Sportmarketing
Hoofdstuk 1
Marktgericht denken: de nadruk ligt op de wensen en behoeften van de verschillende afnemers,
en niet op het product/dienst zelf.
- Eindafnemers (consumenten)
- Tussenafnemers (business-to-business)
Marketingbenaderingsconcepten
1. Productieconcept
Focus op grote productieomvang en lage kosten. Als een product goedkoop en goed
verkrijgbaar is word het veel verkocht.
2. Productconcept
Focus op productkwaliteit. Het technisch best mogelijke product.
3. Verkoopconcept
Focus op verkopen en promotie. Een product verkoop vanzelf als het veel aandacht heeft.
4. Marketingconcept
Focus op wensen en behoeften. Afnemers zijn het uitgangspunt van het product.
5. Maatschappelijke-marketingconcept
Focus op wensen, behoeften en welzijn.
(6.) Sportmarkt
Verzameling organisaties die te maken hebben met de specifieke kenmerken van sport
binnen hun marketingproces.
Marketing: Het proces binnen een organisatie dat door op wensen en behoeften van afnemers in te
spelen toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, zodat een langdurige relatie
kan worden opgebouwd waarbinnen organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Marketingproces:
1. Inventariseren van de behoeften van afnemers
2. Inspelen op de behoeften van de afnemers
3. Marketinginstrumenten; product, prijs, marketingcommunicatie, distributie, (personeel,
proces en presentatie bij dienstverlening en detailhandel)
Dynamisch proces tussen afnemers en aanbieders op de sportmarkt
,Dit dynamische proces vindt plaats binnen een;
Marketingomgeving:
- aanbieder, toeleveranciers, concurrenten, tussenpersonen
- economische ontwikkelingen, juridische veranderingen, politieke veranderingen.
Product: een bundeling van eigenschappen die in een behoefte voorziet en daarom als prettig wordt
ervaren. Sportproduct; als het direct of indirect gericht is op een sportconsument.
Soorten bewegen:
A. sportief bewegen: het bewegen is een doel op zich.
B. Bewegen met een a-sportief doel: bijv. fietsend boodschappen doen.
C. Jezelf niet-verplaatsend bewegen: bijv. Spinningsessie.
Sport: alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt en waarbij
de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoet.
Unieke kenmerken van de sport:
- De uitslag is niet voorspelbaar, het spel is niet beheersbaar.
- Consumenten zijn veelal nauw betrokken bij het product en identificeren zich ermee
- De uitslag bepaalt veelal de kwaliteit van de beleving
- De aandacht is cyclisch en kent bepaalde tendensen
- Sport heeft de potentie tot herbeleving als verankerde ervaring.
Unieke kenmerken van sport die samengaat aan diensten:
- Sport is gedeeltelijk ontastbaar
- Bij sport is er interactie tussen afnemers en producent
- Bij sport is geen voorraadvorming mogelijk
- Sport kan niet gestandaardiseerd worden
Sportmarketing: het proces binnen een organisatie dat inspeelt op de wensen en behoeften van
afnemers, daarbij rekening houdend met de specifieke sportkenmerken, en
toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, waardoor een langdurige relatie
wordt opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Anglo-Amerikaanse managementbenadering;
concurrerend ondernemerschap, weinig overheidsbemoeienis, gericht op kortetermijnwinst.
Rijnlands-Europese managementbenadering;
Gaat uit van samenwerken om doelen te bereiken en een actieve rol van de overheid.
Sport als doel
Sport beoefenen om actief met sport bezig te zijn en daarbij sportieve doelstellingen te
realiseren.
Sport als middel
Betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere doelstellingen te realiseren.
Sportmanagementfuncties
Binnen elk van de genoemde functies wordt op een marktgerichte wijze gedacht en gehandeld.
Hoofdstuk 2 De sportmarkt
Een markt bestaat uit een groep afnemers met bepaalde wensen en behoeften, en aanbieders die
hierop inspelen.
, Sportmarkt: een verzameling van organisaties die allen te maken hebben met de specifieke
kenmerken van sport binnen hun marketingproces.
Abell-model:
- Hulpmiddel om een markt af te bakenen
- Assen binnen het model geven aan welke
afnemersgroepen, welke behoeften en welke
technologieën er binnen het domein aanwezig
zijn.
- De kubus geeft aan waar de organisatie zich op
richt.
- De delen van de assen buiten de kubus geven een
bepaalde dynamiek aan in de markt waarlangs
een organisatie zich zou kunnen ontwikkelen.
- Richt je maar op 1 of 2 dimensies, niet 3 want dan
ben je niet aan het specialiseren. Je krijgt dus
100%, 80%, 10% aandacht voor technologie of behoefte of afnemers.
Missie: Geeft globaal aan welke functie een organisatie in de markt wil vervullen en beschrijft in 1 zin
de drie componenten van de Abell-analyse
Kwantificeren: men maakt een inschatting van hoeveel afnemers er zullen zijn, hoeveel ze zullen
afnemen of wat de te verwachten omzet is.
Afnemersbehoeften:
Welke behoeften liggen er bij de afnemers en wat verwachten de afnemers van de
leveranciers?
Afnemersgroepen:
Welke segmenten zijn voor de onderneming van belang en welke segmenten vormen
tenslotte de doelgroep van de onderneming?
Technologieën:
Met behulp van welke middelen en producten worden de behoeften van de afnemers
ingevuld
Marktomvang
Kan ingeschat worden door de bestaande cijfers van brancheorganisaties te bekijken. De organisatie
kan ook zelf onderzoek doen naar bijv.; koopintenties, gebruik, motieven, bestedingen.
Berekenen van de kwantitatieve marktomvang:
1. Aantal afnemers in de markt
2. Afgenomen eenheden product in de markt
3. Omzet in de totale markt
De verschillende markten die kunnen worden gemeten:
- Potentiële markt: maximum aantal afnemers met dezelfde globale behoefte
- Beschikbare markt: potentiële markt min de afnemers die door barrière niet aanschaffen.
- Bediende markt: de doelmarkt die bediend gaat worden door de eigen organisatie.
- Gepenetreerde markt: de markt waar al ruiltransacties mee zijn.
Hoofdstuk 1
Marktgericht denken: de nadruk ligt op de wensen en behoeften van de verschillende afnemers,
en niet op het product/dienst zelf.
- Eindafnemers (consumenten)
- Tussenafnemers (business-to-business)
Marketingbenaderingsconcepten
1. Productieconcept
Focus op grote productieomvang en lage kosten. Als een product goedkoop en goed
verkrijgbaar is word het veel verkocht.
2. Productconcept
Focus op productkwaliteit. Het technisch best mogelijke product.
3. Verkoopconcept
Focus op verkopen en promotie. Een product verkoop vanzelf als het veel aandacht heeft.
4. Marketingconcept
Focus op wensen en behoeften. Afnemers zijn het uitgangspunt van het product.
5. Maatschappelijke-marketingconcept
Focus op wensen, behoeften en welzijn.
(6.) Sportmarkt
Verzameling organisaties die te maken hebben met de specifieke kenmerken van sport
binnen hun marketingproces.
Marketing: Het proces binnen een organisatie dat door op wensen en behoeften van afnemers in te
spelen toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, zodat een langdurige relatie
kan worden opgebouwd waarbinnen organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Marketingproces:
1. Inventariseren van de behoeften van afnemers
2. Inspelen op de behoeften van de afnemers
3. Marketinginstrumenten; product, prijs, marketingcommunicatie, distributie, (personeel,
proces en presentatie bij dienstverlening en detailhandel)
Dynamisch proces tussen afnemers en aanbieders op de sportmarkt
,Dit dynamische proces vindt plaats binnen een;
Marketingomgeving:
- aanbieder, toeleveranciers, concurrenten, tussenpersonen
- economische ontwikkelingen, juridische veranderingen, politieke veranderingen.
Product: een bundeling van eigenschappen die in een behoefte voorziet en daarom als prettig wordt
ervaren. Sportproduct; als het direct of indirect gericht is op een sportconsument.
Soorten bewegen:
A. sportief bewegen: het bewegen is een doel op zich.
B. Bewegen met een a-sportief doel: bijv. fietsend boodschappen doen.
C. Jezelf niet-verplaatsend bewegen: bijv. Spinningsessie.
Sport: alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt en waarbij
de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoet.
Unieke kenmerken van de sport:
- De uitslag is niet voorspelbaar, het spel is niet beheersbaar.
- Consumenten zijn veelal nauw betrokken bij het product en identificeren zich ermee
- De uitslag bepaalt veelal de kwaliteit van de beleving
- De aandacht is cyclisch en kent bepaalde tendensen
- Sport heeft de potentie tot herbeleving als verankerde ervaring.
Unieke kenmerken van sport die samengaat aan diensten:
- Sport is gedeeltelijk ontastbaar
- Bij sport is er interactie tussen afnemers en producent
- Bij sport is geen voorraadvorming mogelijk
- Sport kan niet gestandaardiseerd worden
Sportmarketing: het proces binnen een organisatie dat inspeelt op de wensen en behoeften van
afnemers, daarbij rekening houdend met de specifieke sportkenmerken, en
toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, waardoor een langdurige relatie
wordt opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Anglo-Amerikaanse managementbenadering;
concurrerend ondernemerschap, weinig overheidsbemoeienis, gericht op kortetermijnwinst.
Rijnlands-Europese managementbenadering;
Gaat uit van samenwerken om doelen te bereiken en een actieve rol van de overheid.
Sport als doel
Sport beoefenen om actief met sport bezig te zijn en daarbij sportieve doelstellingen te
realiseren.
Sport als middel
Betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere doelstellingen te realiseren.
Sportmanagementfuncties
Binnen elk van de genoemde functies wordt op een marktgerichte wijze gedacht en gehandeld.
Hoofdstuk 2 De sportmarkt
Een markt bestaat uit een groep afnemers met bepaalde wensen en behoeften, en aanbieders die
hierop inspelen.
, Sportmarkt: een verzameling van organisaties die allen te maken hebben met de specifieke
kenmerken van sport binnen hun marketingproces.
Abell-model:
- Hulpmiddel om een markt af te bakenen
- Assen binnen het model geven aan welke
afnemersgroepen, welke behoeften en welke
technologieën er binnen het domein aanwezig
zijn.
- De kubus geeft aan waar de organisatie zich op
richt.
- De delen van de assen buiten de kubus geven een
bepaalde dynamiek aan in de markt waarlangs
een organisatie zich zou kunnen ontwikkelen.
- Richt je maar op 1 of 2 dimensies, niet 3 want dan
ben je niet aan het specialiseren. Je krijgt dus
100%, 80%, 10% aandacht voor technologie of behoefte of afnemers.
Missie: Geeft globaal aan welke functie een organisatie in de markt wil vervullen en beschrijft in 1 zin
de drie componenten van de Abell-analyse
Kwantificeren: men maakt een inschatting van hoeveel afnemers er zullen zijn, hoeveel ze zullen
afnemen of wat de te verwachten omzet is.
Afnemersbehoeften:
Welke behoeften liggen er bij de afnemers en wat verwachten de afnemers van de
leveranciers?
Afnemersgroepen:
Welke segmenten zijn voor de onderneming van belang en welke segmenten vormen
tenslotte de doelgroep van de onderneming?
Technologieën:
Met behulp van welke middelen en producten worden de behoeften van de afnemers
ingevuld
Marktomvang
Kan ingeschat worden door de bestaande cijfers van brancheorganisaties te bekijken. De organisatie
kan ook zelf onderzoek doen naar bijv.; koopintenties, gebruik, motieven, bestedingen.
Berekenen van de kwantitatieve marktomvang:
1. Aantal afnemers in de markt
2. Afgenomen eenheden product in de markt
3. Omzet in de totale markt
De verschillende markten die kunnen worden gemeten:
- Potentiële markt: maximum aantal afnemers met dezelfde globale behoefte
- Beschikbare markt: potentiële markt min de afnemers die door barrière niet aanschaffen.
- Bediende markt: de doelmarkt die bediend gaat worden door de eigen organisatie.
- Gepenetreerde markt: de markt waar al ruiltransacties mee zijn.