Hoofdstuk 1 Geest, gedrag en wetenschap
1. Veranderingen in het menselijke gedrag vinden (deels) plaats door aangeboren
factoren (nature). Welke perspectief bevestigd deze stelling?
A. Biologische perspectief
B. Ontwikkelingsperspectief
C. Beide antwoorden zijn juist.
Hoofdstuk 2 Biopsychologie
2. In de hersenen zitten gebieden die informatie van verschillende andere delen van de
hersenen combineren. Verschillende delen van deze gebieden interpreteren
sensorische informatie, maken plannen, nemen beslissingen en bereiden ons voor op
handeling. Hoe noem je deze gebieden?
A. De cerebrale cortex
B. Associatiecortex
C. Cerebrale dominantie
3. Een vriendin verteld heel emotioneel dat haar vader is overleden. Haar emoties
raken je zo dat jezelf emotioneel wordt. Wat zorgt er specifiek voor dat je de emoties
die je van haar overneemt in je eigen geest?
A. Het limbische systeem
B. Spiegelneuronen
C. Hypofyse
Hoofdstuk 3 Sensatie en perceptie
4. Je merkt op dat je medestudent meer opmerkt van een college in de vroege ochtend
als haar zenuwstelsel is wakker geschud door een kop koffie. Wat verklaart dit?
A. Top down verwerking
B. De wet van Weber
C. Signaaldetecttheorie
5. We zijn gereed om een specifieke stimulus te herkennen in een bepaalde context.
Denk aan een vrouw die net moeder is geworden en gevoelig om het huilen van haar
kind op te merken. Welke theorie bevestigd deze stelling?
A. Theorie van concluderen door leren
B. Top down verwerking
C. Perceptuele predispositie