Leerdoelen:
1. Wat is metacognitie?
Veenman (boekhoofdstuk):
Definitie metacognitie & self-regulated learning
Metacognitieve vaardigheden
Veenman (artikel):
Definitie
Componenten metacognitie
- Metacognitieve kennis
o Persoonskennis = alles wat men gelooft over de aard van de mens als
cognitieve processor
o Taakkennis = kennis over eisen van verschillende taken
o Strategie = kennis over de soorten strategieën die waarschijnlijk het nuttigst
zijn
o Declaratief = weten wat denken/weten in het algemeen weten dat er
strategieën zijn/welke er zijn
o Procedureel = weten hoe weten hoe je bijv. strategieën uit moet voeren
o Conditioneel = weten wanner weten wanneer je welke strategie moet
gebruiken, bijv. bij lezen andere strategie dan bij rekenen
- Metacognitieve vaardigheden
o Planning
o Monitoring/reguleren
o Evalueren
Complexe relatie metacognitie en cognitie: zie paradox metacognitie
Lai:
3 typen kennis
- Persoonskennis
- Taakkennis
- Strategiekennis
Model Nelson
- Objectniveau
- Metaniveau reguleert objectniveau. Als er iets fout gaat bij objectniveau, voert
metaniveau controleprocessen uit zodat de fouten op objectniveau bijgesteld worden
2 benaderingen metacognitie
- Bottom-up = iemand is bezig met taak, maakt een fout en monitort dan wat er fout is
gegaan & kijkt dan via metacognitie/metaniveau naar het plaatje en ontwikkelt dan
een nieuwe strategie als die ziet wat er mis is gegaan beginnen met taak en dan zien
of het lukt en anders de strategie aanpassen monitoren
- Top-down = hogere-ordeprocessen van metaniveau naar objectniveau via
metacognitie plannen hoe je een taak gaat uitvoeren strategie bedenken voor de
taak en dan de taak daarmee uitvoeren reguleren
, Paradox: metacognitie staat boven cognitie en stuurt de cognitie, maar metacognitie is ook
weer een onderdeel van cognitie om metacognitie toe te passen, heb je ook weer cognitie
nodig. Bijv.: plannen voor een tentamen (metacognitie). Hiervoor moet je weten hoe veel je
moet weten voor het tentamen (cognitie)
Metamemory = kennis over geheugenprocessen (niet heel diep op ingaan)
2 componenten:
- Expliciete bewuste feitelijke kennis declaratief
- Kennis over wanneer een bepaalde geheugenstrategie beter kan zijn procedureel
Model Flavell:
Metacognitieve kennis = kennis die is opgedaan tijdens cognitieve ervaring en die in
langetermijngeheugen is vastgelegd. Onderscheid in persoon, taak, strategie en declaratief,
procedureel, conditioneel
Metacognitieve ervaringen = gevoel tijdens een cognitieve activiteit, bijv. gevoel dat je iets
wel of niet begrijpt. Kan er bijv. toe leiden dat je je actie aanpast, bijv. andere strategie
gebruiken om je doel te behalen
Cognitieve doelen = letterlijk de doelstelling van een cognitieve activiteit
Cognitieve acties = acties/strategieën die je gebruikt om de cognitieve doelen te behalen
vinden plaats op object-niveau
Gaan met elkaar in interactie & hebben een eigen werking
Conclusie leerdoel: Metacognitie = cognitie over cognitie. Te onderscheiden in
metacognitieve kennis & metacognitieve vaardigheden. Metacognitieve kennis is te
onderscheiden in taakkennis, persoonskennis en strategiekennis & in declaratieve, procedurele
en conditionele kennis. De metacognitieve vaardigheden zijn te onderscheiden in planning
(vooraf), monitoring (tijdens) en evalueren (erna).
2. Hoe verloopt de ontwikkeling van metacognitie?
Veenman (boekhoofdstuk):
Ontwikkeling metacognitieve kennis
Via drie bronnen:
- Geloofssysteem
- Beoordelingen en feedback anderen
- Metacognitieve ervaringen (= een soort controlemechanisme)
1. Wat is metacognitie?
Veenman (boekhoofdstuk):
Definitie metacognitie & self-regulated learning
Metacognitieve vaardigheden
Veenman (artikel):
Definitie
Componenten metacognitie
- Metacognitieve kennis
o Persoonskennis = alles wat men gelooft over de aard van de mens als
cognitieve processor
o Taakkennis = kennis over eisen van verschillende taken
o Strategie = kennis over de soorten strategieën die waarschijnlijk het nuttigst
zijn
o Declaratief = weten wat denken/weten in het algemeen weten dat er
strategieën zijn/welke er zijn
o Procedureel = weten hoe weten hoe je bijv. strategieën uit moet voeren
o Conditioneel = weten wanner weten wanneer je welke strategie moet
gebruiken, bijv. bij lezen andere strategie dan bij rekenen
- Metacognitieve vaardigheden
o Planning
o Monitoring/reguleren
o Evalueren
Complexe relatie metacognitie en cognitie: zie paradox metacognitie
Lai:
3 typen kennis
- Persoonskennis
- Taakkennis
- Strategiekennis
Model Nelson
- Objectniveau
- Metaniveau reguleert objectniveau. Als er iets fout gaat bij objectniveau, voert
metaniveau controleprocessen uit zodat de fouten op objectniveau bijgesteld worden
2 benaderingen metacognitie
- Bottom-up = iemand is bezig met taak, maakt een fout en monitort dan wat er fout is
gegaan & kijkt dan via metacognitie/metaniveau naar het plaatje en ontwikkelt dan
een nieuwe strategie als die ziet wat er mis is gegaan beginnen met taak en dan zien
of het lukt en anders de strategie aanpassen monitoren
- Top-down = hogere-ordeprocessen van metaniveau naar objectniveau via
metacognitie plannen hoe je een taak gaat uitvoeren strategie bedenken voor de
taak en dan de taak daarmee uitvoeren reguleren
, Paradox: metacognitie staat boven cognitie en stuurt de cognitie, maar metacognitie is ook
weer een onderdeel van cognitie om metacognitie toe te passen, heb je ook weer cognitie
nodig. Bijv.: plannen voor een tentamen (metacognitie). Hiervoor moet je weten hoe veel je
moet weten voor het tentamen (cognitie)
Metamemory = kennis over geheugenprocessen (niet heel diep op ingaan)
2 componenten:
- Expliciete bewuste feitelijke kennis declaratief
- Kennis over wanneer een bepaalde geheugenstrategie beter kan zijn procedureel
Model Flavell:
Metacognitieve kennis = kennis die is opgedaan tijdens cognitieve ervaring en die in
langetermijngeheugen is vastgelegd. Onderscheid in persoon, taak, strategie en declaratief,
procedureel, conditioneel
Metacognitieve ervaringen = gevoel tijdens een cognitieve activiteit, bijv. gevoel dat je iets
wel of niet begrijpt. Kan er bijv. toe leiden dat je je actie aanpast, bijv. andere strategie
gebruiken om je doel te behalen
Cognitieve doelen = letterlijk de doelstelling van een cognitieve activiteit
Cognitieve acties = acties/strategieën die je gebruikt om de cognitieve doelen te behalen
vinden plaats op object-niveau
Gaan met elkaar in interactie & hebben een eigen werking
Conclusie leerdoel: Metacognitie = cognitie over cognitie. Te onderscheiden in
metacognitieve kennis & metacognitieve vaardigheden. Metacognitieve kennis is te
onderscheiden in taakkennis, persoonskennis en strategiekennis & in declaratieve, procedurele
en conditionele kennis. De metacognitieve vaardigheden zijn te onderscheiden in planning
(vooraf), monitoring (tijdens) en evalueren (erna).
2. Hoe verloopt de ontwikkeling van metacognitie?
Veenman (boekhoofdstuk):
Ontwikkeling metacognitieve kennis
Via drie bronnen:
- Geloofssysteem
- Beoordelingen en feedback anderen
- Metacognitieve ervaringen (= een soort controlemechanisme)