht = aantrekkingskracht van de aarde
F = zwaartekracht in Newton (N)
m = massa in kilogram (kg)
g = 9,81 N per kg in Nederland.
Fz = m x g
m = Fz : g
g = Fz : m
Hefboom = voorwerp met twee uiteinden met verschillende lengte. Hoe langer de lange uiteinde
hoe groter de werkkracht.
- Draaipunt
- Korte uiteinde waar de werkkracht aangrijpt
- Lange uiteinde waar de spierkracht aangrijpt
Draaipunt= punt dat op dezelfde plek blijft.
- tussen de werkkracht en spierkracht in
- Aan het einde van een hefboom
Arm van de kracht = afstand tussen draaipunt en spierkracht.
Werklijn van de kracht = lijn waarlangs de kracht werkt.
1.2
Hefboom wet = (kracht x arm) links = (kracht x arm) rechts
Contragewicht = verzwaring zodat de brug makkelijk te openen is.
Zwaartepunt = aangrijpingspunt van de zwaartekracht.
1.3
Takel = combinatie van lossen en vaste katrollen.
1 vaste katrol
- veranderd de richting van trekken
Combinatie van lossen en vaste katrollen
- Kracht wordt kleiner, touw wordt langer
- Wat je wint aan kracht verlies je aan afstand
Tandwielen aan elkaar
- Draairichting veranderd
Tandwielen verbonden door kettingen
- Draairichting blijft gelijk
Verhouding van tandwielen zorgt voor vertraging of versnelling.
1.1
Kracht - F - Newton - N
- Grootte
- Richting
- Aangrijpingspunt
Zwaartekracht = aantrekkingskracht van de aarde
F = zwaartekracht in Newton (N)
m = massa in kilogram (kg)
g = 9,81 N per kg in Nederland.
Fz = m x g
m = Fz : g
g = Fz : m
Hefboom = voorwerp met twee uiteinden met verschillende lengte. Hoe langer de lange uiteinde
hoe groter de werkkracht.
- Draaipunt
- Korte uiteinde waar de werkkracht aangrijpt
- Lange uiteinde waar de spierkracht aangrijpt
Draaipunt= punt dat op dezelfde plek blijft.
- tussen de werkkracht en spierkracht in
- Aan het einde van een hefboom
Arm van de kracht = afstand tussen draaipunt en spierkracht.
Werklijn van de kracht = lijn waarlangs de kracht werkt.
1.2
Hefboom wet = (kracht x arm) links = (kracht x arm) rechts
Contragewicht = verzwaring zodat de brug makkelijk te openen is.
Zwaartepunt = aangrijpingspunt van de zwaartekracht.
1.3
Takel = combinatie van lossen en vaste katrollen.
1 vaste katrol
- veranderd de richting van trekken
Combinatie van lossen en vaste katrollen
- Kracht wordt kleiner, touw wordt langer
- Wat je wint aan kracht verlies je aan afstand
Tandwielen aan elkaar
- Draairichting veranderd
Tandwielen verbonden door kettingen
- Draairichting blijft gelijk
Verhouding van tandwielen zorgt voor vertraging of versnelling.