Deel 2, biologisch domein: H6 t/m 8
Deel 3, intrapsychisch domein: H9 t/m 11
Deel 4, cognitief/ervaringsdomein: H12 t/m 14
Deel 5, sociaal en cultureel domein: H15 t/m 17
Deel 6, aanpassingsdomein: H18 t/m 20
, 1. Introduction to Personality Psychology
We zijn allemaal een soort ‘amateurpsychologen’. We beschrijven/beoordelen continu
karakteristieken van anderen. Door middel van: trait-descriptive adjectives: begrippen die gebruikt
worden om karakteristieken van mensen te beschrijven (lui, optimistisch, angstig, etc.). Deze
begrippen kunnen verwijzen naar iemands innerlijk (bedachtzaam), het effect op anderen (charming,
gevoel voor humor), iemands positie (dominerend), etc. Al deze aspecten beschrijven iemands
persoonlijkheid.
Persoonlijkheid: de set van psychologische karakteristieken en mechanismen van een individu, die
geordend zijn en relatief langdurig. Het heeft invloed op zijn/haar interacties met de intrapsychische,
sociale, fysieke en sociale omgeving.
Psychologische traits: karakteristieken die de manieren waarin mensen van elkaar verschillen
beschrijven. Maar ook de manieren waarin mensen op elkaar lijken.
Average tendencies (gemiddelde neigingen): iemand die erg sociaal is aangelegd zal frequenter
verbaal gedrag vertonen dan mensen die niet graag praten. Eigenschappen kunnen op die manier
ook de gemiddelde neiging die iemand heeft beschrijven.
Onderzoek naar persoonlijkheid richt zich op 4 aspecten:
Hoe veel fundamentele eigenschappen zijn er
Organisatie van karakteristieken (structuur)
o Hoe is socialiteit gerelateerd aan andere eigenschappen zoals impulsiviteit en
extraversie?
Ontstaan van eigenschappen
o Erfelijkheid?
Correlaties en consequenties van karakteristieken
o Ervaring, gedrag en levensgebeurtenissen.
o Hebben sociale mensen veel vrienden?
Persoonlijkheid:
Beschrijft. Het helpt om de dimensies van verschillen tussen mensen te begrijpen.
Verklaart. De reden waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen heeft deels te
maken met hun persoonlijkheid.
Voorspelt gedrag.
Psychologische mechanismen: verwerkingsprocessen van je persoonlijkheid. De manier waarop je
omgaat met problemen en je reactie op gebeurtenissen: input besluitvormingsregels output.
Niet alle psychologische mechanismen zijn op elk moment geactiveerd. Soms hebben ze een trigger
nodig. VB: de moed hebben om iemand te redden en daarbij je leven te riskeren. We weten niet of
iemand moedig is tot de situatie zich voor doet.
Within the individual (in het individu): persoonlijkheid is iets dat een persoon gedurende de tijd,
over verschillende situaties met zich meedraagt. We voelen ons vandaag dezelfde persoon als een
week geleden.
, Georganiseerd (organized): de psychologische eigenschappen en mechanismen zijn niet een random
verzameling van elementen. Bepaalde mechanismen en eigenschappen zijn aan elkaar gerelateerd.
VB: je hebt een verlangen naar eten en naar intimiteit. Je verlangen naar eten kan het verlangen naar
intimiteit overtreffen. Andersom; als je al gegeten hebt, vergeet je het hongergevoel en kan je
voldoen aan je verlangen naar intimiteit.
Je besluitvormingsregels hangen af van je verlangens op dat moment, afhankelijk van de
omstandigheden.
Langdurig (enduring): karakteristieken zijn voor lange duur, vooral in de volwassenheid en zijn
consistent onder verschillende situaties.
VB: boosheid is vooral een mentale staat in plaats van een karaktereigenschap. Wel kan iemand een
kort lontje hebben, wat wel weer iets zegt over zijn karakter.
Invloedrijke krachten (influental forces) van persoonlijkheid: persoonlijkheidstraits en
mechanismen kunnen een effect op iemands leven hebben. Persoonlijkheid beïnvloedt hoe we ons
gedragen, wat we denken en hoe we ons voelen. Je persoonlijkheid vormt je leven.
Persoon-omgeving interactie: interactie met situaties bestaat uit:
Perceptie: hoe we de omgeving zien en interpreteren.
Selectie: de manier waarop we situaties kiezen die we aan gaan (vrienden uitzoeken,
hobby’s, studie, beroep).
Oproeping/uitlokken (evocation): de reacties die we in anderen oproepen, vaak onbewust.
Manipulatie : de manieren waarop we bewust een poging doen om anderen te beïnvloeden.
Adaptatie: een belangrijk deel van persoonlijkheid heeft te maken met adaptief functioneren.
Doelen bereiken, coping, aanpassen en omgaan met de uitdagingen en problemen die we gedurende
het leven tegenkomen.
Omgeving: heeft vaak uitdagingen voor mensen. Sommigen zijn bedreigingen voor het overleven. Je
persoonlijkheid bepaalt hoe je omgaat met deze problemen.
Intrafysieke omgeving: ‘in gedachten’. Zoals herinneringen, dromen, verlangens, fantasieën
en privé-ervaringen. Maakt voor een belangrijk deel uit van onze psychologische realiteit.
We worden beïnvloed door deze gedachtes, want dat vormt bijvoorbeeld hoe we denken
over ons zelf (eigenwaarde).
Persoonlijkheid kan geanalyseerd worden op 3 niveaus. Volgens Kluckhohn en Murray is elk mens:
Net als alle anderen (human nature level, ‘universals’)
Net als sommige anderen (level of individual and group differences, ‘particulars’)
Als niemand anders (individual uniqueness level, ‘uniqueness’).
Human nature: de eigenschappen en mechanismen van persoonlijkheid die typerend zijn voor onze
soort en gelden voor iedereen of bijna iedereen.
VB: need to belong en liefhebben.
Individuele verschillen: manieren waarop iedereen enigszins lijkt op sommige anderen.
VB: sommige mensen houden meer van feestjes dan anderen.