De hulpvraag vanuit maatschappelijk perspectief
Periode 2.4 Motor control
Inhoud
Week 1 Motorisch leren en herstel van functie......................................................................................2
Week 4 Fysiologische basis van motorisch leren en herstel van functie................................................5
Week 6 Pijn en motorische controle......................................................................................................7
, Week 1 Motorisch leren en herstel van functie
Doelen
1. De FIO begrijpt de belangrijkste principes van de volgende leertheorieën: Schmidt’s Schema
Theory, Ecological Theory, Fitts ands Posner’s Three-Stage Model en Bernstein’s Three-
Stage Approach.
2. De FIO kan verschillende passende leerstrategieën bedenken bij elk stadium van Fitt’s en
Posner’s three stages of motor learning bij patiënten met verschillende problematiek.
3. De FIO kan verschillende types feedback (intrinsic, extrinsic, knowledge of results,) toepassen
bij het aanleren en herleren van bewegingen/houdingen bij patiënten met wisselende
problematiek.
4. De FIO kan verschillende oefencondities (massed/distributed, constant/variable,
random/blocked, whole/part training, transfer, mental practice, guidenance/recovery)
toepassen bij het leren van bewegingen bij patiënten met wisselende problematiek.
Voorbereidende opdracht (1,5 SBU)
Lees ter voorbereiding op college 2 van Motor Control, hoofdstuk 2 blz. 26 t/m 37 uit het boek
Shuwmway-Cook & Woollacott, 2016, p. 26-37). Kijk daarnaast de powerpoint bij dit college door voor
aanvang van het college.
College
Declaratief/expliciet geheugen heel bewust bepaalde gebeurtenissen en feiten oproepen.
(anatomie leren en aanzoek krijgen)
Nondeclaratief/ impliciet leren onbewuste kennis die aanwezig is maar moeilijker om in feiten en
details te volgen. Hierbij heb je 3 manieren van leren:
- Nonassociatief
- Associatief
- Procedureel leren
Nonassociatief geheugen
Habituatie Sensitisatie
Bij een bepaalde stimulus naar verloop van tijd Gevoelig worden voor licht bijvoorbeeld. Je
zal de neurotransmitter minder worden. Je neurotransmitter gaat juist meer werken
geeft signalen minder goed door. Je merkt waardoor je gevoeliger wordt.
dingen niet zo goed meer.
Associatief geheugen
Klassieke conditionering Operante conditionering
Het verhaal van de hond met het belletje. Het gevolg van een bepaalde omgeving of van
gedrag zorgt ervoor dat je gaat handelen. Het
kan negatief zijn als gevolg of positief zijn als
gevolg.
Periode 2.4 Motor control
Inhoud
Week 1 Motorisch leren en herstel van functie......................................................................................2
Week 4 Fysiologische basis van motorisch leren en herstel van functie................................................5
Week 6 Pijn en motorische controle......................................................................................................7
, Week 1 Motorisch leren en herstel van functie
Doelen
1. De FIO begrijpt de belangrijkste principes van de volgende leertheorieën: Schmidt’s Schema
Theory, Ecological Theory, Fitts ands Posner’s Three-Stage Model en Bernstein’s Three-
Stage Approach.
2. De FIO kan verschillende passende leerstrategieën bedenken bij elk stadium van Fitt’s en
Posner’s three stages of motor learning bij patiënten met verschillende problematiek.
3. De FIO kan verschillende types feedback (intrinsic, extrinsic, knowledge of results,) toepassen
bij het aanleren en herleren van bewegingen/houdingen bij patiënten met wisselende
problematiek.
4. De FIO kan verschillende oefencondities (massed/distributed, constant/variable,
random/blocked, whole/part training, transfer, mental practice, guidenance/recovery)
toepassen bij het leren van bewegingen bij patiënten met wisselende problematiek.
Voorbereidende opdracht (1,5 SBU)
Lees ter voorbereiding op college 2 van Motor Control, hoofdstuk 2 blz. 26 t/m 37 uit het boek
Shuwmway-Cook & Woollacott, 2016, p. 26-37). Kijk daarnaast de powerpoint bij dit college door voor
aanvang van het college.
College
Declaratief/expliciet geheugen heel bewust bepaalde gebeurtenissen en feiten oproepen.
(anatomie leren en aanzoek krijgen)
Nondeclaratief/ impliciet leren onbewuste kennis die aanwezig is maar moeilijker om in feiten en
details te volgen. Hierbij heb je 3 manieren van leren:
- Nonassociatief
- Associatief
- Procedureel leren
Nonassociatief geheugen
Habituatie Sensitisatie
Bij een bepaalde stimulus naar verloop van tijd Gevoelig worden voor licht bijvoorbeeld. Je
zal de neurotransmitter minder worden. Je neurotransmitter gaat juist meer werken
geeft signalen minder goed door. Je merkt waardoor je gevoeliger wordt.
dingen niet zo goed meer.
Associatief geheugen
Klassieke conditionering Operante conditionering
Het verhaal van de hond met het belletje. Het gevolg van een bepaalde omgeving of van
gedrag zorgt ervoor dat je gaat handelen. Het
kan negatief zijn als gevolg of positief zijn als
gevolg.