Kraam, kind en jeugd in het ziekenhuis: Hoofdstuk 19
Vanaf het moment dat een kind basisonderwijs volgt tot de leeftijd van 12, spreek je van een
schoolkind.
Lichamelijke ontwikkeling bij een schoolkind:
Groei: gemiddeld word een schoolkind per jaar 3,5 kilo zwaarder en groeit ongeveer tot 1,60
op zijn twaalfde. De hoofdomtrek groeit twee tot drie cm in deze periode doordat de
hersenen nu nog langzaam groeien.
Mictie en defecatie: schoolkinderen zijn overdag zogezegd zindelijk, als een kind na zijn
vierde jaar nog onzindelijk is, dan is dat afwijkend. Als dat wel gebeurd kan het een
blaasontsteking zijn of een aangeboren afwijking. Ook zien we het veel bij diabetes en
nieraandoeningen, omdat deze voor een verhoogde urineproductie zorgen en de druk op de
blaas vergroot. Tien tot twintig procent van 5jarige plassen nog in bed nachts (enuresis
nocturna). 1 op de 100 kinderen is niet zindelijk voor ontlasting (encopresis).
Slapen: ze slapen gemiddeld 11 uur per nacht. Dit neemt af tot 9 uur per nacht voor een 12
jarige. Een kind is uitgerust als deze uit zichzelf wakker word in de ochtend. Te weinig slaap
zorgt voor prikkelbaarheid en slechte concentratie.
Gebit: tussen het 5de en 14de jaar maakt het melkgebit plaats
voor het blijvende gebit.
Seksuele ontwikkeling: het lichaam veranderd ongeveer tegen
het einde van de schoolleeftijd. Dan begint de puberteit. Je
word vrouwelijker of mannelijker, gaat jezelf leren ontdekken
en krijgt belangstelling voor het andere geslacht.
Psychosociale en motorische ontwikkeling:
Fijne motoriek, adaptie, persoonlijkheid en sociaal gedrag: de spierkracht en behendigheid
nemen toe, net als de coördinatie van het lichaam. Schoolkinderen zijn doelgericht en willen
de besten zijn, ook gevoelig voor complimenten. Ook neemt de feitenkennis toe, ze
onthouden eenmaal geleerde dingen en kunnen deze opnieuw toepassen. Ze willen bij
vriendjes in de groep horen, hier kleden ze zich op en gedragen ze zich naar.
Communicatie: de ontwikkeling van taal word beïnvloed door de omgeving. In de onderbouw
leren ze lezen en schrijven.
Grove motoriek: de spieren worden sterker en kan complexere bewegingen maken. Sluiten
zich aan bij een sport of club. Kunnen hierbij we gemakkelijk letsel oplopen, denk aan
botbreuken (fracturen) en een hersenschudding (commotio)
Zorgen voor het schoolkind:
Lichamelijke verzorging: kan zich grotendeels zelf verzorgen, wel nog hulp en controle nodig
bijvoorbeeld bij haren wassen. Tanden poetsen of haren kammen worden vaak vergeten.
Schoolkinderen kunnen al erg bezig zijn met hun uiterlijk en figuur. Word gebruik gemaakt
van make-up. En meiden moeten voorbereid worden op de menstruatie, en het gebruik van
tampons en maandverband.
Psychosociale zorg: tussen 6 en 12 jaar word het kind zelfstandiger. Ze gaan discussies aan
met de ouders en komen zelf met oplossingen. Alleen met goede argumenten kunnen ze
, worden overtuigd. Een groep is belangrijk, ze willen erbij horen. Vriendschap is belangrijk en
ook na school spreken ze met elkaar af. Ook komen er ruzies, waarna ze verdrietig thuis
komen en overstuur raken. Kinderen kunnen elkaar uitsluiten of pesten. Een schoolkind wilt
de beste zijn in school en sport.
Voeding: dit verschilt per kind en wisselt per moment, een actief kind of een kind in de groei
heeft meer nodig dan een rustig kind. Een goed ontbijt is nodig voor je naar school gaat.
samen aan tafel stimuleert het eetgedrag van een kind. Meer dan 1 op de 6 kinderen heeft
een BMI van boven de 22 en is daarmee te zwaar.
Tijdens een ziekenhuis opname heeft een kind vooral de fysieke aanwezigheid van de ouders nodig.
Bij langdurige opname, kan met digitale mogelijkheden toch de lessen laten volgen. Ook worden
contacten via sociale media onderhouden.
Kraam, kind en jeugd in het ziekenhuis: Hoofdstuk 20
De puberteit is de periode tussen het 11 de en 18de levensjaar. Ook wel tiener genoemd. Meisjes zitten
eerder in de puberteit dan jongens. Na de puberteit begint de adolescentiefase.
Lichamelijke ontwikkeling:
Groei en seksuele ontwikkeling: het lichaam maakt onder invloed van de hypothalamus en
hypofyse , gonadotrofinen en groeihormonen. In de puberteit neemt het gonadotropine
hormoon toe en maakt de hypofyse, luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend
hormoon (LSH) aan. Groeihormonen zorgen voor een groeispurt, kan zorgen voor spierpijn.
De handen en voeten groeien als eerst, dan de armen en benen, als laatste groeit de romp.
Mannelijke hormonen uit de bij nier zorgen voor oksel en schaamhaar. Ook ontstaat er acne,
dit zijn verstopte of ontstoken talgkliertjes. Gonadotrofinen stimuleren de geslachtsorganen
tot productie van geslachtshormonen, bij meiden gaan de schaamlippen groeien en de
borsten ook. Na ongeveer twee jaar van de puberteit volgt de eerste menstruatie (menarche)
Bij mannen groeit de penis door testosteron. De eerste zaadlozing (ejaculatie) treed meestal
op in een vroege fase. Hormonen zorgen ook voor stemmingswisselingen.
Slapen: een puber slaapt veel, ook wel snel genoemd als lui. Pubers hebben veel slaap nodig,
dit komt door bijbaantjes naast school, en in de weekenden feesten. De puber leeft snachts.
Gaat laat naar bed en komt er niet vroeg uit. Een telefoon werkt ook niet mee met in slaap
komen.
Psychosociale en motorische ontwikkeling:
Een puber is op zoek naar een eigen identiteit, de waarden en normen vanuit het gezin zijn niet meer
vanzelf zo sprekend. Die van vrienden zijn net zo belangrijk.
Motorische ontwikkeling: vanaf 16 mag je brommer rijden, vanaf 16,5 mag je beginnen met
rijlessen voor de auto. Vanaf 17 mag je je auto examen doen. Tot je 18 de moet je dan wel
iemand naast je hebben die al 5 jaar rijervaring hebben.
Persoonlijkheid en sociaal gedrag: lichamelijke veranderingen kunnen voor een negatief
zelfbeeld zorgen, ze zijn te dik, te dun, te lang of te klein. Zo kunnen er depressies of anorexia
ontstaan.
Vanaf het moment dat een kind basisonderwijs volgt tot de leeftijd van 12, spreek je van een
schoolkind.
Lichamelijke ontwikkeling bij een schoolkind:
Groei: gemiddeld word een schoolkind per jaar 3,5 kilo zwaarder en groeit ongeveer tot 1,60
op zijn twaalfde. De hoofdomtrek groeit twee tot drie cm in deze periode doordat de
hersenen nu nog langzaam groeien.
Mictie en defecatie: schoolkinderen zijn overdag zogezegd zindelijk, als een kind na zijn
vierde jaar nog onzindelijk is, dan is dat afwijkend. Als dat wel gebeurd kan het een
blaasontsteking zijn of een aangeboren afwijking. Ook zien we het veel bij diabetes en
nieraandoeningen, omdat deze voor een verhoogde urineproductie zorgen en de druk op de
blaas vergroot. Tien tot twintig procent van 5jarige plassen nog in bed nachts (enuresis
nocturna). 1 op de 100 kinderen is niet zindelijk voor ontlasting (encopresis).
Slapen: ze slapen gemiddeld 11 uur per nacht. Dit neemt af tot 9 uur per nacht voor een 12
jarige. Een kind is uitgerust als deze uit zichzelf wakker word in de ochtend. Te weinig slaap
zorgt voor prikkelbaarheid en slechte concentratie.
Gebit: tussen het 5de en 14de jaar maakt het melkgebit plaats
voor het blijvende gebit.
Seksuele ontwikkeling: het lichaam veranderd ongeveer tegen
het einde van de schoolleeftijd. Dan begint de puberteit. Je
word vrouwelijker of mannelijker, gaat jezelf leren ontdekken
en krijgt belangstelling voor het andere geslacht.
Psychosociale en motorische ontwikkeling:
Fijne motoriek, adaptie, persoonlijkheid en sociaal gedrag: de spierkracht en behendigheid
nemen toe, net als de coördinatie van het lichaam. Schoolkinderen zijn doelgericht en willen
de besten zijn, ook gevoelig voor complimenten. Ook neemt de feitenkennis toe, ze
onthouden eenmaal geleerde dingen en kunnen deze opnieuw toepassen. Ze willen bij
vriendjes in de groep horen, hier kleden ze zich op en gedragen ze zich naar.
Communicatie: de ontwikkeling van taal word beïnvloed door de omgeving. In de onderbouw
leren ze lezen en schrijven.
Grove motoriek: de spieren worden sterker en kan complexere bewegingen maken. Sluiten
zich aan bij een sport of club. Kunnen hierbij we gemakkelijk letsel oplopen, denk aan
botbreuken (fracturen) en een hersenschudding (commotio)
Zorgen voor het schoolkind:
Lichamelijke verzorging: kan zich grotendeels zelf verzorgen, wel nog hulp en controle nodig
bijvoorbeeld bij haren wassen. Tanden poetsen of haren kammen worden vaak vergeten.
Schoolkinderen kunnen al erg bezig zijn met hun uiterlijk en figuur. Word gebruik gemaakt
van make-up. En meiden moeten voorbereid worden op de menstruatie, en het gebruik van
tampons en maandverband.
Psychosociale zorg: tussen 6 en 12 jaar word het kind zelfstandiger. Ze gaan discussies aan
met de ouders en komen zelf met oplossingen. Alleen met goede argumenten kunnen ze
, worden overtuigd. Een groep is belangrijk, ze willen erbij horen. Vriendschap is belangrijk en
ook na school spreken ze met elkaar af. Ook komen er ruzies, waarna ze verdrietig thuis
komen en overstuur raken. Kinderen kunnen elkaar uitsluiten of pesten. Een schoolkind wilt
de beste zijn in school en sport.
Voeding: dit verschilt per kind en wisselt per moment, een actief kind of een kind in de groei
heeft meer nodig dan een rustig kind. Een goed ontbijt is nodig voor je naar school gaat.
samen aan tafel stimuleert het eetgedrag van een kind. Meer dan 1 op de 6 kinderen heeft
een BMI van boven de 22 en is daarmee te zwaar.
Tijdens een ziekenhuis opname heeft een kind vooral de fysieke aanwezigheid van de ouders nodig.
Bij langdurige opname, kan met digitale mogelijkheden toch de lessen laten volgen. Ook worden
contacten via sociale media onderhouden.
Kraam, kind en jeugd in het ziekenhuis: Hoofdstuk 20
De puberteit is de periode tussen het 11 de en 18de levensjaar. Ook wel tiener genoemd. Meisjes zitten
eerder in de puberteit dan jongens. Na de puberteit begint de adolescentiefase.
Lichamelijke ontwikkeling:
Groei en seksuele ontwikkeling: het lichaam maakt onder invloed van de hypothalamus en
hypofyse , gonadotrofinen en groeihormonen. In de puberteit neemt het gonadotropine
hormoon toe en maakt de hypofyse, luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend
hormoon (LSH) aan. Groeihormonen zorgen voor een groeispurt, kan zorgen voor spierpijn.
De handen en voeten groeien als eerst, dan de armen en benen, als laatste groeit de romp.
Mannelijke hormonen uit de bij nier zorgen voor oksel en schaamhaar. Ook ontstaat er acne,
dit zijn verstopte of ontstoken talgkliertjes. Gonadotrofinen stimuleren de geslachtsorganen
tot productie van geslachtshormonen, bij meiden gaan de schaamlippen groeien en de
borsten ook. Na ongeveer twee jaar van de puberteit volgt de eerste menstruatie (menarche)
Bij mannen groeit de penis door testosteron. De eerste zaadlozing (ejaculatie) treed meestal
op in een vroege fase. Hormonen zorgen ook voor stemmingswisselingen.
Slapen: een puber slaapt veel, ook wel snel genoemd als lui. Pubers hebben veel slaap nodig,
dit komt door bijbaantjes naast school, en in de weekenden feesten. De puber leeft snachts.
Gaat laat naar bed en komt er niet vroeg uit. Een telefoon werkt ook niet mee met in slaap
komen.
Psychosociale en motorische ontwikkeling:
Een puber is op zoek naar een eigen identiteit, de waarden en normen vanuit het gezin zijn niet meer
vanzelf zo sprekend. Die van vrienden zijn net zo belangrijk.
Motorische ontwikkeling: vanaf 16 mag je brommer rijden, vanaf 16,5 mag je beginnen met
rijlessen voor de auto. Vanaf 17 mag je je auto examen doen. Tot je 18 de moet je dan wel
iemand naast je hebben die al 5 jaar rijervaring hebben.
Persoonlijkheid en sociaal gedrag: lichamelijke veranderingen kunnen voor een negatief
zelfbeeld zorgen, ze zijn te dik, te dun, te lang of te klein. Zo kunnen er depressies of anorexia
ontstaan.