Uit “Anatomie en fysiologie; een inleiding” door Marti ni en Bartholomew (6e editi e)
Opmerkingen:
Verwijzingen naar pagina’s zijn verwijzingen naar het boek
Indeling van hoofdstukken is volgens de hoofdstukken in het boek
Pijltje omlaag = minder/omlaag en pijltje omhoog meer/omhoog
5. De huid
Een orgaan
Heeft accessoire structuren, o.a.
o Haren
o Nagels
o Verschillende exocriene klieren
Opbouw:
Epidermis = opperhuid
Dermis = lederheid = cutis
o Stratum papillare
o Stratum reticulare
Hypodermis = onderhuidse laag = subcutis
o Niet echt een onderdeel van de huid, maar dmv
Bloedvaten
Zenuwen
Bindweefsel
… verbonden met de dermis
Zie afbeelding p. 146
Functies:
Bescherming
Vd onderliggende weefsels en organen
Tegen schokken, chemische stoffen, infecties
Verlies lichaamsvloeistoffen beperken
Temperatuurregeling
Warmte-uitwisseling met omgeving reguleren
Huid - 1
,Vorming en opslag van voedingsstoffen
In epidermis: vitamine D3 gevormd
In vetweefsel vd hypodermis: grote aantallen vet opgeslagen
Zintuiglijke gewaarwording
Tastprikkels
Drukprikkels
Pijnprikkels
Temperatuurprikkels detecteren en naar zenuwstelsel doorsturen
Uitscheiding en afscheiding
Zouten
Water
Organische afvalstoffen
Melk (door gespecialiseerde klieren)
5.1 De epidermis bestaat uit lagen (strata) met verschillende
functies
M.aw.: de epidermis is een meerlagig plaveiseleptiheel met verschillende cellagen
Geen bloedvaten voedingsstoffen moeten via de bloedvaten vd dermis
o Kammen + paillae = groter oppervlak = makkelijke uitwisseling
2 soorten “huid” als epidermis:
Dikke huid
Dunne huid
Dikke huid
Op handpalmen en voetzolen
Dikte: 0,5 mm
5 cellagen = strata:
o Stratum corneum = hoornlaag
o Stratum lucidum = doorzichtige laag
o Stratum granulosum = korrelige laag
o Stratum spinosum = laag met stekelcellen
Huid - 2
, o Stratum basale = kiemlaag = stratum germinativum
Dunne huid
Op de rest van het lichaam als epidermislaag
Dikte: 0,08 mm
4 lagen
5.1.1 Het stratum basale
Met het basale membraan verbonden
o Dmv hermidesmosomen zie p. 115
Meest aanwezige celtype: kiemcellen = grote stamcellen
o Delen voortdurend cellen aan volgende laag beginnen
Bevat gespecialiseerde orgaantjes die gevoelig zijn voor
o Tast
o Druk
o Melanocyten
Liggen tussen en onder de cellen
Vormen melanine
= bruine, geelbruine of zwarte kleurstof
Kleurt de epidermis
(verderop meer hierover)
Vormt epidermiskammen contactoppervlak epidermis ↑
o Lopen in dermis door
o Tussen de aangrenzende kammen: dermale papillae = uitstulpingen
Kammen:
In dunne huid: kleine kegelvormige uitstulpingen
In dikke huid: complexe spiralen
Oppervlakkige kammen ↑ huidoppervlak meer grip
Vorm erfelijk bepaald en uniek bij iedereen (de kammen vormen vingerafdrukken)
Huid - 3