12.1 Water en de lichaamsvloeistoffen
Water bestaat uit 60% van het lichaamsgewicht van een volwassenen en een hoger % bij een kind. Omdat water 75% van het gewicht van
mager weefsel uitmaakt en minder dan 25% van het gewicht van vet, beïnvloedt iemand zijn lichaamssamenstelling hoeveel van het
lichaamsgewicht water is. De proportie van water is kleiner in vrouwen, mensen met obesitas en de ouderen omwille van hun kleinere
proportie mager weefsel. In het lichaam is water de vloeistof waarin alle levensprocessen optreden. Het water in de lichaamsvloeistoffen:
Vervoert nutriënten en afvalproducten doorheen het lichaam
Behoud de structuur van grote moleculen zoals eiwitten en glycogeen
Participeert in metabolische reacties
Dient als oplosmiddel voor mineralen, vitaminen, aminozuren, glucose en vele andere kleine moleculen zodat ze kunnen participeren
in metabolische activiteiten
Fungeert als een glijmiddel en kussen rond de gewrichten en in de ogen, ruggenmerg, en (in zwangerschap) de vruchtzak rond de
foetus in de baarmoeder
Helpt in de regulatie van een normale lichaamstemperatuur, wanneer de verdamping van zweet van de huid overtollige warmte
verwijdert uit het lichaam
Behoud bloedvolume
Om deze en andere vitale functies te ondersteunen, behoud het lichaam actief een juiste waterbalans(balans tussen waterinname en verlies).
Waterbalans en aanbevolen inname
Elke cel bevat vloeistof van de juiste samenstelling die het beste is voor die cel.
Vloeistof in de cel = intracellulaire vloeistof.
Vloeistof buiten de cel = interstitiële vloeistof.
De samenstelling van intercellulaire en extracellulaire vloeistoffen verschillen van elkaar. Ze verliezen en vervangen voortdurend hun
componenten, toch blijft de samenstelling in elke compartiment constant onder normale condities. Omdat onbalans verwoestend kan zijn,
reageert het lichaam snel door het aanpassen van waterinname en uitscheiding indien nodig. Bijgevolg, blijft het hele systeem van cellen en
vloeistoffen in een delicate maar gecontroleerde staat van homeostase.
Waterinname
Dorst en verzadigdheid beïnvloeden waterinname, in reactie op veranderingen waargenomen door de mond, hypothalamus, zenuwen.
Wanneer waterinname inadequaat is wordt het bloed geconcentreerd (verlies van water maar niet de opgeloste stoffen erin), de
mond wordt droog, en de hypothalamus begint drinkgedrag.
Wanneer waterinname overmatig is zet de maag uit en stretch receptoren zenden signalen om te stoppen met drinken.
o Gelijkaardige signalen worden verzonden van receptoren in het hart wanneer de bloedvolume toeneemt.
Wanneer teveel water is verloren uit het lichaam en niet vervangen ontwikkelt zich uitdroging.
ste
Een 1 teken van uitdroging is dorst
Als een persoon niet in staat is om water te verkrijgen of falen om dit dorstbericht te ontvangen dan zullen de symptomen van uitdroging zich
snel vorderen van dorst naar zwakte, uitputting, delirium. Uitdroging ontwikkelt met watertekort of teveel waterverlies. Watervergiftiging is
zeldzaam maar kan optreden met overmatige waterinname en nieraandoeningen die de urineproductie verminderen.
De symptomen kunnen zijn: verwarring, krampen en zelfs de dood in extreme gevallen.
Overmatige waterinname (10-20 liter) binnen enkele uren verdunt de natriumconcentratie in het bloed en draagt bij aan een
gevaarlijke conditie hyponatriëmie.
Om deze reden suggereren de richtlijnen om vloeistofinname te beperken tijdens hevig zweten tussen 1-1.5 liter per uur.
Hypothalamus:
een hersencenter die activiteiten controleert zoals het behoud van waterbalans, regulatie van lichaamstemperatuur, controle van eetlust.
Waterbronnen
De duidelijke voedingsbronnen van water is water zelf en andere dranken, maar bijna alle voedingsmiddelen bevatten ook water.
Het meeste fruit en groenten bevatten tot 90% water en veel vlees en kazen bevatten tenminste 50%.
Metabool water wordt gegenereerd als eindproduct tijdens condensatiereacties en de oxidatie van energieleverende nutriënten.
Wanneer de energieleverende nutriënten afbreken, combineren hun koolstofatomen en waterstofatomen met zuurstof om
kooldioxide (CO2) en water (H2O) te verkrijgen.
Water kan dagelijks afkomstig zijn van deze 3 bronnen (ongeveer 2500ml): drank, voedsel, metabolisme
Waterverlies
Het lichaam moet genoeg water uitscheiden om de afvalproducten weg te voeren die dagelijks gegenereerd wordt door de metabolische
activiteiten. Dit obligatoir waterverlies is een minimum van ongeveer 500ml water per dag. Boven deze hoeveelheid, past uitscheiding zich
aan om inname te balanceren.
Als een persoon meer water drinkt, scheiden de nieren meer urine uit en de urine wordt meer verdund. In aanvulling op de urine,
wordt water verloren uit de longen als damp, uit de huid als zweet en sommige in ontlasting.
De hoeveelheid vloeistof verloren uit elke bron varieert, afhankelijk van de omgeving (zoals warmte of vochtigheid) en fysieke conditie (zoals
lichaamsbeweging of koorts). Gemiddeld zijn totaal dagelijkse verliezen 2500ml. Het behouden van dagelijks waterverlies en inname balans
vereist gezonde nieren en een adequate inname van vloeistoffen.
Wateraanbevelingen