Thomas van Aquino Theologische benadering (kritisch +
marxistisch).
Thomas More Theologische benadering (kritisch).
Montesquieu Trias Politica, proportionaliteitsbeginsel.
Rousseau Sociaal contract, volkssoevereiniteit.
Beccaria Economische verklaringen + klassieke
ideeën.
Benthem Utilitaire school (pleasure-pain principle=
menselijk handelen gedreven door zo veel
mogelijk voordeel behalen).
Lombroso Positieve (antropologie) school.
Lacassagne + Manouvrier Frans milieuschool.
Durkheim Veranderingen samenleving leidt tot
verandering normen. Gevolg normloosheid
of normonzekerheid= situatie van anomie.
Merton Ontstaat anomie zodra culturele doelen van
maatschappij gaan botsen met legitieme
middelen. Leidt tot strain waarop individuen
verschillend reageren.
Agnew 3 typen strain:
1. Wanneer het niet lukt om positief
gewaardeerde doelen te bereiken.
2. Wanneer ze iets dat ze waardevol
vinden verliezen.
3. Wanneer ze iets negatiefs
meemaken.
Cohen Delinquente subculturen-> doel is sociale
status, voor veel lage klassen niet
bereikbaar, dan statusfrustratie. Gevolg
omdraaien middenklassenregels en
normen.
Cloward en Ohlin Middle class-waarden van Cohen verklaring
voor minder ernstige criminaliteit. Serieuze
criminelen slechts op materieel gewin. 3
subculturen:
1. Criminele= wel volwassenen
criminaliteit + illegale middelen.
2. Conflict= geen volwassenen
criminaliteit.
3. Afzondering= geen succes illegaal of
legaal, zonderen zich af.
, Sykes + Matza Neutralisatietechnieken om gedrag te
rechtvaardigen.
Chicago school Model van concentrische cirkels= hoe
dichter bij centrum, hoe meer criminaliteit.
Shaw en Mckay Theorie van sociale desorganisatie= sociale
ontwrichting. In wijken met veel criminaliteit
was er een slechter milieu, wijk zag er
slechter uit.
Hirchi (+ Gottfredson) Mens is hedonistisch= streeft naar
bevrediging eigen behoeften. Theorie van
sociale controle (bindingstheorie), 4
factoren die bepalen of iemand zich zal
conformeren aan de regels:
1. Gehechtheid.
2. Betrokken ivm eigenbelang.
3. Gebondenheid.
4. Normen en waarden
(correspondeert de wet hiermee?).
Zelfcontrole moet voor 8ste levensjaar zijn
aangeleerd om crimineel gedrag te
voorkomen.
Moffits Levensloopcriminologie. Typologie van
delinquent gedrag, 2 groepen:
1. Life course persistent.
2. Adolescence limited.
Bandura Sociaal leren, leren door observatie.
Sutherland Sociaal leren, differentiële associatie=
gedrag hangt af van met wie je omgaat.
Mead Symbolisch interactionisme= mensen
definiëren de situatie waarin zij zich
bevinden en handelen daarnaar, stellen
definitie continu bij in contact met anderen.
Lemert, Tannenbaum Primaire deviantie= eerste keer deviant
gedrag leidt niet tot aanpassing van
iemands zelfbeeld of attitudes. Secundaire
deviantie= gelabeld, negatieve
verwachtingen worden verinnerlijkt en deel
van iemands identiteit. Leidt tot deviance
amplification= versterking afwijkend gedrag.
Braithwaite Twee vormen shaming:
1. Reintegrative= labelt gedraging, niet
dader.
2. Disintegrative= sluit ook persoon uit
(actief gelabeld).
Bonger Grondlegger kritische criminologie->