Paragraaf 1
● Vaak komen normen en gedragsregels voort uit geloof, tradities en gewoonten.
● Rechtsnormen: Gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd.
○ Ontstaan om het maatschappelijke leven geordend te laten verlopen en
conflicten op te lossen.
○ Komen voort uit normen en waarden
● Rechtsstaat: Een staat waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid.
● 1789 einde van de absolute monarchie
● Absolute monarchie: Alle macht ligt in de handen van de koning
● Grondwet: Hierin staat wat de grondrechten zijn en hoe het land geregeerd moet
worden.
● 1798 eerste grondwet
● 1917 alle volwassen mannen hebben kiesrecht
● 1919 alle vrouwen hebben kiesrecht
● Dictatuur: één machthebber of een partij bepaalt in feite wat de regels zijn
● Je hebt rechten én plichten
○ Bv. leerplicht of iemand die in levensgevaar is helpen.
● 2 verschillende rechtsgebieden:
● Publiekrecht: regelt de inrichting van de staat en de relatie tussen burger en
overheid (burger + overheid)
○ Staatsrecht: alle regels voor de inrichting van de Nederlandse staat
■ Bv. de rechten van politiek Den Haag etc.
○ Bestuursrecht: Regelt de verhouding tussen burger en overheid. Beschermt
je ook tegen de overheid.
■ Bv. vergunningen aanvragen en bezwaar indienen als er iets gebeurt
wat jij niet wilt.
○ Strafrecht: Alle wettelijke regels die aangeven welk gedrag strafbaar is.
● Privaatrecht/ Burgerlijk recht: regelt de betrekkingen tussen burgers onderling
○ Personen- en familierecht: Regelt zaken die gaan over huwelijk,
echtscheiding, geboorte, overlijden en het adopteren van kinderen.
○ Ondernemingsrecht: Bepaalt wanneer je een bedrijf mag oprichten etc
○ Vermogensrecht: gaat over mensen hun vermogen.
■ Bv. koop, huur of arbeidsovereenkomsten of nalatenschap.
Paragraaf 2
● Doel van de rechtsstaat -> veiligheid
● Grondbeginselen:
○ Verdeling van de macht
○ Grondrechten vastgelegd in de grondwet
○ De overheid mag alleen beperkingen opleggen aan de vrijheid van burgers
● Machtenscheiding= trias politica
, ● Trias Politica:
○ Wetgevende macht: Maakt de wetten
■ parlement en de regering samen.
○ Uitvoerende macht: zorgt ervoor dat wetten worden uitgevoerd ministers zijn
verantwoordelijk en zorgen dat anderen mensen het doen.
■ Ambtenaren zoals politie
○ Rechterlijke macht: beoordeelt of burgers of machthebbers wetten hebben
overtreden en doet uitspraak in conflicten.
■ Onafhankelijke rechters
● Machtsverdeling niet helemaal gescheiden want ministers doen wetsvoorstellen
(wetgevende macht) en moeten zorgen voor de uitvoering van de wetten
(uitvoerende macht).
● Trias politica moeten elkaar scherp houden en controleren.
● Checks and balances: een systeem waarin de trias politica elkaar controleert en
evenwicht houdt.
● Neutrale rechters zorgen voor bescherming.
○ Eerlijke rechtspraak
○ beschermd tegen overheid
○ geen eigen rechter gaan spelen
● Twee soorten grondrechten:
○ Klassieke grondrecht: Rechten die de overheid moet garanderen.
■ Bv. vrijheid van godsdienst
○ Sociale grondrechten: De overheid kan deze rechten niet garanderen maar
moet zich er wel voor inspannen.
■ Bv. recht op werk.
● Legaliteitsbeginsel: volgens dit beginsel mag de overheid alleen beperkingen
opleggen aan de vrijheid van burgers als die beperkingen in wetten zijn vastgelegd.
● Legaliteits beginselen in Wetboek van Strafrecht:
○ Strafbaarheid: Iets is alleen strafbaar als het in de wet staat
○ Strafmaat: In de wet staat bij ieder strafbaar feit de maximale straf.
○ Ne bis in idem- regel: Na de uitspraak van een rechter kun je in principe niet
voor een tweede keer voor hetzelfde feit worden vervolgd.
Paragraaf 3
● Overheid moet zorgen voor veiligheid van burgers en rechtshandhaving.
○ Geweldsmonopolie van de staat: De staat mag als enige in een land geweld
gebruiken.
○ Overheid moet zich wel aan de regels blijven houden
○ Rechtsbescherming: grondwet beschermt burgers tegen andere burgers en
tegen machtsmisbruik van de overheid.
● Rechtsbescherming is belangrijkste verschil tussen rechtsstaat en een totalitaire
samenleving of dictatuur.
● Misdrijven: meer ernstige strafbare feiten
○ Bv. diefstal, mishandeling en moord.
■ Maximale straf is levenslang
● Overtredingen: minder ernstige strafbare feiten