biologie H5 gedrag
5.1 prikkels en signalen
- gedrag → alles wat mensen en dieren doen
- prikkel → verandering in je omgeving of lichaam
- gedrag ontstaat doordat mensen en dieren reageren op inwendige en uitwendige
prikkels
- mensen en dieren reageren niet altijd op prikkels, daarvoor zijn 2 oorzaken:
1. drempelwaarde, de minimale sterkte die nodig is om een impuls naar de
hersen te sturen
2. motivatie, de wil om te reageren.
- signaal → prikkel die dieren en mensen uitzenden
- respons → reactie op een signaal
- sleutelprikkel → uitwendige prikkel die steeds dezelfde reactie oproept.
- superanormale prikkel → een sleutelprikkel wordt overdreven, het geeft extra
sterke respons
- verbaal gedrag → iets duidelijk maken door te praten
- non-verbaal gedrag/lichaamstaal → iets duidelijk maken door hun
lichaamshouding
- dieren communiceren op allerlei manieren:
1. geluiden
2. lichaamshouding
3. kleuren
5.2 sociaal gedrag
- sociaal gedrag → al het gedrag tussen soorgenoten
- bij sociaal gedrag hoort:
● territriumgedrag
● voortplantingsgedrag
● groepsgedrag
- afbakenen → de grenzen van dieren hun territorium
- het afbakenen wordt meestal door de mannetjes gedaan, en dat kan door:
1. geluiden
2. geurvlaggen
- territoriumgedrag → vogelzang of het uitzetten van geurvlaggen\
- baltsgedrag → gedrag waarmee een mannetje en een vrouwtje elkaar lokken
- broedzorg → na de paring verzorgt vaak 1 van beide dieren de eieren of jongen
- voortpantingsgedrag → baltsgedrag, praring en broedzorg samen
- rangorde → als elk dier in een groep zijn plaats kent
5.1 prikkels en signalen
- gedrag → alles wat mensen en dieren doen
- prikkel → verandering in je omgeving of lichaam
- gedrag ontstaat doordat mensen en dieren reageren op inwendige en uitwendige
prikkels
- mensen en dieren reageren niet altijd op prikkels, daarvoor zijn 2 oorzaken:
1. drempelwaarde, de minimale sterkte die nodig is om een impuls naar de
hersen te sturen
2. motivatie, de wil om te reageren.
- signaal → prikkel die dieren en mensen uitzenden
- respons → reactie op een signaal
- sleutelprikkel → uitwendige prikkel die steeds dezelfde reactie oproept.
- superanormale prikkel → een sleutelprikkel wordt overdreven, het geeft extra
sterke respons
- verbaal gedrag → iets duidelijk maken door te praten
- non-verbaal gedrag/lichaamstaal → iets duidelijk maken door hun
lichaamshouding
- dieren communiceren op allerlei manieren:
1. geluiden
2. lichaamshouding
3. kleuren
5.2 sociaal gedrag
- sociaal gedrag → al het gedrag tussen soorgenoten
- bij sociaal gedrag hoort:
● territriumgedrag
● voortplantingsgedrag
● groepsgedrag
- afbakenen → de grenzen van dieren hun territorium
- het afbakenen wordt meestal door de mannetjes gedaan, en dat kan door:
1. geluiden
2. geurvlaggen
- territoriumgedrag → vogelzang of het uitzetten van geurvlaggen\
- baltsgedrag → gedrag waarmee een mannetje en een vrouwtje elkaar lokken
- broedzorg → na de paring verzorgt vaak 1 van beide dieren de eieren of jongen
- voortpantingsgedrag → baltsgedrag, praring en broedzorg samen
- rangorde → als elk dier in een groep zijn plaats kent