GESCHIEDENIS SAMENVATTING
- hoofdstuk 6 paragraaf 2, 3, 4 3 en 5
Extra info
Tijdvak = pruiken en revoluties
Nieuwe ideeën, nieuwe tijden.
1700 - 1800 = 18e eeuw (vroegmoderne tijd)
6.2
Het staatsgeld was op omdat:
De verschillende oorlogen veel geld kostte.
Het luxe hofleven van versailles moest betaald worden.
De inkomsten van de belasting vielen tegen.
Het bestuur en leger functioneerde slecht omdat:
Lodewijk XV en XVI hadden weinig interesse in het bestuur, en namen verkeerde beslissingen.
Adel en geestelijken hadden veel politieke macht.
Er waren weinig goede ambtenaren.
Het leger raakte verzwakt door te weinig te investeren
Ancien regime = inrichting van de maatschappij (1800)
Droit Divin = Het goddelijke recht van de koningen om als oppermachtige te regeren.
Standenmaatschappij = samenleving waarbij de bevolking is opgedeelt in een groep met rechten en plichten.
geestelijke (1e stand)
adel (2e stand)
boeren en stedelijke (3e stand)
de boeren en stedelijke wilden graag verandering in het feit dat ze achtergesteld waren in welvaart,
belastingen, rechtspraak en bestuursinspraak.
1848 revolutiegolf:
Frankrijk = koning trad af
Duitsland = protesten van het volk
Nederland = (straat)rellen
- hoofdstuk 6 paragraaf 2, 3, 4 3 en 5
Extra info
Tijdvak = pruiken en revoluties
Nieuwe ideeën, nieuwe tijden.
1700 - 1800 = 18e eeuw (vroegmoderne tijd)
6.2
Het staatsgeld was op omdat:
De verschillende oorlogen veel geld kostte.
Het luxe hofleven van versailles moest betaald worden.
De inkomsten van de belasting vielen tegen.
Het bestuur en leger functioneerde slecht omdat:
Lodewijk XV en XVI hadden weinig interesse in het bestuur, en namen verkeerde beslissingen.
Adel en geestelijken hadden veel politieke macht.
Er waren weinig goede ambtenaren.
Het leger raakte verzwakt door te weinig te investeren
Ancien regime = inrichting van de maatschappij (1800)
Droit Divin = Het goddelijke recht van de koningen om als oppermachtige te regeren.
Standenmaatschappij = samenleving waarbij de bevolking is opgedeelt in een groep met rechten en plichten.
geestelijke (1e stand)
adel (2e stand)
boeren en stedelijke (3e stand)
de boeren en stedelijke wilden graag verandering in het feit dat ze achtergesteld waren in welvaart,
belastingen, rechtspraak en bestuursinspraak.
1848 revolutiegolf:
Frankrijk = koning trad af
Duitsland = protesten van het volk
Nederland = (straat)rellen