CCM
Cultuur met een kleine c: mentale programmering die leden van een groep onderscheiden.
Mentale programmering
1. Menselijke natuur: aangeboren en universeel
2. Cultuur: aangeleerde regels en wetten van een groep mensen
3. Persoonlijkheid: aangeboren en aangeleerd
Ui-diagram
- Praktijken (symbolen, helden en rituelen)
- Waarden: niet waarneembaar, zorgt voor wrijving
Communicatiemodel van Shannon en Weaver: ruis, eenrichtingsverkeer en geen context.
L1 – fysische link – communicatiemiddel
L2 – systeemlink – geschiktheid van communicatiemiddel
L3 – toehoorderslink – opvattingen zender en ontvanger
L4 – sessielink – tijd en omstandigheden
L5 – omgevingslink – omgeving
L6 – functie- en statuslink – eigen ideeën over functie en status
L7 – symbolenlink – interpretatie van symbolen
L8 – gedragslink – manier interpreteren communicatie
L9 – waardelink – waarden zender en ontvanger
L10 – opslaan/ terughalenlink – communicatie beïnvloed door vorige ervaringen
Crosscultureel onderzoek: onderzoek of en in welk opzicht culturen verschillen in communic
Intercultureel communicatieonderzoek: wat er gebeurt als mensen van verschillende culturen
communiceren.
Klockhon en Strodtbecke
- Beperkt aantal problemen die iedereen heeft
- Beperkt aantal mogelijke oplossingen (waardeoriëntaties)
- Alle waardeoriëntaties zijn aanwezig, maatschappijen verschillen in voorkeur
Wat is de natuur van de mens?
Goed of slecht
Wat is de relatie van mens tot mens?
Collectivisme (groep) vs individualisme (zichzelf)
Machtafstand (mate acceptatie macht ongelijk verdeeld)
Particularisme (geest wet) vs universalisme (letter wet)
Neutraal vs emotioneel
Prestatie vs toeschrijving
Fijnmazig: regels en voorschriften gelden voor iedereen, weinig ruimte voor individuele invulling.
Grofmazig: weinig regels en voorschriften, individuele regels voor situaties
Middenmazig
Negatieve grondhouding: wantrouwen in de mens. Mens is gesloten en toont zwakke kanten niet.
Positieve grondhouding: hulp in nood. Mens heeft goede met de ander voor.
Relatie tussen individu en een groep?
Conservatisme (oude situatie)/ autonomie (onafhankelijk gedrag)
Cultuur met een kleine c: mentale programmering die leden van een groep onderscheiden.
Mentale programmering
1. Menselijke natuur: aangeboren en universeel
2. Cultuur: aangeleerde regels en wetten van een groep mensen
3. Persoonlijkheid: aangeboren en aangeleerd
Ui-diagram
- Praktijken (symbolen, helden en rituelen)
- Waarden: niet waarneembaar, zorgt voor wrijving
Communicatiemodel van Shannon en Weaver: ruis, eenrichtingsverkeer en geen context.
L1 – fysische link – communicatiemiddel
L2 – systeemlink – geschiktheid van communicatiemiddel
L3 – toehoorderslink – opvattingen zender en ontvanger
L4 – sessielink – tijd en omstandigheden
L5 – omgevingslink – omgeving
L6 – functie- en statuslink – eigen ideeën over functie en status
L7 – symbolenlink – interpretatie van symbolen
L8 – gedragslink – manier interpreteren communicatie
L9 – waardelink – waarden zender en ontvanger
L10 – opslaan/ terughalenlink – communicatie beïnvloed door vorige ervaringen
Crosscultureel onderzoek: onderzoek of en in welk opzicht culturen verschillen in communic
Intercultureel communicatieonderzoek: wat er gebeurt als mensen van verschillende culturen
communiceren.
Klockhon en Strodtbecke
- Beperkt aantal problemen die iedereen heeft
- Beperkt aantal mogelijke oplossingen (waardeoriëntaties)
- Alle waardeoriëntaties zijn aanwezig, maatschappijen verschillen in voorkeur
Wat is de natuur van de mens?
Goed of slecht
Wat is de relatie van mens tot mens?
Collectivisme (groep) vs individualisme (zichzelf)
Machtafstand (mate acceptatie macht ongelijk verdeeld)
Particularisme (geest wet) vs universalisme (letter wet)
Neutraal vs emotioneel
Prestatie vs toeschrijving
Fijnmazig: regels en voorschriften gelden voor iedereen, weinig ruimte voor individuele invulling.
Grofmazig: weinig regels en voorschriften, individuele regels voor situaties
Middenmazig
Negatieve grondhouding: wantrouwen in de mens. Mens is gesloten en toont zwakke kanten niet.
Positieve grondhouding: hulp in nood. Mens heeft goede met de ander voor.
Relatie tussen individu en een groep?
Conservatisme (oude situatie)/ autonomie (onafhankelijk gedrag)