Samenvatting reader 2
Hoofdstuk 1
● Secularisering: De invloed van het religie op cultuur en politiek wordt minder groot en
het geloof gaat van de publieke sfeer meer naar de privé sfeer.
● Publieke sfeer: De onderdelen in het leven die je in openbare plekken en met
andere, vaak minder bekende mensen doet.
○ Bv. school, werk, sport, media en overheid.
● Private sfeer: Onderdelen in het leven die zich meer privé afspelen
○ Alle activiteiten die je met mensen doet die je heel goed kent, bv. opvoeding,
familiezaken en vriendschappen.
● Deze twee sferen zijn niet helemaal gescheiden
○ Bv. op school zie je vrienden, je leest thuis de krant.
● Nog steeds regels van het christendom maar van minder grote invloed.
○ Bv. wel trouwen maar winkels op zondag open.
● Secularisering betekent niet dat minder mensen gelovig worden.
● Secularisering vind niet tegelijkertijd op de hele wereld plaats.
● Landen die erg geseculariseerd zijn:
○ Nederland, Zweden, Denemarken
● Landen waar religie een grotere invloed krijgt:
○ Iran, Oost-Europa
● Geloof speelt in de zuidelijke staten van Amerika ook een grote rol.
● Orthodox: Strenge geloven die een geloof zo letterlijk mogelijk probeert te nemen of
● Als een geloof orthodox is hoor je dingen voor waar aan te nemen
● Orthopraktische geloven: geloven die er vanuit gaan dat het niet het belangrijkst is
wat je gelooft maar wat je doet.
● 19e en 20e eeuw kritiek op orthodoxe gelovigen, kritiek was voor mensen die in
beide betekenissen van het woord orthodox zijn.
○ Dus die een abrahamitische geloof aanhangen op een zo letterlijk mogelijke
manier.
● Atheïsme: Het niet eens zijn met het geloven in een god
● Agnostici: dit betekent ‘je kunt er geen kennis van hebben’.
○ Zij zeiden: bewijzen dat god niet bestaat is net zo moeilijk als bewijzen dat
god wel bestaat.
● Mock-religions: deze religie is er op uit het domme van religieuze hiërarchie aan te
tonen.
Hoofdstuk 2
● Abraham (Christelijk): Een man die voorkomt in de Tenach van de joden, de Bijbel
van de christenen en de Koran van de moslims. Hij wordt hier gezien als de
aartsvader van het volk Israël.
● Aartsvader: betekent dat hij als oudste en belangrijkste van het volk wordt gezien.
○ Awraham ( Joods), Ibrahim (Islamitische benaming)
, ● Christendom en islam zijn verbonden met elkaar omdat ze allebei uit het Jodendom
voortkomen.
● Het verhaal van Abraham (is niet zeker weten waar)
○ Leefden in 2000 voor christus
○ Werd geboren als Abram, zoon van afstammeling van Noach
○ Woonden met zijn 2 broers en vrouw Sarai in Heran (stad in huidig Irak)
○ Hij en zijn vrouw konden geen kinderen krijgen
○ Ismaël was de eerste zoon van Abraham (door slaaf Hagar)
○ Later werd Isaak geboren (Door zijn vrouw Sara)
○ Isaak zou stamvader worden van het Joodse volk (en dus ook het
christendom)
○ Ismaël zou stamvader worden van Islam (heete niet zo op dat moment)
● Genesis: Eerste deel van de Joodse BIjbel of het oude Testament binnen het
Christendom.
● Verhaal van Abraham draait om Onvoorwaardelijk vertrouwen in god.
○ God beloofte Abraham een eigen land en Abraham geloofde god.
○ Daarom wordt hij gezien als een groot voorbeeld.
Verdieping: de proef van Abraham
● Verhaal komt uit Genesis 22 vers 1-19
Hoofdstuk 3
● Bijbel: belangrijkste boek van de christenen.
○ Komt van Griekse woord voor boeken.
● 2 delen:
○ oude testament ( gaat over geschiedenis van het volk Israël) Dit deel is de
tenach (heilige boek van de Joden)
■ Hebreeuws (+ beetje aramees) (taal van de joden)
■ 1200 jaar over gedaan
○ Nieuwe testament: (gaat over verhalen van jezus + volgelingen)
■ Koine Grieks
■ Iets meer dan 200 jaar over gedaan.
● Voor christenen zijn beide testamenten belangrijk.
● Septuagint: oude testament in Grieks vertaald
○ Septuagint betekent 70 omdat er 70 vertalers aan mee werkten om te
vertalen.
● Vulgaat: eerste christelijke bijbel dat uit beide delen bestond en in latijn geschreven
was.
● Nieuwe testament kun je verdelen op de volgende manier ( 27 delen)
○ E: evangeliën
■ 4 boeken
■ Over het leven van Jezus
Hoofdstuk 1
● Secularisering: De invloed van het religie op cultuur en politiek wordt minder groot en
het geloof gaat van de publieke sfeer meer naar de privé sfeer.
● Publieke sfeer: De onderdelen in het leven die je in openbare plekken en met
andere, vaak minder bekende mensen doet.
○ Bv. school, werk, sport, media en overheid.
● Private sfeer: Onderdelen in het leven die zich meer privé afspelen
○ Alle activiteiten die je met mensen doet die je heel goed kent, bv. opvoeding,
familiezaken en vriendschappen.
● Deze twee sferen zijn niet helemaal gescheiden
○ Bv. op school zie je vrienden, je leest thuis de krant.
● Nog steeds regels van het christendom maar van minder grote invloed.
○ Bv. wel trouwen maar winkels op zondag open.
● Secularisering betekent niet dat minder mensen gelovig worden.
● Secularisering vind niet tegelijkertijd op de hele wereld plaats.
● Landen die erg geseculariseerd zijn:
○ Nederland, Zweden, Denemarken
● Landen waar religie een grotere invloed krijgt:
○ Iran, Oost-Europa
● Geloof speelt in de zuidelijke staten van Amerika ook een grote rol.
● Orthodox: Strenge geloven die een geloof zo letterlijk mogelijk probeert te nemen of
● Als een geloof orthodox is hoor je dingen voor waar aan te nemen
● Orthopraktische geloven: geloven die er vanuit gaan dat het niet het belangrijkst is
wat je gelooft maar wat je doet.
● 19e en 20e eeuw kritiek op orthodoxe gelovigen, kritiek was voor mensen die in
beide betekenissen van het woord orthodox zijn.
○ Dus die een abrahamitische geloof aanhangen op een zo letterlijk mogelijke
manier.
● Atheïsme: Het niet eens zijn met het geloven in een god
● Agnostici: dit betekent ‘je kunt er geen kennis van hebben’.
○ Zij zeiden: bewijzen dat god niet bestaat is net zo moeilijk als bewijzen dat
god wel bestaat.
● Mock-religions: deze religie is er op uit het domme van religieuze hiërarchie aan te
tonen.
Hoofdstuk 2
● Abraham (Christelijk): Een man die voorkomt in de Tenach van de joden, de Bijbel
van de christenen en de Koran van de moslims. Hij wordt hier gezien als de
aartsvader van het volk Israël.
● Aartsvader: betekent dat hij als oudste en belangrijkste van het volk wordt gezien.
○ Awraham ( Joods), Ibrahim (Islamitische benaming)
, ● Christendom en islam zijn verbonden met elkaar omdat ze allebei uit het Jodendom
voortkomen.
● Het verhaal van Abraham (is niet zeker weten waar)
○ Leefden in 2000 voor christus
○ Werd geboren als Abram, zoon van afstammeling van Noach
○ Woonden met zijn 2 broers en vrouw Sarai in Heran (stad in huidig Irak)
○ Hij en zijn vrouw konden geen kinderen krijgen
○ Ismaël was de eerste zoon van Abraham (door slaaf Hagar)
○ Later werd Isaak geboren (Door zijn vrouw Sara)
○ Isaak zou stamvader worden van het Joodse volk (en dus ook het
christendom)
○ Ismaël zou stamvader worden van Islam (heete niet zo op dat moment)
● Genesis: Eerste deel van de Joodse BIjbel of het oude Testament binnen het
Christendom.
● Verhaal van Abraham draait om Onvoorwaardelijk vertrouwen in god.
○ God beloofte Abraham een eigen land en Abraham geloofde god.
○ Daarom wordt hij gezien als een groot voorbeeld.
Verdieping: de proef van Abraham
● Verhaal komt uit Genesis 22 vers 1-19
Hoofdstuk 3
● Bijbel: belangrijkste boek van de christenen.
○ Komt van Griekse woord voor boeken.
● 2 delen:
○ oude testament ( gaat over geschiedenis van het volk Israël) Dit deel is de
tenach (heilige boek van de Joden)
■ Hebreeuws (+ beetje aramees) (taal van de joden)
■ 1200 jaar over gedaan
○ Nieuwe testament: (gaat over verhalen van jezus + volgelingen)
■ Koine Grieks
■ Iets meer dan 200 jaar over gedaan.
● Voor christenen zijn beide testamenten belangrijk.
● Septuagint: oude testament in Grieks vertaald
○ Septuagint betekent 70 omdat er 70 vertalers aan mee werkten om te
vertalen.
● Vulgaat: eerste christelijke bijbel dat uit beide delen bestond en in latijn geschreven
was.
● Nieuwe testament kun je verdelen op de volgende manier ( 27 delen)
○ E: evangeliën
■ 4 boeken
■ Over het leven van Jezus