3 fasen geletterdheid:
Ontluikende geletterdheid
Voor schoolse periode
Basis van taal en mondelinge communicatie
Via boeken, logo’s, letters, woorden enz
Beginnende geletterdheid
Groep 1 tm 3
Functies en verbanden herkennen
Letters omzetten in klanken
Woorden op papier zetten en schriftelijk communiceren
Gevorderde geletterdheid
Vanaf groep 4
Woorden en woord groepen herkennen
Samenhang van teksten herkennen en problemen uit teksten oplossen m.b.v. strategieën
Gedachte doelgericht op papier zetten
Leerlijnen
Je kan de ontwikkeling van een kind zien, het niveau en de volgende stappen
Route die gevolgd kan worden
Ideeen voor activiteiten
Ook nadelen versnippering doordat alles los wordt behandeld
Tussendoelen
Ontwikkeling komt niet alleen door school, de omgeving speelt een hele belangrijke rol. Verder is de
ontwikkeling gericht op de toekomst, het is de bedoeling om kinderen te begeleiden in de richting
van een volwassene die goed kan lezen en schijven,
Tussendoelen zijn erg belangrijk, het zijn een soort markeringspunten of mijlpalen. Sommige
tussendoelen zijn nodig om de volgende stap in de ontwikkeling te maken. Verder zijn tussendoelen
ook stappen naar het eind doel. Ook zijn tussendoelen niet gebonden aan een bepaalde klas maar
aan bijvoorbeeld de midden en boven bouw. De doelen gaan vaak in vanaf groep 4 omdat de
kinderen aan het einde van groep 3 de basis redelijk beheersen.
Leerlijnen
Leerlijnen beschrijven in hoofdlijnen de ontwikkelings- en leerprocessen die kinderen mede op basis
van onderwijs doorlopen. Verder kunnen technische aspecten als technisch lezen en spellen
makkelijker worden opgenomen in leerlijnen dan aspecten die inhoudelijk zijn omdat hier regels over
,worden gemaakt. Ook zijn leerlijnen nooit afzonderlijk omdat er altijd andere leerlijnen mee werken
op de achtergrond.
Leerlijnen zijn ook verbonden met andere vakken zoals rekenen en met psychomotorische, sociale en
affectief- emotionele ontwikkeling van kinderen. je kan niet alle leerlijnen helemaal uitwerken dus
moet je je bij de kern houden.
Leerlijnen bieden overzicht, houvast en inspiratie. Je kan ze gebruiken bij de volgende
mogelijkheden:
Basis overleg en samenwerking: ze zorgen voor discussie in een team over de kwaliteit van
taal onderwijs. Verder bieden ze ook de mogelijkheid om de samenhang tussen de
onderscheiden gebieden van gg te verbeteren.
Afstemming didactische aanpak: ze maken discussies tussen leerkrachten van verschillende
jaren mogelijk en door ideeën uit te wisselen en didactische werkwijzen op elkaar af te
stemmen kan je problemen bij kinderen voorkomen.
Selectie van leerstof en didactische werkvormen: leerlijnen kunnen helpen bij het kiezen van
lesstof, extra oefeningen, ondersteunend onderwijs materiaal of specifieke didactische werk
vormen
Evaluatie, selectie en ontwikkeling van methodes: m.b.v. leerlijnen kan je kijken of een
methode aan alle doelen voldoet en kan je een nieuwe methode ontwikkelen.
Ontwikkeling en selectie van meet of observatie instrumenten: een vertrekpunt voor meet
en observatie instrumenten en ze laten zien op welke manier kinderen problemen
aanpakken.
Een geschikt instrument om het taal onderwijs op school en het leraren onderwijs te
controleren.
Leerlijnen bieden ouders, leden van de medezeggenschapsraad en school bestuur de
mogelijkheid om zich te informeren naar de inhoud van een leer of vak gebied
Taal onderwijs achter de leerlijnen
In Nederland is het belangrijk dat het taal onderwijs interactief (interactie tussen leraar en kind en
kinderen onderling) is: je moet sociaal leren, betekenisvol leren strategisch leren.
Bij sociaal leren is het belangrijk dat kinderen veel samenwerken. Verder is interactie tussen de leraar
en het kind ook heel belangrijk. Bij deelname aan de cultuur ontstaat de behoefte tot leren.
Bij betekenisvol leren is het belangrijk dat er contexten worden gebruikt die voor kinderen heel
belangrijk zijn. Verder is dit een actief proces waarin leerlingen hun eigen kennis construeren. Ze
werken hun kennis over de taal en van de wereld keer op keer bij.
Bij strategisch leren, leren de kinderen om taal problemen op te lossen met m.b.v. strategieën. Je
hebt cognitieve strategieën (vinden van bijv. een hoofdgedachte van een tekst) en metacognitieve
strategieën (plannen en bewaken van eigen lees en schrijf gedrag en reflectie daarop). Voor een deel
gaat dit vanzelf en voor het andere deel hebben sommige kinderen expliciete instructie nodig.
, Balans tussen leerling en leerkracht gestuurd leren
Kinderen bouwen hun eigen kennis op en ontwikkelen zelf strategieën. Een rijke en betekenisvolle
leeromgeving speelt hierbij een hele belangrijke rol. De leraar moet hierbij helpen maar dit betekend
niet dat er geen plaats is voor instructie, uitleg, voordoen en controle van de leerkracht. De leerling
en leerkracht zijn allebei even belangrijk, maar we moeten voorkomen dat de leerkracht de hele tijd
aan het woord is en al het initiatief neemt.
Hoofdstuk 2
Geletterdheid is het vermogen om te kunnen lezen en schrijven. Tm groep 3 wordt hier de basis voor
gelegd en vanaf groep 4 wordt er aan de functionaliteit gewerkt.
Gevorderde geletterdheid omvat de volgende deel componenten:
Betrokkenheid: lees en schrijf motivatie
(de)codeervaardigheid: technisch lezen en spellen
Tekstvaardigheid: begrijpend lezen en spellen
Strategische vaardigheid: informatie en kennis verwerking
Leeswoordenschat
Reflectie: functies en structuur van de geschreven taal
Betrokkenheid, vaardigheden en reflectie beschouwen we als centrale aspecten voor de ontwikkeling
van GG.
Ontwikkeling
Op elke leerlijn maakt een kind aparte ontwikkelingen. Toch hebben de leerlijnen invloed op elkaar
en moeten ze dus als samenhang worden gezien
In het kort:
1: lees en schrijf motivatie: motivatie is erg belangrijk. Daarom moeten de kinderen lezen en
schrijven niet zien als een doel maar als een middel om te kunnen communiceren en dat het
de sleutel is tot het culturele erfgoed in de bieb. Er zijn verschillende manieren om
intrinsieke motivatie te krijgen, bijv. leesbevorderingen en wereldoriëntatie
2: Technisch lezen: kinderen hebben moeite met de alfabetische principes. Daarom brengen
we ze vanaf groep 3 stap voor stap de elementaire leeshandelingen bij en zo leren alle
kinderen via een relatie tussen letters en klanken woorden te lezen. In de bovenbouw gaat
het herkennen van worden steeds sneller. Daardoor kunnen kinderen zich richten op het
begrijpen van een tekst: technisch lezen
4: begrijpend lezen: kinderen kunnen steeds sneller woorden herkennen. Daardoor kunnen
ze zich richten op grote eenheden als zinnen en zinsverbanden. Om dit te kunnen zijn er wel
strategieën nodig om te zien hoe een tekst is opgebouwd en strategieën met betrekking tot
analyse. In de bovenbouw leren de kinderen welke strategieën er zijn en om ze toe te passen
op verschillende teksten
7: leeswoordenschat: woordenschat die kinderen uit de geschreven taal hebben opgebouwd.
Ze halen steeds ook nieuwe woorden uit teksten en hebben strategieën nodig om de