Jaar 2 – blok 1
1.1
De organisatie en haar omgeving
Organisatie:
een organisatie is een samenwerkingsverband tussen personen die een bepaald doel nastreven.
- Onderneming/bedrijf:
Een organisatie die naar winst streeft.
- Non profit:
Organisaties die niet naar winst streven; overheidsinstellingen, provincies en gemeenten.
Werkzaamheden van een organisatie:
- Het maken van Producten
- Het verplaatsen van goederen
- Het leveren van diensten
Omgeving van een organisatie:
Degene met wie de organisatie zaken doet.
- Leveranciers en afnemers
- Omwonenden (belangen; geluidsoverlast e.d.)
- Overheid
Externe relaties van een organisatie:
Contact tussen een organisatie en haar omgeving houdt een tweerichtingsverkeer in.
,1.4
Goederen- en geldstromen
Commerciële organisaties:
Streven naar winst. (Zij willen een positief resultaat halen)
Dit is het geval als de opbrengsten van de activiteiten meer bedragen dan de kosten die
moeten worden gemaakt om deze activiteiten te kunnen verrichten.
Primair proces:
Activiteiten van een organisatie hangen rechtstreeks samen met het product dat de
organisatie voortbrengt of de dienst die zij levert.
Productiemiddelen:
De middelen die een organisatie gebruikt bij het realiseren van zijn primaire proces.
- Input:
Arbeid
Machines
Grondstoffen
Hulpmiddelen
- Output:
Het geleverde product
Goederenstroom (Primair proces):
Inkoopmarkt input Primaire proces: output Verkoopmarkt
-Grondstoffen
-Arbeid
Transformatieproces -Producten en/
of diensten
-Machines van productiemiddelen
-Energie in producten en/of
-Hulpmiddelen
diensten
In- en uitgaande geldstromen:
- Om over productiemiddelen te kunnen beschikken moet een onderneming een
tegenprestatie leveren; geld. (deze betalingen zijn uitgaande gelstromen)
- Ook zal de onderneming van haar klanten geld ontvangen voor de geleverde producten en/of
diensten. Deze betalingen zijn ingaande geldstromen.
(De richting van de geldstromen, is tegenovergesteld aan de richting van de
goederenstromen)
Liquide middelen:
- De geldmiddelen waarover een onderneming beschikt (Kassaldo + saldi rekeningcourant)
- Voorraad LM aan het eind van een periode:
= (LM begin + (geldontvangsten-gelduitgaven))
Eigen- en vreemd vermogen:
- Geld afkomstig van eigenaren of personen of instellingen buiten de onderneming =
Eigenvermogen.
- Geleende bedrag dat in de toekomst terug betaald moet worden, en rente over betaald
moet worden = Vreemdvermogen.
(het aantrekken van VV = ingaande geldstroom) (De betaling interest/aflossing = uitgaande
geldstroom)
, De vermogensmarkt:
Geheel van vraag naar en aanbod van eigen- en vreemd vermogen.
- Geldstromen van en naar vermogensmarkt:
Secundaire geldstromen
Primaire geldstromen:
Geldstormen die verband leggen met het primaire proces.
1.5.4
Verkoopmarkt
Productschap:
Organisatie van bedrijven die eenzelfde grondstof in opeenvolgende stadia bewerken.
Deze komen voornamelijk voor in veeteelt, visserij, landbouw en tuinbouw.
Bedrijfschap:
Organisatie van bedrijven die in eenzelfde branche werken.
Marktsegment:
Afnemersgroep met bepaalde gelijke kenmerken die nagenoeg op eenzelfde manier
reageert op het aanbod van een bepaald product/dienst.
VB; meubels:
Laag prijsniveau:
Meeneemmeubelen; IKEA
Middelhoog prijsniveau:
Thuisbezorgd van middel- tot goede kwaliteit; Piet Klerkx
Hoog prijsniveau:
Woningspeciaalzaken: naast verkoop richten zij zich ook op interieuradvies.
Vraag naar een bepaald product/ 6P’s:
Prijs
Product
Plaats
Promotie
People
Planet
Marktonderzoek:
Het verkrijgen van inzicht in het doen en laten van potentiële afnemers.
De ondernemer dient een goed beeld te krijgen van de totale markt- en de verschillende
marktsegmenten.
Kwaliteitprijsverhouding:
Afnemers vragen zich af of het geen dat geleverd wordt in overeenstemming is met de
prijs die ervoor wordt gevraagd. Dit is van grote invloed op de omvang van de vraag naar
het betreffende product.
Lineaire vraagcurve:
Hier is een lineair verband tussen de Qv en de Qp.
Eerste levensbehoeften: reageren vrijwel niet op een prijsverandering.
Luxeartikelen: verandert sterk door een prijsverandering.