Studentnummers:
Mail adressen:
Klas:
Toets: Producttoets 3.1
Zorgverlener (Zv) en
Onderzoeker (Oz)
Inleverdatum: 26-03-2021
School: Hogeschool Saxion,
Enschede
VOORKOMEN VAN EEN Beoordelaar:
Email:
PSYCHOSE Aantal woorden: 4169
Bij jongeren met een angststoornis
2
,Voorwoord
Wij zijn ….. Wij zijn eerstejaars studenten van de opleiding verpleegkunde op het Saxion in Enschede.
Wij hebben op school de opdracht gekregen om een literatuurstudie te houden over het voorkomen
van een psychose bij jongeren met een angststoornis. Voor dit onderzoek maken we gebruik van een
casus over meneer van Velsen, deze wordt verderop in dit verslag verder toegelicht.
Tijdens het doen van deze literatuurstudie werken wij aan drie rollen: zorgverlener, onderzoeker en
professional. Hieronder wordt per rol kort toegelicht aan welke indicatoren wij gewerkt hebben en
hoe dit terug te zien is in dit verslag.
Voor de rol van zorgverlener hebben wij gewerkt aan de indicator “ Beoogde resultaten vaststellen”.
Dit komt vooral in het begin van ons verslag naar voren. Hier hebben wij een aantal SMART doelen
opgesteld. Deze doelen helpen ons bij het vaststellen van het beoogde resultaat van onze
interventies.
Daarnaast hebben wij ook gewerkt aan de rol van onderzoeker. Voor deze rol hebben wij gewerkt
aan een drietal indicatoren. Allereerst bespreken wij de indicatoren “Toepassen richtlijnen /
protocollen en onderzoeksresultaten” en “ Toepassen kennis van experts (best practices)”. Beide
indicatoren komen eigenlijk in het hele verslag terug. Wij hebben voor het bepalen van onze
interventie gebruik gemaakt van allerlei richtlijnen en protocollen. Daarnaast hebben wij naar andere
onderzoeken gekeken en met een expert gepraat om erachter te komen welke interventies het beste
zullen werken voor onze casus.
De derde indicator “Opstellen onderzoeksvragen / onderzoek aanpak” komt vooral aan het begin van
ons verslag aan bod. Hier stellen wij een aantal hoofd- en deelvragen op, die we met onze
literatuurstudie hebben beantwoord.
Als laatste hebben we gewerkt aan de rol van professional. Hiervoor hebben wij gewerkt aan de
indicator “Werken vanuit een onderzoekende houding”. Dit komt vanzelfsprekend in het hele verslag
naar voren, omdat wij onderzoek hebben gedaan naar passende interventies. Hierbij is een
onderzoekende houding een vereiste om tot goede betrouwbare resultaten te komen.
, Samenvatting
In deze literatuurstudie wordt ingegaan op de casus van meneer van Velsen. Meneer is opgenomen
met een vermoedelijke psychose, aan deze psychose zit ook een angststoornis verbonden. Vanuit de
opdrachtgever is de vraag gekomen, of er onderzoek gedaan kon worden naar de mogelijkheden om
bij deze patiëntencategorie nieuwe psychoses te kunnen voorkomen.
Om dit onderzoek goed uit te kunnen voeren, hebben de onderzoekers eerst een beeld gevormd
over de patiëntencategorie. Aan de hand van de casus is bepaald, dat het hier gaat om jongeren met
angststoornis die in een psychose zijn beland. Nadat dit was bepaald, is er gekeken naar de
symptomen die kenmerkend zijn voor een psychose.
Toen deze gegevens verzameld waren, zijn er doelen opgesteld. Dit zijn de belangrijkste doelen die
een psychose moeten gaan voorkomen. Aan de hand van deze doelen is er een onderzoeksvraag
opgesteld, namelijk: “Welke interventies voor het opbouwen van sociale contacten bij jongeren met
een angststoornis zijn er mogelijk om een nieuwe psychose te voorkomen?”. Aan de hand van deze
hoofdvraag, zijn er drie deelvragen opgesteld: “Waarom is het belangrijk dat jongeren met een
angststoornis voldoende sociale contacten hebben?”, “Op welke manier kunnen sociale contacten
worden bevorderd?” en “Welke technologie kan ingezet worden om beter om te leren gaan met een
psychose?”
Om deze vragen te beantwoorden, is er een literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij is voornamelijk
gebruik gemaakt van artikelen uit wetenschappelijke databanken. Naast deze literatuurstudie is er
een expert benaderd. Deze expert is benaderd met een aantal vragen, om zo erachter te komen of
de resultaten van het literatuuronderzoek betrouwbaar zijn. En om te ontdekken welke ervaringen er
al uit de praktijk zijn.
Uiteindelijk is er een conclusie gekomen, hierin komt naar voren dat het hebben van een goed sociaal
netwerk essentieel is voor mensen met een angststoornis. Om meneer en zijn sociale netwerk te
ondersteunen kan gebruik gemaakt worden van psycho educatie. Hiermee leren ook de mensen om
meneer heen, hoe ze om kunnen gaan met zijn gedrag. Maar ook hoe ze meneer kunnen helpen met
het voorkomen van een nieuwe psychose. Naast deze psycho educatie kan cognitieve
gedragstherapie een goede aanvulling zijn, om verdere psychoses te voorkomen.