Kosten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld:
1. Categorische kostenindeling
- Kosten van grond - Grond kan in de loop der jaren in waarde toe- of afnemen.
- Kosten van grond- en hulpstoffen
Grondstoffen worden verwerkt in het eindproduct. Hulpstoffen worden niet verwerkt in het eindproduct
maar zijn nodig om het product te kunnen produceren (inkoopkosten en opslagkosten van benzine of olie
die gebruikt worden voor de machine die de eindproducten voortbrengt).
- Kosten van duurzame productiemiddelen
Kosten voor een machine of een auto, kenmerkend is dat deze in de loop der tijd in waarde dalen. De kosten
bestaan enerzijds uit afschrijvingskosten en anderzijds uit interestkosten over het geïnvesteerde vermogen.
- Kosten van arbeid
- Kosten van diensten van derden
Uitbesteden van schoonmaak of transport.
- Kosten van interest
- Kosten van belastingen
Belastingen die over de winst betaald moeten worden: voor natuurlijke personen is dit inkomstenbelasting
en voor rechtspersonen is dit vennootschapsbelasting. Ook kostprijsverhogende belastingen zoals
onroerendzaakbelasting en motorrijtuigenbelasting. Tot slot zijn er nog belastingen waarvoor de
ondernemer/onderneming slechts als incasseerder optreedt: de dividendbelasting en de omzetbelasting.
2. Constante en variabele kosten
- Constante kosten veranderen niet bij verandering productieomvang. Ze zijn constant tot een bepaalde
(maximale) productiecapaciteit ofwel het zijn trapsgewijs toenemende constante kosten.
- Variabele kosten veranderen wel bij verandering van productieomvang.
a. Proportioneel variabele kosten = ze blijven voor ieder product gelijk, ongeacht de hoeveelheid.
b. Progressief variabele kosten = ze nemen toe als de productie groter is.
c. Degressief variabele kosten = ze nemen af als de productie groter is, korting bij meer afname.
3. Directe en indirecte kosten
- Direct zijn rechtstreeks toe te wijzen aan een bepaald product of dienst.
- Indirecte kosten ook wel overhead kosten genoemd, niet rechtstreeks toe te wijzen, denk aan huur van een
bedrijfspand.
Integrale kostprijsberekening = absorption costing
De verkoopprijs bestaat uit de kostprijs, vermeerderd met een winstopslag en BTW.
Wanneer de kostprijs steeds verandert bij een wijziging van de productiehoeveelheid, zijn er ook steeds wisselende
verkoopprijzen. Een onderneming ziet graag een kostprijs die onafhankelijk is van de jaarlijkse productie. Ze willen
een stabiele basis waarop de verkoopprijs kan worden gebaseerd. Daarom gaan ondernemingen niet uit van de
werkelijke of verwachte productie in een jaar, maar van de normale productie (of normale bezetting)
= de gemiddelde verwachte productie voor de komende X jaar.
Door de totale constante kosten niet aan de werkelijke of verwachte productie te relateren, maar aan de normale
productie, blijven de constante kosten per eenheid gelijk. De kostprijs wordt dan berekend met behulp van de
volgende formule: