Zaakzwakte
in
het
basisonderwijs
“Taalzwakke
leerlingen
in
het
zaakvakonderwijs”
Vera
Padding,
s1077832
PLV2E
23
juni
2014
Marion
Valent
, Inhoudsopgave
Inleiding
Blz.
3
Theoretisch
kader
Blz.
5
Lessenserie
Blz.
8
Methode
van
onderzoek
Blz.
9
Selectieprocedure
Blz.
11
Onderzoeksresultaten
Blz.
12
Conclusie
en
discussie
Blz.
13
Literatuurlijst
Blz.
22
Bijlagen
Blz.
23
2
, Inleiding
De
hele
dag
door
zijn
de
leerlingen
met
taal
in
de
weer
(van
Beek
&
Verhallen,
2012).
Elk
moment
kan
de
taalontwikkeling
nieuwe
impulsen
krijgen.
Taal
leer
je
niet
uit
een
boekje.
Taal
leer
je
door
taal
te
gebruiken.
Door
te
praten,
lezen,
luisteren
en
schrijven
kan
de
taalvaardigheid
verbeterd
worden.
De
titel
van
dit
onderzoek
luidt
als
volgt:
Zaakzwakte
in
het
basisonderwijs.
De
zaakzwakte
is
gericht
op
de
taalzwakke
leerlingen
in
het
basisonderwijs
tijdens
de
zaakvaklessen.
Het
woord
“zaakzwakte”
is
een
woordspeling
die
voort
komt
uit
de
woorden
taalzwak
en
zaakvak.
Op
veel
scholen
vormt
het
lezen
van
zaakvakteksten
een
probleem
(Van
Elsäcker,
Damhuis,
Droop
&
Segers,
2011).
In
zaakvakteksten
wordt
er
veel
nieuwe
informatie
aangeboden.
Informatieve
teksten
zijn
voor
de
leerlingen
een
stuk
moeilijker
te
lezen
dan
de
teksten
die
in
taalmethodes
en
methodes
voor
begrijpend
lezen
aangeboden
worden.
Het
taalgebruik
kenmerkt
zich
door:
• Een
hoge
informatiedichtheid;
• Abstract
taalgebruik;
• Een
hoog
percentage
onbekende
woorden;
• Langere,
complexe
zinnen;
• Weinig
visuele
ondersteuning.
Daarbij
komt
nog
het
feit
dat
de
teksten
over
onderwerpen
gaan
waar
de
leerlingen
minder
kennis
over
hebben
en
buiten
hun
belevingswereld
liggen.
De
eisen
van
zaakvakteksten
en
de
taalvaardigheid
van
taalzwakke
leerlingen
verschillen
enorm.
Het
grootste
probleem
blijkt
te
liggen
bij
het
lezen
van
informatieve
teksten,
het
begrijpen
van
schriftelijke
vragen
en
opdrachten,
het
schriftelijk
formuleren
van
antwoorden
en
het
luisteren
naar
de
uitleg
van
de
les.
Dit
onderzoek
bevat
een
theoretisch
kader,
hierin
worden
begrippen
omschreven
die
aan
bod
komen
in
het
onderzoek.
Vervolgens
vindt
u
een
lessenserie.
Hierna
wordt
de
methode
van
onderzoek
besproken.
Als
laatste
vindt
u
de
literatuurlijst
en
de
bijlagen.
3
in
het
basisonderwijs
“Taalzwakke
leerlingen
in
het
zaakvakonderwijs”
Vera
Padding,
s1077832
PLV2E
23
juni
2014
Marion
Valent
, Inhoudsopgave
Inleiding
Blz.
3
Theoretisch
kader
Blz.
5
Lessenserie
Blz.
8
Methode
van
onderzoek
Blz.
9
Selectieprocedure
Blz.
11
Onderzoeksresultaten
Blz.
12
Conclusie
en
discussie
Blz.
13
Literatuurlijst
Blz.
22
Bijlagen
Blz.
23
2
, Inleiding
De
hele
dag
door
zijn
de
leerlingen
met
taal
in
de
weer
(van
Beek
&
Verhallen,
2012).
Elk
moment
kan
de
taalontwikkeling
nieuwe
impulsen
krijgen.
Taal
leer
je
niet
uit
een
boekje.
Taal
leer
je
door
taal
te
gebruiken.
Door
te
praten,
lezen,
luisteren
en
schrijven
kan
de
taalvaardigheid
verbeterd
worden.
De
titel
van
dit
onderzoek
luidt
als
volgt:
Zaakzwakte
in
het
basisonderwijs.
De
zaakzwakte
is
gericht
op
de
taalzwakke
leerlingen
in
het
basisonderwijs
tijdens
de
zaakvaklessen.
Het
woord
“zaakzwakte”
is
een
woordspeling
die
voort
komt
uit
de
woorden
taalzwak
en
zaakvak.
Op
veel
scholen
vormt
het
lezen
van
zaakvakteksten
een
probleem
(Van
Elsäcker,
Damhuis,
Droop
&
Segers,
2011).
In
zaakvakteksten
wordt
er
veel
nieuwe
informatie
aangeboden.
Informatieve
teksten
zijn
voor
de
leerlingen
een
stuk
moeilijker
te
lezen
dan
de
teksten
die
in
taalmethodes
en
methodes
voor
begrijpend
lezen
aangeboden
worden.
Het
taalgebruik
kenmerkt
zich
door:
• Een
hoge
informatiedichtheid;
• Abstract
taalgebruik;
• Een
hoog
percentage
onbekende
woorden;
• Langere,
complexe
zinnen;
• Weinig
visuele
ondersteuning.
Daarbij
komt
nog
het
feit
dat
de
teksten
over
onderwerpen
gaan
waar
de
leerlingen
minder
kennis
over
hebben
en
buiten
hun
belevingswereld
liggen.
De
eisen
van
zaakvakteksten
en
de
taalvaardigheid
van
taalzwakke
leerlingen
verschillen
enorm.
Het
grootste
probleem
blijkt
te
liggen
bij
het
lezen
van
informatieve
teksten,
het
begrijpen
van
schriftelijke
vragen
en
opdrachten,
het
schriftelijk
formuleren
van
antwoorden
en
het
luisteren
naar
de
uitleg
van
de
les.
Dit
onderzoek
bevat
een
theoretisch
kader,
hierin
worden
begrippen
omschreven
die
aan
bod
komen
in
het
onderzoek.
Vervolgens
vindt
u
een
lessenserie.
Hierna
wordt
de
methode
van
onderzoek
besproken.
Als
laatste
vindt
u
de
literatuurlijst
en
de
bijlagen.
3